We must love one another or die
printable version

Die beroemde dichtregel van W.H.Auden uit 1939 gebruikt Bas Heijne in zijn voortreffelijke aller- laatste column, vandaag in NRC, waarin hij significante vragen stelt als: Hoe kunnen mensen tot elkaar komen wanneer ze uit elkaar worden gespeeld?

 

Fred Rogers

Dat sluit mooi aan bij iets waarover ik aan het nadenken was. Ik zag eerder deze week een aflevering van het CNN programma Amanpour, waarin Christiane Amanpour in gesprek is met Morgan Neville. Neville maakte een documentaire over een bekende televisiepresentator in de VS: Fred Rogers. De documentaire heet: Won’t you be my neighbour en gaat over de ‘radical kindness’ die Fred Rogers wilde overbrengen in zijn kinderprogramma’s

In het programma Amanpour werden enkele fragmenten getoond van het werk van Fred Rogers, die inmiddels niet meer in leven is.

Zijn inzet ontroert. Dit komt bijvoorbeeld goed naar voren in een filmpje waarin hij uitlegt waarom hij meer televisieprogramma’s zou willen maken aan een commissie daar geld voor moet geven. In alles draagt hij uit dat hij kinderen het gevoel wil geven dat er van hen gehouden wordt, dat ze uniek zijn en dat ze iets kunnen bijdragen aan de wereld. Overal waar hij spreekt nodigt hij mensen uit na te denken over mensen die hebben bijgedragen aan de plek waar ze nu zijn. Zoals in de speech voor de studenten die afstuderen op het Dartmouth College in 2002. Bekijk de filmpjes. Fred is iemand die enigszins traag, weloverwogen spreekt, maar het is de moeite waard.

Linda Cliatt

In dit kader dacht ik ook aan de TED talk van schooldirecteur Linda Cliatt Wayman. Ze maakte van een gevaarlijke, zwaar onderpresterende school in Philadelphia een veel betere school. Haar motto is: work fearlessly, love hard. Ze heeft drie uitgangspunten waarmee ze werkt op school. De eerste is: If you are going to lead, lead. Als je schoolleider bent, wees dan ook een leider. De tweede: So what, now what? OK, dit is aan de hand, wat doen we ermee? De derde sluit fantastisch aan de visie en aanpak van Fred Rogers: if no one told you today that they love you, remember I do and I always will. Al haar leerlinge leven in armoede, velen hebben niemand meer.

Conclusie

Waarom ik het belangrijk vind is hierom: ik ben een groot voorstander van alle onderwijsvernieuwing, dat moge inmiddels bekend zijn, maar onder zowel de oude als de vernieuwde aanpak is de basis de relatie, een echte. Bovendien geeft het de leerlingen een idee van hoe je je verbindt met anderen. Gezien worden voor wie je zelf bent, en het voorbeeld van je hoe je van daaruit te verbinden met anderen.

 

 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 16 Jun 2018 by SandraV
De Rode Draad
printable version

Eerder deze week was ik als buitenstaander uitgenodigd bij het inspirerende PO-raad congres. Van mijn ervaringen daar wil ik er twee met jullie delen.

De eerste ervaring

Prinses Laurentien sprak voor de zaal vol met bezoekers met een groep kinderen. Zij vroeg hen wat ze vooral wilden zeggen en vroeg daarop door. Ze meldde van te voren dat het gesprek met de kinderen niet was voorbereid of -besproken. Ze zeiden onder meer (niet per se in dezelfde volgorde weergegeven):

1. Kijk in de klas naar ALLE kinderen, ook die om de hoek. Spreek niet steeds dezelfde kinderen aan. Kijk om je heen en niet steeds in een rechte lijn vooruit.

2. Wij willen allemaal gezien worden.

3.  Help ons zelfvertrouwen te krijgen.

 Waarom is dat belangrijk?

 Hoe kun je dat doen, jullie zien en helpen zelfvertrouwen te krijgen?

4.   Denk aan de kinderen, niet alleen aan de cijfers.

5.   Leerkrachten hebben niet altijd gelijk.

6.   Ouders zouden de dingen met hun kinderen moeten bespreken.

7. Nodig ons uit verder te kijken dan de school of de middelbare school, help ons naar de toekomst te kijken, ons hart te volgen.

8 Laat ons op de open dag de realiteit zien, en niet alleen spelletjes. Laat de open dag realistisch zijn.

Na afloop van dit zeer serieuze en openhartige gesprek van Laurentien met de kinderen, vroeg ze aan de mensen in de zaal, nadat de kinderen waren vertrokken:

-         Hebben we alle ingrediënten voor goed onderwijs?

-         Hoe weten we dat als we het niet vragen?

-         Wiens recept is het eigenlijk?

-         Sta je in de klas als professional of als mens?

-         Wat is je kompas?

-         Neem je rust en ruimte?

-         Wat zijn de spelregels?

-         Voer je het gesprek in de klas vanuit vertrouwen of vanuit wantrouwen?

-         En over de veelbesproken 21ste eeuwse vaardigheden: Kunnen we ze zelf wel?

Ze citeert Janusz Korcak die stelde: Zie kinderen als burgers van nu, zie mij, het kind.

Ze nodigt de zaal uit het boek Reclaming conversation van Sherry Turkle te lezen, waarin o.m. veel aandacht besteed wordt aan empathie leren.

Het gesprek met de zaal mondt hier en daar uit in een confronterende stilte, die ze moedig en met gezag tegemoet treedt. Ik heb in die zaal een breder en mooier beeld gekregen van Laurentien, prinses van Oranje, die veel goed werk doet vanuit haar Missing Chapter Foundation.

De tweede ervaring

De tweede ervaring die ik wil delen is de workshop van Lidewij van der Sluis, hoogleraar en consultant. De essentie ervan was: Hoe krijg je als werkgever mensen mee, hoe houd je ze enthousiast?

Met behulp van de z.g. Branddriehoek als metafoor stelt ze dat mensen kwaliteit en mentaliteit meebrengen. Dan vraag je je af: Welke brandstof (kwaliteit) brengen ze mee? Mensen moeten kwaliteit hebben en blijven onderhouden.

Vraag twee: Brandstof heb je, steek je de blokken aan? Wil je dat het gaat branden? Is er wilskracht? Als het niet werkt ontbreekt zuurstof. Dat is belangrijk, zuurstof.Zuurstof betekent hier: Zien mensen andere mensen? Werkgeverschap is mensen zien, zuurstof geven. Leiding geven is aandacht (zuurstof) geven. Als je wilt dat het bruist, geef zuurstof.

We hebben het dan over gedrag van de leidinggevende:

1.   Aandacht geven. Iedereen heeft dat nodig.

2.   Inspiratie/ inspireren. Als je het zelf niet kunt, haal het ergens anders.

3.   Geef richting. Wat is ons doel? Dìt doen we.

4.   Ruimte geven. Mensen hebben ruimte nodig om te laten zien hoe ze die invullen.

5.   Resultaatgebieden. Weten wanneer je het goed doet. Dus ook goede feedback.(dat laatste mijn toevoeging)

6.    Respect. Omzien naar elkaar vanuit onderlinge verschillen.

7.    Vertrouwen.

8.    Verbinden.

9.     Verwachten. Leg de lat hoog, verwacht veel. Dat zit ook in de taal die je gebruikt: Ik verwacht veel van jullie.

10.  Vieren. Vier successen en ook kleine dingen. Vieren geeft mensen energie.

11.  Verrassen. Af en toe iets ludieks doen. Bijvoorbeeld dingen organiseren waar mensen blij van worden.

12.  Voorbeeldgedrag. Leidinggevende moet voorbeeld geven.

Iedereen moet heel duidelijk hebben waar de organisatie voor staat, liefst samengevat in een enkele zin.

Conclusie

Dit zijn twee van de onderdelen die ik gehoord heb op dit uitstekende congres.

Wat me opvalt is, dat het neerkomt op een paar belangrijke punten, voor leraren en leerlingen (en waarschijnlijk ook voor directeuren:

-             Zie me

-            Praat met me

-             Stel me vragen

-             Moedig me aan te zijn wie ik ben

-             Geef me daar ruimte voor

-             Kijk naar het resultaat

-             En vier dat met me

http://korczak.nl/stichting/

Turkle, S. (2016). Reclaiming conversation. Te power of talk in a digital age. Westminster: Penguin Putnam Inc

https://www.missingchapter.org/

https://www.professioneelbegeleiden.nl/inleiding-bevlogen-ontbranden

Count of comments: 0
Posted on 13 Jun 2018 by SandraV
De belangrijkste herinnering
printable version

De belangrijkste herinnering

 

Je zult bij ons thuis zo lang er een papieren krant bestaat, deze ook aantreffen. Voor ons geen elektronische kranten. Ja soms, naast de papieren. Heerlijk om s morgens vroeg de krant breed uit te spreiden en deze in volle breedte te lezen. In ons geval is dat de Trouw en soms de NRC of de Volkskrant er naast.

Vanmorgen stond in Trouw een artikel in over de vraag: wat is je belangrijkste herinnering? Leiderschapstrainer Jacky van Goor is gepromoveerd op zingeving aan de hand van de belangrijkste herinneringen van haar honderd proefpersonen. Toen ik het artikel gelezen had, begon ik na te denken over de vraag wat mijn eigen belangrijkste herinnering is. Op zich is dat al een leuke exercitie. Wat is je belangrijkste herinnering? Er zijn liefdevolle herinneringen aan warme, romantische avonden, je net geboren baby in je armen, herinneringen aan groot verdriet, verlies van dierbaren. Ja, allemaal aanwezig.

Maar die ene herinnering speelt toch wel de grootste rol. Deze herinnering is in andere blogs ook wel eens voorbij gekomen.

Ik was op een feest bij een zwager. Of liever, bij iemand die een jaar later mijn zwager zou worden. Hij kwam uit een academisch milieu, dat tot dan in mijn leven geen rol speelde . Ik kom uit een arbeidersachtergrond, hoewel mijn vader er ook al in geslaagd was een leidinggeven de functie te bemachtigen. Zelf was ik, op de dag van dit voorval 21 jaar, op mijn vijftiende van school gegaan en gaan werken, nadat ik enkele malen was blijven zitten omdat ik te weinig deed. In die tijd kon dat nog. Op dat feest was ook de vader van de toekomstige zwager aanwezig, een aimabele man van middelbare leeftijd. Hij kwam op mij af en begon een praatje. Wij hadden elkaar tot op dat moment slechts bij binnenkomst een hand gegeven en ons aan elkaar voorgesteld. “En”, vroeg hij, “wat studeer jij?”. Hoewel de man de vraag stelde om vriendelijk te zijn en de opening naar een gesprek te maken, sloeg bij mij de bliksem in. Ik herinner me nog als de dag van gisteren wat voor weer het was (de zon scheen), wat ik dronk (droge witte wijn) en waar we stonden (bij de open haard, die niet aan was). Ik besefte in één klap dat ik bezig was mijn kansen te vergooien, dat ik, net als de meeste anderen die daar waren, een studie zou kunnen doen, mijn kennis vergroten, leren! Het klinkt mogelijk ietwat hoogdravend, maar toch was dit precies wat er gebeurde. Ik besefte dit allemaal in een halve seconde.

De volgende dag heb ik me aangemeld bij de avondschool, ben begonnen met leren en ben nooit meer opgehouden met leren en studeren.

Het zingevende van deze – voor mij belangrijkste- herinnering, schuilt hem in het inzicht dat ik daar voor het eerst van mijn leven ben begonnen met reflecteren. Eerder had ik nooit nagedacht over mijn eigen gedachten of over mijn eigen handelen. Sinds die dag ben ik daar nooit meer mee opgehouden.

 

Wat is jouw belangrijkste herinnering?

Count of comments: 0
Posted on 22 Apr 2018 by SandraV
Wat zou jij zeggen?
printable version

Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik in het schilderachtige dorpje aan de Spaanse noordkust een korte wandeling maakte. Het uitzicht was schitterend. De wind joeg de enkele wolken voort. Op het wandelpad waar ik liep, kwam een jonge man aangelopen. Een twintiger, zo te zien. Hij stopte en vertelde dat hij vanuit zijn thuisland Duitsland de route naar Santiago de Compostela liep en daarvoor een van de minst gekozen routes bewandelde, de meest noordelijke, langs de kust. Vervolgens haalde hij een boekje uit zijn zak en zei: "Aan iedereen die ik op mijn weg tegenkom, stel ik dezelfde vraag. Met alle antwoorden wil ik straks, als ik weer thuis ben, een boek schrijven. Zou ik u die vraag ook mogen stellen?" Op mijn bevestigende antwoord vroeg hij: "Waar gaat het om in het leven?"

Wat zou jij gezegd hebben?

 

 

Count of comments: 0
Posted on 06 Apr 2018 by SandraV
De wijde blik naar binnen
printable version

De wijde blik naar binnen

 

‘Ik zou er wel de hele avond over kunnen vertellen’, zegt de student, terwijl hij zijn jas uitdoet om aan de bijeenkomst van Avondbildung te beginnen. Waar hij over zou kunnen vertellen, de hele avond, is de digitale detox, onderdeel van veel programma’s van de Bildung Academie. Zo ook van dit programma.
Gastdocent Hans Schnitzler heeft een week geleden een digitale detox voorbereid en doorgesproken. Laat een hele week alle schermen weg. Kondig het aan bij je vrienden en relaties. Als je voor je werk je mail moet checken, doe dat dan op een of twee momenten per dag. Laat je facebook, Instagram, Twitter en andere social media voor wat ze zijn. Zet alles af. Ook Google maps. Gewoon alles. Berg je smartphone op voor een week.
 

En nu zijn we weer bij elkaar en gaan we de smartphones weer aanzetten. We bespreken de ervaringen. En ook nu weer, net als in eerdere programma’s zijn de resultaten werkelijk om over na te denken in een bredere context.

  1. Er is meer rust in mijn hoofd. Ik deed de dingen – veel meer dan anders- met volle aandacht, zoals een stuk lezen, iets schrijven, rondkijken op een station waar ik moest wachten.
  2. Ik beleefde alles veel intenser, gesprekken, nadenken, alles. Het leek wel of de tijd langzamer ging. Ik leerde meer spelen en experimenteren op plaatsen waar het niet hebben van een smartphone hindernissen opwierp, bijvoorbeeld als ik een straat moest zoeken.
  3. Mijn geliefde ging ik missen omdat ik hem niet kon bellen, maar tegelijk vroeg ik me af of iedere dag een paar maal bellen niet zomaar een gewoonte is.
  4. Uiteindelijk gaat het allemaal over vertrouwen. Dat het goed komt, dat iemand weer thuis komt, dat je de weg zult vinden, dat er van je gehouden wordt zonder likes. Want zoek je niet via je telefoon ook bevestiging?
  5. Toen ik me slecht voelde, merkte ik dat ik eigenlijk naar mijn telefoon wilde grijpen, en toen dat niet ging, besloot ik het gevoel toe te laten. Dat was een mooie ervaring.
  6. We doen het allemaal zelf, we drukken zelf op de knoppen, we gaan zelf steeds terug naar alle apps.

Zonder uitzondering hadden alle deelnemers het als bijzonder leerzaam ervaren. Vooral ook de tijd waarin je, zonder smartphone, wat op jezelf wordt teruggeworpen.

Hans Schnitzler citeert in zijn boek Kleine Filosofie van de Digitale Onthouding Jeroen die zegt:

De smartphone is eigenlijk een heel klein raampje waar je je bewustzijn doorheen probeert te duwen, maar waar je eigenlijk nooit genoeg ruimte voor je brein hebt.(…) Het lijkt wel een duikershelm die je opzet, met een scherm even groot als je smartphone en dat dat het enige is waar je nog door kunt kijken in je leven (..) je schermt jezelf af van jezelf (..) je bouwt een soort muur om jezelf heen, alsof je niet wilt luisteren en je echte ik die fluistert: nee, dit is eigenlijk niet wat je wilt. De smartphone beperkt je, het maakt je leven zoveel minder uitdagend, spannend en leuk.

Jeroen, die hier geciteerd wordt, heeft uiteindelijk internet van zijn telefoon gehaald. Dat zullen de deelnemers aan ons lopende programma niet doen, maar het is ze wel duidelijk geworden, dat zelf bewust kiezen, bewust een evenwicht aanbrengen in de manier waarop je je smartphone gebruikt in je leven, veel voordeel zal opleveren.

 

Schnitzler, H. (2017): Kleine Filosofie van de digitale onthouding. Amsterdam: De Bezige Bij, pp56-57.

Count of comments: 0
Posted on 18 Mar 2018 by SandraV
Deze vijf dingen
printable version

Onlangs zag ik een filmpje met een verhaal van Simon Sinek, een begaafd spreker die vaak goede en inspirerende dingen zegt. Ik ga hier in op vijf dingen waar hij over sprak en vertaal ze naar het onderwijs.

  1. Doe wat je wilt doen , en laat anderen doen wat zij willen doen.  In mijn werk als coach hoor ik regelmatig dat docenten vol met ideeën zitten, bijvoorbeeld als beginnend docent, maar ook in latere perioden. In de tijd dat ik les gaf was dat ook al zo. Wat regelmatig gebeurt is dat mensen met ideeën worden afgeremd door mensen in school die zelf iets anders willen doen en daar de ander in willen meenemen. Neem een sectie waar iemand een leuk nieuw idee heeft. Soms  krijgen ze bijval, maar vaak ook niet. Dan wordt hen gezegd: veel plezier, maar daarvoor heb ik geen tijd, geen zin, of wat dan ook.
    Naar mijn idee zou het goed zijn wanneer mensen de ideeën die hen energie geven op school kunnen doen als het enigszins mogelijk is. Ook als dat betekent dat het niet direct vernieuwend is, maar wel inspirerend voor de leerlingen. Dan krijg je een school waar de een echt werk maakt van onderwijsvernieuwing en de ander van verhalen vertellen of reizen voorbereiden. Dit hele verhaal geldt uiteraard ook voor schoolleidingen. Gepersonaliseerd leren, verschillend zijn, verschillende talenten hebben, geldt ook voor docenten.
  2. Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen daden. Prima dus, als je nieuwe ideeën hebt, hopelijk mag je ze uitvoeren, maar neem er dan ook de hele verantwoordelijkheid voor. Net zoals voor je dagelijkse gewone werk. Zorg dat dingen in orde zijn. Dat geldt ook voor de dingen die je mogelijk niet zo leuk vindt en die toch moeten. Dus, neem niet alleen verantwoordelijkheid voor de dingen die jij leuk vindt, maar ook voor alle dingen die van je verwacht worden. Hoe vanzelfsprekend dat ook klinkt, het is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Heel vaak kom ik mensen tegen die naar een ander wijzen. De schoolleiding, de collega’s en vooral ook de leerlingen. Kijk eerst en vooral naar je eigen rol en bijdrage aan het geheel, neem je eigen verantwoordelijkheid. En spreek daarna eventueel anderen aan, rechtstreeks. Praat niet over anderen achter hun rug. Dat is uiteindelijk ook het plezierigst.
  3. Zorg voor elkaar, houdt rekening met elkaar. Er was een tijd, ik gaf les, dat ik op het punt stond langdurig ziek te worden, maar dat wist ik toen nog niet. Ik wilde domweg niet voelen dat ik veel te weinig energie had. Liep in feite te lang door. In die tijd liet ik wel eens een steek vallen. Een collega in de sectie ruimde zonder daar veel woorden aan vuil te maken de gevallen steken op. Toen ik dat ontdekte deed me dat geweldig goed. Ik leerde in die periode veel over hulp vragen, hulp geven en hulp ontvangen. Onbetaalbaar om collega’s te hebben, en te zijn, die omzien naar elkaar en naar hun leerlingen. In mijn werk als leerlingbegeleider hoorde ik vaak dat leerlingen over een collega zeiden: dat is zo’n fijne leraar, bij hem/haar kun je altijd terecht.
  4. Leer werkelijk te luisteren. Te vaak komt het voor dat in vergaderingen, maar ook aan de koffie, mensen niet werkelijk luisteren naar elkaar. De gedachten dwalen af, mensen kijken op hun telefoon of doen iets anders. Veel mensen horen wel wat gezegd wordt, maar zijn daarna vooral bezig met het bedenken wat ze zullen antwoorden. Ze luisteren niet, ze reageren om hun hun eigen mening te geven. Echt luisteren, je afvragen: waarom zegt die ander dat? Wat is zijn werkelijke boodschap?  De ander het gevoel geen dat hij werkelijk gehoord wordt is heel prettig voor de ander, die zich daarmee gehoord en gezien voelt en daardoor verbindt het.  Dat geldt ook voor leerlingen. Leerlingen die zich gehoord en gezien voelen, zijn prettige leerlingen.
  5. Je bent niet je positie. Leerlingen kunnen soms aardig en soms naar doen, ouders kunnen je hartelijk, maar ook erg lomp benaderen. Collega’s zijn niet altijd even beleefd of respectvol, en een andere keer bijzonder vriendelijk. Schoolleiders en docenten worden vaak aangesproken in hun rol. Velen zien niet de mens achter de positie. Het zou goed zijn dat wel te doen. Je bent nog meer dan alleen de schoolleider of de docent. Gelukkig maar.

 

Count of comments: 0
Posted on 18 Feb 2018 by SandraV
LEF
printable version

Het zal een jaar of vier geleden zijn dat ik op Twitter de vraag stelde: welk Kamerlid met onderwijs in de portefeuille durft het aan om een week les te geven? Altijd goed om even met de voeten in de klei te staan als je die portefeuille hebt. De enige die –vrijwel meteen- reageerde was Tanja Jadnanansing, toenmalig Kamerlid voor de PvdA.  We belden met elkaar en ik regelde dat ze een week les kon gaan geven op de Open Scholengemeenschap Bijlmer. Ze ging (met iemand anders erbij in de klas) lesgeven, maatschappijleer. En ze vond het zo leuk dat ze het wekelijks bleef doen.

Na enige tijd kwam de kwestie Charlie Hebdo. De dag erna kwam Tanja op school en de leerlingen stonden letterlijk lijnrecht tegenover elkaar. De klas was volstrekt gepolariseerd. Men gaf aan nooit meer met elkaar te willen spreken. Een van de partijen gaf aan dat de hele kwestie Charlie Hebdo een verzinsel was van de Joden. De andere partij was het daar totaal niet mee eens. Tanja reageerde direct door te zeggen dat mensen het in haar klas uiteraard oneens mochten zijn, maar dat men wel met elkaar in gesprek bleef en de dingen met elkaar besprak. Niet met elkaar willen spreken helpt nooit. Na enige aarzeling gingen de leerlingen akkoord, als Tanja een manier had waarop het gesprek vorm gegeven zou kunnen worden.

Ze bedacht ter plekke de LEFF methodiek. Luisteren, Empathie, Feedback en Flexibiliteit. De leerlingen vonden dat wel wat en het gesprek had succes. Sindsdien is de LEFF methode verder verspreid, met name op MBO scholen. Inmiddels is er vaker sprake van de LEF methode. Luisteren, Empathie en Feedback.

Tanja besefte dat haar affiniteit in het MBO onderwijs ligt, heeft in 2016 de kamer verlaten en werkt inmiddels bij het Albeda College in Rotterdam, als programmamanager strategie en externe betrekkingen. Ook geeft zij daar les. Zij stelt haar leerlingen vragen als: Wie ben je? Wie wil je zijn over vijf jaar? Wat wil je bijdragen aan de maatschappij? Hoe kun je dat aanpakken?

Voor iedereen

Heel goed dat ze de LEF formule bedacht heeft voor de MBO leerlingen en dat ze al deze vragen stelt. Het lijkt me een goed idee dat de LEF of beter nog de LEFF methode ook word toegepast op andere plaatsen. In alle klassen, vergaderingen en ontmoetingen. Niet per se als methodiek, maar als houding.

En het kan ook geen kwaad als we ons de vragen stellen die ze haar leerlingen stelt: Wie ben je? Wie wil je zijn over vijf jaar? Wat wil je bijdragen aan de maatschappij? Hoe kun je dat aanpakken? 

Count of comments: 0
Posted on 04 Feb 2018 by SandraV
Bildung
printable version

Blog uit 2015, nogmaals geplaatst op verzoek. 

Bildung, mijn invalshoek voor onderwijsvernieuwing.

Voor de een betekent onderwijsvernieuwing een grotere rol voor de techniek of voor 21ste eeuwse vaardigheden, voor anderen een grotere focus op het kind en wat het zelf zou willen leren. Of een combinatie van al deze dingen.
Voor mij zit de vernieuwing in de bildung. (Als oud-docent Duits heb ik steeds de neiging om dit woord met een hoofdletter te schrijven, maar in het Nederlands schrijven we het met een kleine letter).

Bildung

Wat bedoel ik met bildung? Wat ik daarmee in de kern bedoel komt terug in de omschrijving door Peter Bieri :

Bildung, het proces van ontwikkeling, beschaving, vorming, is iets dat mensen met elkaar en voor zichzelf doen: je ontwikkelt jezelf. Andere mensen kunnen ons omvormen of omscholen, maar onszelf vormen of scholen kunnen we alleen maar voor onszelf. Dat is meer dan alleen een woordspelletje. Jezelf vormen is werkelijk iets anders dan gevormd worden, een opleiding genieten. Een opleiding doorlopen we met het doel uiteindelijk iets te kunnen. Als we ons daarentegen ontwikkelen, dan werken we eraan dat we iets worden. We streven ernaar om op een bepaalde manier in de wereld te zijn. (onderstrepingen van mij. SV)

Bieri stelt dat het bij bildung gaat om een proces van zelfontplooiing en om vorming van de gehele persoon, om vanuit die integriteit zichzelf en de maatschappij te kunnen beïnvloeden.

Vernieuwd onderwijs

Vernieuwd onderwijs, door haar leraren, is dus in staat om leerlingen uit te nodigen zichzelf te vormen.
Om ons in een steeds veranderende wereld te kunnen handhaven, of beter nog: eraan te kunnen bijdragen, is het dus nodig dat we onszelf kennen, op een bepaalde manier in de wereld te zijn. Ik ben dat zeer met Bieri eens.
Zonder brede zelfvorming wordt een mens wat natuur en cultuur (de maatschappij dus) van hem maken. Brede vorming is zowel gericht tegen het zinloos weten en zinloos handelen als tegen autoritaire vormen van disciplinering.
Dat laatste is nu juist wat de laatste 150 jaar, en nog steeds, een hoofdrol speelt in het onderwijs, en werkt daarmee bildung juist tegen. Vaak vragen leerlingen: waarom moeten we dat weten? Waarom moeten we dat doen? Veel docenten komen niet verder dan te zeggen: omdat het in het programma is opgenomen. Dat is niet vreemd, want ook de docenten van nu waren ooit leerlingen in het onderwijs dat leerlingen, niet altijd en niet doorlopend, maar wel zeer regelmatig, onderwerpt aan zinloos weten en zinloos handelen. Zinloos in de betekenis van: niet in samenhang, het waarom ervan niet begrepen door de leerlingen.

Zinvol

Leerlingen willen graag leren als de te leren stof voor hen zinvol is. Niet te verwarren met ‘leuk’, hoewel het samen kan gaan. Het is gewoon geworden om leerlingen via autoritaire vormen van disciplinering te dwingen om stof tot zich te nemen die mogelijk wel zinvol is, maar niet door henzelf zo wordt ervaren. Als dat wel zo is, zullen leerlingen eerder geneigd zijn zichzelf te willen ontwikkelen met alle daarbij behorende onderzoeks- en leerstof.
Het is van doorslaggevend belang dat mensen, gelet op de ontwikkelingen in de wereld, niet alleen iets kunnen, maar zeker ook dat ze op een bepaalde manier in de wereld zijn.

De grootste opdracht voor het huidige onderwijs is daarom naar mijn idee dat de mensen die zelf zijn opgeleid in een systeem waarbij leerlingen in de meeste gevallen werden gevormd door middel van autoritaire vormen van disciplinering en zonder brede zelfvorming, de vernieuwing ìn haar mensen te zoeken.

Het belangrijkst

De belangrijkste onderwijsvernieuwing is daarmee m.i. de ontwikkeling die ìn de huidige onderwijsmens plaatsvindt. Kun je, als leraar die zelf is grootgebracht in een systeem dat opleidt om iets te kunnen, een leraar zijn die niet alleen wil opleiden om iets te kunnen, maar ook om als individu op een bepaalde manier in de wereld te zijn? Ben je je als docent bewust van een proces van een proces van ontwikkeling, beschaving, vorming? Kunnen we de bildung die we mogelijk zelf niet gehad hebben, wel meegeven aan onze leerlingen? Weten we zelf wat we willen bijdragen aan de wereld? Kennen we onszelf en meer nog: kunnen we ernaar handelen? Kunnen we ons verplaatsen in een ander? Bijvoorbeeld in een collega? In een leerling? Dat laatste is nodig, omdat we de leerling alleen op weg kunnen helpen in de wereld als we hem zelf óók als subject zien, zoals Biesta terecht beweert. Zodra we werkelijk begrijpen dat het er niet om gaat dat we de leerling als object zien dat aan ons moet gehoorzamen, maar als een mens die we op weg helpen zich te ontwikkelen, en dat de voorwaarde daarvoor is dat we onszelf ook ontwikkelen, omdat we anders niet weten waar we het over hebben, zal het onderwijs dat we geven vernieuwen.
 

 

Bieri, P. (2005). Wie wäre is, gebildet zu sein? Festrede Pädagogische Hochschule

Dohmen, J. (2015). Over de toekomst van ons onderwijs. Pleidooi voor en moreel bildungsprogramma. In: Klarus R, en De Beer, F (2015) Waar, goed en schoon onderwijs. Leusden: ISVW uitgevers. P227

Count of comments: 0
Posted on 22 Jan 2018 by SandraV
Dames en heren, jongens en meisjes
printable version

Vrouwen en mannen

De NS gaat er toe over om de aanspreekvorm dames en heren te veranderen in beste reizigers. Dit om gelijkheid van mensen te benadrukken.

In TROUW van 9 december jl. lees ik een artikel over het boek van Rebecca Solnit. Het heet Ontleedster van misogyne mythes en gaat over taal als voertuig voor seksisme. Solnit geeft als voorbeeld de termen voetbal en damesvoetbal. En zij gaat in op diverse voorbeelden die de ongelijkheid van mannen en vrouwen in de cultuur aangeven, zoals het feit dat blijkbaar alleen buiten de deur werken als werken wordt gezien en de vrouw die thuis voor de kinderen en het huis zorgt niet. Ze stipt het voorbeeld aan dat een man gedetailleerd aan jou als vrouw gaat uitleggen wat je al lang wist. Ze vertelt over vergaderingen waar een vrouw met een idee komt waar niemand op reageert en wanneer er drie minuten later een man is die hetzelfde idee oppert het idee opeens enthousiast wordt ontvangen. Dat laatste weet ik uit meerdere eigen ervaringen, hoewel me dat niet snel meer zal gebeuren. 

Gelijkwaardig en gelukkig niet gelijk

Het bracht me op het idee na te denken over het volgende.

Wat mij betreft gaat het er niet om mannen en vrouwen gelijk te maken, maar gelijkwaardig. De vraag: waarin zijn mannen verschillend van vrouwen en andersom, die boeit mij. Belangrijk is dan, dat beiden in hun eigenheid gelijkwaardig kunnen zijn en ook zo gezien en benaderd worden. Meisjes en jongens, vrouwen en mannen zijn dus gelijkwaardig maar niet gelijk, in mijn ogen. Eerlijk gezegd vind ik dat in veel gevallen aantrekkelijk. De verschillende manieren van denken en handelen maken wat mij betreft het samenleven boeiend. Wat hierin stoort en uit balans brengt is het feit dat de eigen stem en de bijdrage van vrouwen al sinds jaar en dag minder gehoord wordt omdat die van mannen in veel gevallen, gelukkig niet overal, belangrijker wordt gevonden.

Ik vind in deze hele kwestie een bron van inspiratie in het werk van de filosofe Luce Irigaray, die zich haar leven lang sterk maakte voor de stelling dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, maar niet gelijk. Ze benoemde in haar boeken uitvoerig dat de eigenheid van vrouwen volstrekt is ondergesneeuwd, al vanaf de Oude Grieken, die een vrouw als een onvolmaakte versie van een man beschouwden.

Irigaray schreef veel over de opvoeding van jongens en meisjes, maar ook over het verschil in taalgebruik tussen vrouwen en mannen. Zij riep vrouwen op zich in te zetten voor een eigen identiteit, een eigen stem. Ze moedigt hen aan zelf te schrijven en te spreken. De vrouwelijke stem is volgens haar in de filosofie (haar vakgebied), monddood gemaakt. Ik weet niet of het wat dat betreft met haar eens ben, zeker tegenwoordig niet. In vroeger eeuwen wel. In de tijd dat ook het werk van vrouwelijke wetenschappers in het algemeen minder werd genoemd en gewaardeerd. Het is overigens nog steeds opmerkelijk dat er veel meer mannelijke hoogleraren zijn dan vrouwelijke.

Emeritus professor Gloria Wekker heeft op 11 december de Joke Smitprijs gewonnen voor haar niet aflatende werk om feminisme op de kaart te zetten. Zij zet vraagtekens bij Nederland als vriendelijke en ethische natie. met name in haar boek White Innocence gaat zij hier diep op in.

Onderwijs

Om over na te denken:

In hoeverre bevordert ons taalgebruik in het onderwijs de ongelijkwaardigheid tussen jongens en meisjes ? In hoeverre kiezen we bij –ik noem maar iets- voorbeeldzinnen wanneer we grammatica uitleggen stereotypen? Hoe vaak zegt een leraar of lerares: Dat doen meisjes (of jongens) niet (of juist wel)? En vul maar aan.

Hoe kiezen we kinderen of jongeren voor een klus? Bijvoorbeeld bij taken voor een uitstapje? Vragen we de meisjes iets lekkers te maken en de jongens om geld te verzamelen? Of is die tijd voorbij dat dit gebeurt? En is het erg als het wel gebeurt? Hoe kun je meisjes in hun eigenheid en jongens in hun eigenheid aansporen te zijn wie ze zijn?

Hoe geef je vorm aan de –o zo belangrijke- leraar-leerling relatie als het gaat om jongens en meisjes?

Als ik terugkijk op de tijd dat ik zelf lesgaf, ben ik me er van bewust dat ik subtiele verschillen maakte in mijn bejegening van jongens en meisjes. Ik herinner me dat ik tegen jongens wat stoerder taalgebruik bezigde, ook in lichaamstaal. Dat ik een verdrietig meisje met ander taalgebruik troostte dan een jongen. Dat soort dingen. Is dat erg? Boeiend is natuurlijk waar het ongewenste verschillen vergroot en welk effect ander taalgebruik gehad zou hebben. Er is, zoals gezegd, ook verschil tussen jongens en meisjes. Een verschil dat we best mogen benadrukken, zolang we beiden volstrekt gelijkwaardig benaderen. 

Hoe is dat nu in scholen en klassen?

Welke rol hebben leraren en leraressen op het ervaren van gelijkwaardigheid, of het ontbreken ervan bij leerlingen? Dat begint uiteraard bij de leraren zelf en hoe zijzelf zijn grootgebracht en hoe ze zich inmiddels hebben ontwikkeld. Zij zullen zonder enige twijfel uitdragen wie ze zelf zijn in deze. Want, om met Parker Palmer te spreken: je brengt jezelf mee in de klas.

Voorts komt de rol en de waardering van mannen en vrouwen terug in de lesstof. Hoeveel docenten maken dit bespreekbaar? Hoeveel docenten maken het verschil tussen mannen en vrouwen tot een onderwerp?

In hoeverre hebben scholen en/of individuele docenten zich bewust ten doel gesteld het thema mannen en vrouwen niet alleen op de agenda te zetten, maar het ook als onderwerp van reflectie te beschouwen?

Ik kan dat laatste alleen maar van harte aanbevelen.

 

 https://www.trouw.nl/cultuur/ontleedster-van-misogyne-mythes~a2549730/

 https://www.amazon.com/Philosophy-Without-Women-Contemporary-European/dp/0826458491

 Irigaray. L. (1990). Ik, jij, wij. Utrecht: VBK media.

 Palmer, P.J. (2005). Leraar met hart en ziel. Groningen: Wolters Noordhof.


 

 

 

 

 
Count of comments: 0
Posted on 11 Dec 2017 by SandraV
Ogen
printable version

Ogen

 

Je hebt vast al vele malen de reclameboodschap van Klaverblad gezien. Kern van deze commercial is de man die zo te zien de baas van het spul is. Een grijze meneer bij wie de uitdrukking in de ogen laat zien wat hij vindt. Mensen van binnen en buiten de organisatie komen met voorstellen bij – ik vermoed- de directie en stellen dat hun voorstel een verbetering is. In de meeste gevallen vindt de baas het – in mijn ogen terecht- een onethisch voorstel. Een week later de schade uitbetalen, een telefonisch kiessysteem invoeren en alle telefonistes eruit flikkeren, je gaan profileren met iets waar je geen verstand van hebt, energie bijvoorbeeld. Je ziet hem eerst belangstellend luisteren, maar op het moment dat de onethische component erin komt, verstrakt zijn blik.
Ogen maken een buitengewoon belangrijk deel uit van de communicatie. Veel ouderen onder ons zijn opgegroeid met het oog van God. Ik zelf niet, maar mijn moeder wel. Zij vertelde dat haar was gezegd dat Go alles zag wat je deed en dat je dus altijd het goede moest doen. Dat had tot gevolg dat wanneer zij ergens in het veld aan het spelen was, ze niet ergens durfde te gaan zitten plassen, want stel je voor dat God dat zag.

 

Kunst

De ogen van de Mona Lisa zijn vermoedelijk enkele van de meest besproken ogen in de geschiedenis. Ze lijkt je aan te kijken, ongeacht de hoek van waaruit je naar het schilderij kijkt. Nog niet zo lang geleden werd beweerd dat er minuscule cijfertjes en lettertjes in haar ogen verwerkt zouden zijn.

Ook mijn favoriete kunstenaar, de schilder Amedeo Modigliani gebruikte de ogen van de personen in zijn portretten. Hij wilde de uitspraak Ogen zijn de spiegel van de ziel, daadwerkelijk schilderen. Zijn geliefde Jeanne Hébuterne speelt daarin een grote rol. Odette Berijinck vertelt het verhaal over Modigliani en zijn geliefde in het magazine Paradijsvogels.

 

Aandacht

 

Ogen spelen ook een belangrijke rol bij het geven van aandacht. Ogen zijn een van de allereerste dingen die we zien van onze moeder en vader, vlak nadat we geboren zijn. De manier waarop die ogen naar ons kijken, dan en in de jaren daarna, heeft veel invloed op de manier waarop we anderen ervaren en waarop we met anderen omgaan.

In een mooi en inspirerend gesprek dat ik deze week had met iemand over dit thema, deed zij het nog eens voor: praten met iemand terwijl je voortdurend wegkijkt, of een ander persoon of object volgt met je ogen. Aandacht geven betekent de ander voortdurend aankijken, in ieder geval zodanig dat de ander weet dat jij nergens ander mee bezig bent.
Je ziet het ook aan iemands ogen als diegene weliswaar humt tegen je, en je af en toe aankijkt, maar zichtbaar ergens anders is met zijn of haar gedachten. Aankijken of wegkijken heeft te maken met de bereidheid tot contact. Zo zullen we in situaties waar we tot elkaar veroordeeld zijn: dicht tegen elkaar aan, hangend aan de lus in de bus, geen oogcontact maken en als we het toch doen, snel ongeïnteresseerd wegkijken in de meeste gevallen. Toch ontstaat ook in dat soort situaties wel eens een leuk, heel kort contact. Een snelle blik van herkenning met een volslagen onbekende over een situatie waarin zij zich beiden bevinden. Of een onverwacht gesprek dat ontstaat wanneer een trein plotseling lange tijd blijft stilstaan, midden in een weiland.

 

Onderwijs


Veel docenten weten een klas in belangrijke mate te beïnvloeden met hun ogen. Als iemand over de schreef gaat hoeven ze maar te kijken. De wenkbrauwen en het verdere gebied rond de ogen spelen daarbij ook een rol, maar het belangrijkste signaal komt vanuit de ogen zelf. Niet alleen in corrigerende zin, maar ook in bemoedigende zin kan de docent zijn of haar ogen gebruiken in de klas. Ik herinner me nog uit mijn eigen schooltijd dat ik een proefwerk (zo heette dan toen nog) aan het maken was bij Frans en dat ik er niet veel van bakte. Op een gegeven moment keek ik op, vermoedelijk met enige paniek in de ogen en keek recht in de ogen van de docent, die vanachter de lessenaar naar mij zat te kijken. Hij glimlachte me bemoedigend toe, met veel warmte in zijn ogen. Ik weet niet meer hoe ik het er met het proefwerk heb afgebracht, maar het hielp me om rustiger te worden.

Ogen van mensen zeggen veel. Mensen kunnen vrolijk doen en een trieste blik in de ogen hebben. Dat geldt ook voor leerlingen uiteraard, en voor collega’s. Die blik bewust waarnemen en er op reageren kan veel goed doen. Het vraagt van ons dat we net iets beter opletten, dat we net iets beter kijken, dat we er net iets langer blijven stilstaan wat daar te zien is, in die ogen.

 

https://www.scientias.nl/verborgen-letters-in-de-ogen-van-mona-lisa/

http://www.paradijsvogelsmagazine.nl/de-ogen-van-modigliani/

Count of comments: 0
Posted on 08 Jul 2017 by SandraV
De kunst van de ontmoeting
printable version

Prijs

Nederlanders krijgen mooie buitenlandse prijzen. Denk bijvoorbeeld aan de Nobelprijs voor Ben Feringa, een Golden Globe voor Paul Verhoeven, een Rocky Award voor Floortje Dessing.

Wie ook een mooie prijs krijgt is Adelheid Roosen. Zij ontvangt op 23 oktober in New York de Gilder/Cogney international Theatre Award van de League of professional Theatre Women. Adelheid maakt theater op plaatsen waar kwetsbaarheid groot is, aldus de jury. Mooi, maar wat doet zij dan? Vandaag staat er een meerdere pagina’s groot artikel in Trouw.

Het startpunt voor haar theatervoorstelling waar ze de prijs mee gewonnen heeft is ontmoeting tussen vreemden. Ze gaat de wijk in en laat onbekenden elkaar ontmoeten en er een voorstelling over maken. Ze gaat nog een stap verder: theatermakers bellen aan bij onbekenden en laten zich ‘adopteren’. Ze slapen en eten bij de onbekenden en proberen elkaar nader te komen. Ze noemt dat: Wijksafari. Bezoekers van de voorstelling rijden per scooter langs de huizen en kijken naar korte voorstellingen bij de buurtbewoners thuis. Ze deed hetzelfde in de Bijlmer, in de Utrechtse wijken Zuilen, Ondiep en Overvecht, in Damascus en in enkele Mexicaanse steden. Momenteel in Amsterdam. Deze manier van werken is een onderdeel geworden van de theateropleiding.

Voor Adelheid is ontmoeting de grootste kunst. De ander is een spiegel voor je, betoogt ze. In het gezicht van de ander ontmoet je jezelf zegt zij Levinas na. Ook haalt zij Hannah Arendt, Peter Sloterdijk en Gandhi aan. De vraag: Wie ben je eigenlijk? Is een leefhouding voor haar geworden, ook in haar persoonlijke leven.

Het gezicht van de ander

Eerlijk gezegd weet ik nog niet of het iets voor mij zou zijn om in het huis van een totaal onbekende familie te gaan logeren. Of eten. Maar het zette me aan het denken over het de vraag hoe ontmoetingen op school verlopen. Stel je voor dat we die ene zin op iedere school groot aan de muur zouden hangen en er ook naar zouden leven: In het gezicht van de ander ontmoet je jezelf. Stel, we zouden dat allemaal tot ons door laten dringen, stel we zouden daarover met elkaar in gesprek gaan: In hoeverre zijn we vreemden voor elkaar? Klopt dat, dat je in het gezicht van de ander jezelf ontmoet? Wat betekent dat concreet voor het omgaan met elkaar? Hoe angstig of juist veilig zouden we ons voelen bij elkaar? Welke dingen zouden we wel en niet zeggen tegen elkaar? Hoeveel begrip zouden we kunnen opbrengen voor elkaar? Wanneer zouden we elkaar wel of juist niet helpen?

Wat zou er gebeuren wanneer we aan onze collega of aan onze leerlingen zouden vragen: Wie ben je eigenlijk? Wat houdt je werkelijk bezig? En dat we dan het gezicht van die ander zouden bekijken alsof het voor het eerst was?

Misschien ontdekken we dan vanzelf of en op welke manier je in het gezicht en de woorden van de ander jezelf ontmoet. Probeer het, maandag op school.

 

 

 Je kunt meedoen: kijk op zinaplatform.nl 


Count of comments: 0
Posted on 17 Jun 2017 by SandraV
Kritisch denken
printable version

Kritisch denken

Informatie

Jongeren doen hun informatie steeds vaker op via internet. Ze kijken nauwelijks nog naar bijvoorbeeld het Journaal en velen lezen geen enkele krant, ook niet digitaal. Daar staat tegenover dat de bronnen die de jongeren raadplegen weer te weinig worden ingezet. Dat mogelijke gebrek aan evenwicht verdient aandacht. Zowel van gebruikers van traditionele media als van gebruikers van nieuwe media.

We komen allemaal steeds vaker televisieprogramma’s of YouTube filmpjes tegen waarvan je niet zeker weet wat de feitelijke onderbouwing ervan precies inhoudt. Hoe moeten we berichten inschatten? De term fake-news valt steeds vaker en ook alternative facts doen blijkbaar opgeld. En wie weet trouwens wie het eerst kwam met die term en bij welke gelegenheid?

Bovendien doen zich allerlei technologische ontwikkelingen voor, die diepgaande invloed hebben op de samenleving. Van mensen wordt verwacht dat ze kunnen meebewegen met al deze ontwikkelingen.

Om de ogenschijnlijk steeds ingewikkeldere wereld goed te kunnen begrijpen en duiden is het nodig er kritische vragen bij te stellen. Om dat te doen is het van belang kritisch te kunnen en durven denken.

Kritisch denken

Een van de doelen van het rapport onderwijs 2032, samengesteld in samenspraak met het onderwijsveld, is het aanleren van kritisch denken. Sommige docenten menen dat dat weer extra tijd gaat kosten, maar kritisch denken zou onderdeel moeten uitmaken van het dagelijkse programma. Het is een vaardigheid, een attitude, die vooral voorgeleefd zou moeten worden, aan de orde komen in de dagelijkse onderwijspraktijk en niet aangeleerd als een apart vak.

Of je het nu eens bent met het rapport onderwijs 2032 of niet - het rapport kreeg ook veel kritiek- kritisch denken is noodzakelijk. In feite heeft het ontbreken ervan als een van de concrete aandachtspunten in het bestaande onderwijs, gehoorzamen was lange jaren het adagium, mede geleid tot het kunnen ontstaan van veel verwarrende en onvolledige uitingen van kritiekloos denken.

Waaruit bestaat kritisch denken? Zonder volledig te willen zijn hier een aantal aandachtspunten:

1.     Eerst nadenken voor je wat zegt. Roep niet het eerste dat in je opkomt. Wees open-minded.

2.     Stel vragen: Hoe weet je dat? Hoe kom je aan de informatie? Is dat een goede bron? Is er nog een ander standpunt mogelijk? Wat zou een tegenstander zeggen over dit thema?

3.     Verbanden kunnen zien tussen verschillende thema’s.

4.     Aannames herkennen, bij jezelf en anderen.

5.     Tegenstellingen zien in redeneringen.

6.     Het standpunt van de ander kunnen waarnemen.

7.     Vanuit een bovenliggend punt naar een kwestie kunnen kijken om het geheel te kunnen overzien.

8.     Eigen valkuilen en stokpaardjes kunnen herkennen.

9.     Argumenten kunnen benoemen.

10.  Systematisch denken.

Deze dingen laten zich toepassen en oefenen in iedere les. En ook tijdens iedere vergadering met collega’s.

Het lijkt me zeer zinvol om dit te doen.

 

Bronnen (behalve de in de voetnoten genoemde):

http://www.criticalthinking.net/definition.html

https://www.edutopia.org/blog/critical-thinking-pathways-todd-finley

 

 

 

 http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/54086

 http://onsonderwijs2032.nl/advies/

 https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/568284

Count of comments: 0
Posted on 12 Jun 2017 by SandraV
Hou van mij
printable version

Hou van mij

 

Hoeveel kun je van kinderen houden en van hoeveel kinderen kun je houden? En hoe kun je dat doen? Door positieve woorden? Door aandacht en tijd? Anders? Dat waren de vragen die een rol speelden bij het uitstekende Verus congres in t Spant in Bussum, jongstleden donderdag 18 mei. Thema van de bijeenkomst was: Hou van mij. Een moedig onderwerp om centraal te stellen op een congres met honderden mensen.
 

Ik wil een paar van de momenten delen die mij persoonlijk zijn bijgebleven.


Allereerst was daar het openingsfilmpje waarin we kennismaken met een meisje dat vertelt over haar schoolcarrière. Ze laat ons weten dat ze het helemaal niet naar haar zin had op het VMBO. Ze vindt er niets aan op school en verwaarloost haar huiswerk. Dan komt het moment dat ze met school naar Oeganda gaat en daar in contact komt met jongeren. Eén meisje is haar speciaal bijgebleven. Dat meisje huilde in haar armen vanwege het feit dat ze niet naar school kon. Ze wilde zo heel graag leren, maar dat kon niet, want ze had geen toegang tot school. Vanaf dat moment is onze VMBO leerlinge gemotiveerd. Ze ziet in welke kans ze eigenlijk heeft doordat ze naar school kan. Ze neemt zich voor om dokter te worden, traumachirurg om precies te zijn. Ze wil dat worden en zich aansluiten bij Artsen zonder grenzen. Op school reageert men verschillend op haar wens. De meeste leraren schudden hun hoofd. Maar één docent, niet eens een van eigen docenten helpt haar om de havo te bereiken. Hij maakt en schema en een programma voor haar om door te kunnen stromen. Hij spreekt  geregeld met haar over haar motivatie en aanpak. Ze is erg blij met de leraar die haar aanmoedigt en iets ziet in haar wens. Het filmpje laat zien dat ze nog even gemotiveerd is om haar doel te bereiken.

Tweede voorbeeld is Peter Heerschop. Ik wist helemaal niet dat deze cabaretier ook leraar was. Gymleraar en leerlingbegeleider is hij jaren geweest. Aan de hand van soms hilarische verhalen maakt hij ons deelgenoot van zijn visie: Hou van de leerlingen. Geef ze het gevoel dat ze er toe doen en dat ze betekenis hebben. Een van de vragen die hij stelde was: Wie was de eerste die jou het gevoel heeft gegeven bijzonder te zijn? Een voorbeeld uit zijn eigen leven was dit: Hij is een jaar of acht. Er is een vervangster gekomen omdat zijn eigen juf, iemand van wie hij bang is omdat ze vaak somber en onaardig is, tijdelijk afwezig is voor langere tijd. Deze vervangster komt een goed moment naar hem toe in de pauze en zegt: Ik heb alle opstellen gelezen en dat van jou vind ik erg goed. Jij kunt goed schrijven, zeg! Ik stel voor dat je het zo meteen in de klas voorleest. Peter omschrijft dit moment als mede bepalend voor zijn gevoel van ertoe doen. Peter, pedagoog geworden later, herhaalt het een paar maal: Houding is verhouding. De relatie draagt je les.

Het hele programma, de hele dag, ademt dat ene: Houd van je leerlingen. Zie ze. Het is een houding, niet nog een opdracht erbij. Geef de kinderen liefde mee, door middel van een blik, een opmerking, een compliment.

Ik ging geïnspireerd naar huis. In de trein dacht ik terug aan mijn eigen schooltijd. Zowel als leerling als in mijn rol als docent. Wie had mij zulke momenten meegegeven? Aan wie had ik zulke momenten meegegeven?

En weer kwam het inzicht dat er dingen zijn die tijdloos blijven, binnen alle veranderingen in het onderwijs. Leraren die leerlingen zien en van ze houden zijn van alle tijden.

 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 20 May 2017 by SandraV
Het academisch genootschap
printable version

http://www.drknippenbergcollege.nl/Nieuws/item/ArticleId/222/De-meiden-van-het-Academisch-Genootschap-ontvingen-Sandra-Verbruggen#.WPyMetLyjIU

Count of comments: 0
Posted on 23 Apr 2017 by SandraV
Meer dan een verhaal
printable version

In haar TED talk The danger of a single story pleit storyteller Chimamanda Adichie voor het vertellen van meer dan één verhaal. Want, zo zegt zij: Eén verhaal verdeelt, verbindt niet. Verhalen overlappen elkaar. Ze geeft een heleboel voorbeelden, waarin haar vaderland Nigeria en haar werelddeel Afrika een belangrijke rol spelen. De verhalen die allerlei vooroordelen weerspiegelen. Zo neigen we er allemaal toe om alleen ons eigen perspectief op een persoon of situatie als waarheid in een verhaal te vatten. Maar ook om slecht een enkel detail van een groter verhaal te vertellen. Zo geeft zij als voorbeeld dat zij als jong kind over de familie van de bediende steeds opnieuw te horen kreeg dat zij erg arm waren. Nooit hoorde zij dat zij ook prachtige manden maakten.

Dit heeft allerlei nadelen, zo legt Adichie uit. Ze vertelt dat alle verhalen in kinderboeken gingen over blanke kinderen en spelen in de sneeuw. In de literatuur was blijkbaar geen verhaal waarin donkere kinderen figureerden. Refererend aan haar eigen achtergrond: Er zijn veel mensen die menen dat Afrikanen geen literatuur lezen, dat alle Afrikanen arm zijn. Veel mensen menen dat Afrika een land is en geen werelddeel. Zij kennen geen enkel, of maar één verhaal over Afrika. Ze vertelt over haar kamergenote aan een Amerikaanse universiteit die er blijk van gaf onjuiste verhalen over Afrika te vertellen tegen zichzelf en daarmee een ongelijkheid te creëren. Ze meende bijvoorbeeld dat Afrikanen niet wisten wat een fornuis is. Onbedoeld stelde de kamergenote zichzelf boven Chimamanda.

Ze nodigt iedereen uit tenminste op zoek te gaan naar meer verhalen over personen en situaties, zodat een breder en genuanceerder beeld ontstaat.

Maatschappij

Welke verhalen vertellen we onszelf en anderen over bepaalde groepen in de maatschappij, zonder de mensen werkelijk te kennen die bij die groep horen? Over vluchtelingen, groepen wielrenners op zondagochtend, voetbalsupporters, Zuid-Europeanen, aanhangers van bepaalde politieke partijen, mensen in bepaalde wijken, vul maar aan naar eigen idee. Zo denken we bij groepen wielrenners op zondagochtend mogelijk alleen maar aan het feit dat zij een last zijn op fietspaden en geen rekening houden met anderen. We denken er misschien niet aan dat er mogelijk groepen zijn die dat niet doen, dat zo’n groep bestaat uit vrienden die veel plezier halen uit het samen fietsen en dat zij zich veel moeite getroosten om hun sport te kunnen beoefenen, en dat het behalve wielrenners ook hardwerkende vaders en geliefden zijn. Door slechts een enkele verhaal te vertellen over mensen en situaties, een verhaal dat mogelijk niet klopt, stellen we onszelf in een aantal gevallen onterecht boven die ander.

School

Het brengt me op de vraag in hoeverre we op school uitgaan van een enkel verhaal, een enkel perspectief, in het omgaan met leerlingen en collega’s.

Neem nu het begin van het nieuwe schooljaar. We nemen leerlingen over van collega’s die hen in het vorige schooljaar les hebben gegeven. Zijn we bereid eerst de leerling te leren kennen en er vooralsnog geen mening over te hebben, of baseren we ons op verhalen van anderen?

Als de leerling oudere broers of zussen heeft, die wij in de klas hebben gehad, laten we ons daardoor dan beïnvloeden? Ik herinner me nog wel dat ik collega’s had die zeiden: Nou, gefeliciteerd, je krijgt het broertje van die-en-die in de klas, maak je borst maar nat!

In hoeverre vullen we verhalen in over collega’s die een andere religie hebben of een andere huidskleur? In hoeverre blijven we vasthouden aan een verhaal over een collega met wie we ooit onenigheid hadden tijdens een vergadering en die we sindsdien zoveel mogelijk ontlopen? En in hoeverre brengen we een mogelijk eenzijdig verhaal over op onze leerlingen, zonder er goed bij stil te staan?

Wat weet ik?

Zou het niet mooi zijn om bij elk verhaal dat we onszelf vertellen onszelf af te vragen: Wat weet ik werkelijk? Welke andere verhalen zijn er ook nog? En wat wil ik eigenlijk door dit verhaal over iemand te vertellen?

 

 

 https://www.ted.com/talks/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story?language=nl


Count of comments: 0
Posted on 17 Apr 2017 by SandraV
Het is cruciaal dat leerlingen met nieuws leren omgaan.
printable version

Use the news (eerder geplaatst in 2013)

Al snel na het overlijden van Mandela, gisteravond, verscheen er een tweet van iemand die zich Paris Hilton noemt en ze schrijft daarin onder meer: Ik ben zo geïnspireerd door uw I have a dream speech. Verontwaardiging over zoveel domheid alom. Tsssss, dat zij niet weet dat die speech van Martin Luther King is!! Vandaag bleek het een grap. Iemand anders had zich voor haar uitgegeven. Maar het zo maar echt gebeurd kunnen zijn. Hoeveel Nederlandse leerlingen kennen het onderscheid tussen deze twee grote mannen? 
De reacties op de dood van deze bijzondere man laten zien dat hij voor altijd zal voortleven. Over tweehonderd jaar zal men nog altijd weten wie Nelson Mandela was. Dat wil zeggen, als er op de juiste manier aandacht aan besteed wordt. Een van de manieren, er zijn er ontelbaar veel meer, is dit nieuws in context in de klas te behandelen. Nu, vandaag, de komende week, nu iedereen het erover heeft en mensen en media er vol van zijn.
Op de meeste scholen wordt op dit moment (nog) klassikaal en in aparte vakken lesgegeven. Je zou het dan zo kunnen aanpakken: Je hebt als docenten een format met elkaar gemaakt, of je doet dat nu. Daarin bekijkt ieder vak op welke manier het aandacht aan een nieuwsfeit kan besteden. In het geval van het overlijden van Mandela kan dat zijn voor aardrijkskunde: waar ligt Zuid Afrika? Hoeveel mensen wonen daar? Welk klimaat hebben ze daar? En zo voort. Bij geschiedenis: Wat heeft Mandela voor de geschiedenis betekend? Wat heeft hij gedaan om verandering te brengen? Bij levensbeschouwing: welke religies kennen de Zuid Afrikanen? Hoeveel mensen geloven? En waarin geloven ze? Bij gym zou je aandacht kunnen besteden aan een sport die erg populair was bij de Olympische Spelen die in Zuid Afrika zijn gehouden. Bij maatschappijleer kun je het hebben over apartheid, over armoede versus rijkdom en zo voort. We vragen aan het einde van een vooraf afgesproken periode, waarin alle vakken er vanuit hun eigen inhoud aandacht aan besteden, aan de leerlingen of ze alles wat ze binnen dit nieuwsfeit geleerd hebben willen opschrijven. Ze zoeken er video's bij en foto's. De leerlingen geven elkaar feedback op het werk, liefst met een instrument als peerScholar. De docenten Nederlands kijken naar stijl en Nederlands. Iemand kijkt met hen naar de manier waarop media hierover berichten en hoe je dat moet interpreteren. Denk bijvoorbeeld aan het bericht in de Telegraaf vandaag waarin staat dat veel politici reageren op de dood van Nelson Mandela die op Sinterklaasavond overleed (mèt Zwarte Piet)Op dit bericht wordt op Twitter door velen verontwaardigd gereageerd. Bespreek met de leerlingen wat maakt dat deze mensen verontwaardigd zijn. vraag hoe ze hier zelf tegenover staan. Leerlingen maken een Prezi en geven een presentatie. Je kunt de tweet van Paris Hilton laten zien en zeggen: wat klopt hier niet? U begrijpt waar ik heen wil. 
Op dit concept zijn vele varianten te bedenken, maar mijn punt is dat ik denk dat belangrijk is voor leerlingen van nu, die soms pas geboren zijn nadat Mandela uit de actieve politiek teruggetreden was, dat ze heel goed begrijpen wie dat was, en in samenhang leren kijken naar dit leven en sterven.

Dit schreef ik in 2013. Vandaag stond dit bericht bij de NOS: http://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2166244-het-is-cruciaal-dat-kinderen-met-nieuws-leren-omgaan.html

Count of comments: 0
Posted on 02 Apr 2017 by SandraV
Het lerarenregister
printable version

Uitstel

De Eerste Kamer stelt vandaag voor om de invoering van het lerarenregister uit te stellen. Dat lijkt me een goed plan.

Redenen voor uitstel zijn onder meer:

·        De beroepsgroep vreest van bovenaf opgelegde regel- en administratieve druk.

·        De groep “Leraren in actie’’ oefent druk uit op de senaat. Veel leraren zouden nauwelijks weet hebben van het register. Daarmee zou er te weinig draagvlak zijn voor de wet.

Maar de wet komt er wel, zij het met uitstel. Vanaf 2022 moeten alle leraren geregistreerd staan. Inmiddels staan meer dan 60.000 leraren al in het register, waarvan meer dan 34.000 alles hebben ingevuld.

Onrust komt mede voort uit de vraag welke criteria worden gebruikt. Welke rol hebben schoolbesturen? Hoe kan van bovenaf worden gezien welke cursussen een school in een bepaalde ontwikkelingsfase nodig heeft? De VO-raad wil daarom ook betrokken worden bij de ontwikkeling van de gang van zaken rondom het register. Men vraagt zich op de scholen af wat men aan moet met leraren die geen bijscholing volgen. Ze staan nu eenmaal wel op de loonlijst en een leraar kan in Nederland maar heel moeilijk ontslagen worden.

Verandering

In de vele jaren dat ik docent was, en later in de twintig jaar dat ik met docenten, schoolleiders en docenten werk, zie ik de vraag naar het hoe en waarom van het leren van docenten in allerlei vormen langskomen. Er zijn docenten die uit zichzelf graag willen leren en dat ook doen. Die hoef je niet aan te sporen. Er is een grote middengroep die met enige aansporing het ook leuk vindt om te leren. En er is een groep die er niet voor voelt en zich verschuilt. Deze gang van zaken is analoog aan die bij leerlingen. Ook bij schoolleiders zie je deze verschillen. Vragen binnen coaching en intervisie in het onderwijs gaan bijvoorbeeld over: Hoe motiveer ik mijn leerlingen, mijn docenten, tot intrinsieke motivatie? Hoe breng ik werkelijke beweging, waar blokkeer ik zelf beweging?

Een van de redenen is naar mijn idee dat er tot voor enkele jaren in de opleidingen voor het overgrote deel aandacht werd besteed aan de vakmatige inhoud. Toen ik zelf docent werd leerde ik alles over Duits. In een bijvak werd ook nog didactiek gegeven en we kregen een paar uurtjes pedagogiek. Over reflectie en blijven leren werd toen helemaal niet gesproken. Veel docenten kijken er nog steeds zo naar. Ik ben docent in dit of dat vak. Hoewel er de laatste tientallen jaren veel meer aandacht is voor reflectie en het leren van docenten, en de lerarenopleidingen zich gelukkig prachtig op een eigentijdse manier ontwikkelen, is het nog altijd geen usance voor een aantal leraren om zich actief lerend op te stellen.

Dit heeft ook, ten tweede, te maken met het feit dat wij in een transitie zitten van een top-down gehoorzaamheidscultuur naar een cultuur van autonomie en netwerken. De machtsverhoudingen veranderen in een razend tempo. Velen wachten af wat ze moeten doen, in plaats van zelf in actie te komen. Zo zijn we eeuwenlang opgevoed.

Op een bepaalde manier laten scholen perfect zien wat er momenteel verandert in de maatschappij. Binnen het onderwijs broeit het al een tijd, meer of minder net onder de oppervlakte, maat steeds meer zichtbaar. Veel mensen willen verandering, willen mee in de zojuist omschreven verandering van top down naar autonoom. Onderwijs dat veel meer persoonlijk gericht is en autonomie bevordert. Je ziet dat scholen meer en meer gehoor geven aan deze roep en daarop ook hun structuur en aanpak aanpassen. Het onderwijs richt zich meer op de persoonlijke talenten van leerlingen, omdat men ziet dat het toch wat vreemd is om aan hele groepen leerlingen hetzelfde voor te schotelen, alleen omdat ze even oud zijn. Meer en meer wordt ook gezien dat het goed is om vakken met elkaar in verband te brengen, een groter overzicht aan te reiken.

Deze ontwikkelingen hebben tijd nodig, maar zijn mijns inziens inmiddels onontkoombaar geworden. Dat betekent voor het onderwijs dat ook voor docenten geldt dat zij zich, meer dan voorheen, individueel gaan ontwikkelen. dat er meer aandacht komt voor hun persoonlijke talenten. In die zin heeft het register het bij het rechte eind. Portfolio’s voor docenten, analoog aan portfolio’s voor leerlingen. Uitstekend. Zij die dit hele proces werkelijk snappen, hebben zich dan ook al ingeschreven voor het register of zullen dit spoedig doen. Tot zover allemaal mooi. Echter, de groep voor wie je het register onder meer in het leven hebt geroepen, de mensen die je soms of vaak moet aansporen om intrinsiek gemotiveerd te zijn om iets te leren, die mensen daar moet je achteraan, voor hen moet je hen van bovenaf opleggen. Oude manieren dus. En het zal niet echt helpen. Met veel druk en navragen zal er voor iedereen uiteindelijk iets in het register staan. Maar de vraag blijft: hebben die mensen dan werkelijk iets geleerd? Is dat niet vergelijkbaar met de leerling die met veel hangen en wurgen een zes min haalt en dan nog niet gemotiveerd is om werkelijk iets van dat betreffende vak te leren? Op een bepaalde manier zijn we dan terug bij af. De groep die je er altijd met de haren bij moet trekken, om welke reden dan ook, zul je er dan nog steeds bij de haren bij moeten trekken. En als je geen sancties hebt, omdat je iemand die niet meedoet niet kunt ontslaan, dan verandert er niets. Het werkt alleen bij intrinsieke motivatie.

De vragen

Dus een vraag, los van alle druk van bovenaf, is: Hoe maak je docenten werkelijk autonoom, zodat ze vanuit zichzelf gemotiveerd zijn om te leren en het professioneel vinden om dat ook te registreren, maar vooral om dat in hun dagelijkse lespraktijk te laten zien?

En een tweede vraag is: Hoe kan het lerarenregister zo gemaakt worden, dat het recht doet aan het veranderende tijdsbeeld, en daarmee aan de autonomie van de docenten en er geen teveel aan regeldruk en voorschriften bij komt kijken? Een register dat vooral laat zien: op deze professionals kun je werkelijk vertrouwen. Leraar is een beroep om trots op te zijn.

 

 

 http://www.trouw.nl/tr/nl/39682/nbsp/article/detail/4462045/2017/02/14/Senaat-wil-uitstel-fel-bekritiseerd-lerarenregiser.dhtml

 Rotmans. J (2014) Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt. Boxtel: Aeneas


Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV
Oud worden als kunst
printable version

Misschien

Misschien is het, omdat ik zelf wat ouder word. Misschien is het, omdat een goede vriend, weliswaar een stuk ouder dan ik zelf, onlangs overleed en een memorabele afscheidsdienst kreeg. Onvoorstelbaar dat daar het dode lichaam van de vriend, een oud-rector, lag, en je in alles zijn stem terug hoorde. Iemand die zoveel betekend had voor zoveel leerlingen en docenten. En uiteraard voor zijn vrouw en zonen, die alle drie spraken en al even eloquent waren als hun vader was.

Misschien is het omdat in de verkiezingsstrijd in een aantal gevallen over ouderen wordt gesproken alsof ze onmondig en eenvormig zijn. Misschien is het, omdat ik de afgelopen weken een paar zeer inspirerende ouderen op televisie zag en hoorde. Zoals Paul Verhoeven, die momenteel de ene prijs na de andere verdient met zijn film Elle. Of zoals sir Richard Attenborough, die met zijn werkelijk schitterende natuurfilms ook op zijn zeer eerbiedwaardige, hoge leeftijd zeer succesvol is. Hoe dan ook, vandaag gaat het hier over ouder worden.

In hun boek De kunst van het ouder wordende grote filosofen over ouderdom, gaan Joep Dohmen en Jan Baars in op de vraag wat ouder worden eigenlijk betekent. Is het de laatste reis naar de dood of een intens en diep ervaren afsluiting van het leven? Is het een kwestie van vooral proberen jong te blijven of heeft de ouderdom zijn eigen onvervreemdbare kwaliteiten? In hun boek laten zij een aantal filosofen aan het woord die zich bezig houden met dit thema.

De tijd en hoe die voorbij gaat

Waar is de tijd gebleven dat ik op mijn step de weg naar oma aflegde? Oma die 500 meter bij ons vandaan woonde en bij wie het altijd gezellig was? Ik hoef mijn ogen niet te sluiten om haar te zien. Haar stem herinner ik mij niet meer, ze overleed 50 jaar geleden. Haar veilige, warme huis herinner ik me des te meer. En mijn andere oma, die in de oorlog door de linies fietste om wat te eten te zoeken, die meneer pastoor durfde tegenspreken en uiteindelijk als zeer sterke, bijna honderd jarige, weggleed naar een andere wereld. Ook haar huis zie ik nog duidelijk voor me, haar Singer trapnaaimachine in de hoek van de kamer, waar ze met haar vaardige handen de mooiste kleren uit toverde.

En ineens ben ik bijna tien jaar geleden zelf oma geworden. De jaren zijn voorbij gegaan. Het leven heeft lessen met zich meegebracht. Op de drempel van oud worden roept de bespiegeling.

Oud zijn

In het genoemde boek, een forse uitgave van 480 bladzijden, worden allerlei zaken rondom ouder worden en de dood besproken vanuit diverse invalshoeken, bekeken vanuit de verschillende filosofische stromingen. Een feest om te lezen en erover na te denken. Een van de fragmenten die ervaar ik als inspirerend is het onderstaande. Ik hoop zo te kunnen zijn als ik tachtig ben. Het gaat over Goethe, iemand die je kunt scharen onder de stroming van romantici:

Ouder worden is dan ook een feest voor de tachtigjarige Johann Wolfgang. Eindelijk is hij vrij geworden van alle dwalingen uit zijn jeugd. Eindelijk is hij bevrijd van de lasten en de verplichtingen die het arbeidzame leven hem oplegde. Eindelijk kan hij zich in alle rust afvragen: wat zal ik morgen nou eens ondernemen? Hij kan zichzelf naarmate hij ouder wordt nog steeds op allerlei manieren uitdrukken. Intussen is Goethe bepaald niet blind voor de gebreken van de oude dag. Maar voor hem betekent ouder worden een nieuwe fase met eigen mogelijkheden, waarin je tijd kunt maken voor je vrienden en kunt genieten van investeringen die je tijdens je leven gedaan hebt en die je, al ben je tachtig, nog steeds kunt doen.

Maar ook duiken we al lezend in onderwerpen als het verschil in ouder worden tussen mannen en vrouwen en het verschil in bejegening van oudere mannen en vrouwen. Het onderscheid tussen ouderen en jongeren, erg mooi beschreven tussen Aristoteles. Het boek is erg leerzaam en onderhoudend en zet aan tot nadenken.

Ooit

De afscheidsdienst voor onze overleden vriend bracht me nog iets meer dan filosoferen en terugkijken op zijn leven, meer dan het nadenken over ouder worden. Of het met mijn eigen leeftijd te maken heeft weet ik niet, maar het overlijden en het afscheid van onze vriend bracht mij veel meer nog dan het overlijden van mijn eigen vader en moeder, respectievelijk 22 en 16 jaar geleden, bij het voelbare inzicht, de verpletterende waarheid van het feit dat het werkelijk ooit komt, ook voor mij. Ooit zal een dergelijk ritueel er ook voor mij zijn. Ooit blijft dit lichaam levenloos ergens liggen, ooit gebeurt dat echt. Het gekke is, dat we allemaal ergens menen dat dat moment nog ver weg is. Maar we weten het niet.

Goed om over na te denken dat dit werkelijk en onherroepelijk zo is. En wat je op dat moment wel en niet gedaan of niet gedaan wilt hebben in je leven. Zo is er het bekende lijstje van mensen die in de laatste ogenblikken van hun leven gevraagd werd wat ze hadden willen doen en niet gedaan hadden: Meer de dingen doen die je zelf wilt, in plaats het anderen naar de zin maken, meer tijd besteden aan dierbaren, moed hebben je gevoelens te uiten, vrienden niet uit het oog verliezen, het jezelf naar de zin maken.

Meer mensen voor mij hebben al eens geopperd dat het een goed idee zou zijn deze dingen bespreekbaar te maken in het onderwijs. Levenskunst. Zodat je weet hoe je kunt leven en niet met spijt hoeft terug te kijken als je oud bent. Ik ben het daarmee eens.

Voorlopig vind ik het advies in de opdracht die Joep Dohmen voor in het boek schreef voor me een echte inspiratie:

Maak van je ouder worden een kunstwerk.

Mooie uitdaging, die ik met genoegen aanga.

 

 Dohmen.J & Baars.J (2010). De kunst van het ouder worden. De grote filosofen over ouderdom. Amsterdam: Ambo/Anthos

 ibid. PP26-27. 


 

 

Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV
Wat ik had willen leren
printable version

Een bevriende Zuid-Afrikaanse wetenschapper met duizenden Facebookvrienden -veel Zuid-Afrikaanse studenten, maar ook anderen- stelt vrijwel dagelijks een vraag op Facebook die aan het denken zet. Hij krijgt steeds veel reacties.  

Ik verzocht hem de volgende vraag aan zijn FB vrienden voor te leggen:

Wat had je op school willen leren, maar is je daar niet geleerd?

Op de vraag reageerden meer dan honderd mensen. De antwoorden kwamen, samengevat, op het volgende neer:

Praktische vaardigheden en kennis

Ik had willen leren hoe ik met geld moet omgaan, mijn belasting moet invullen, hoe ik moet sparen, investeringen doen, een contract checken. Ik had willen leren kritisch denken, conflictbeheersing, onderhandelen. Graag had ik iets geleerd over agro-ecologie, tuinieren, zelf een tuin aanleggen en goed onderhouden. De dingen in- en rondom het huis. Een band plakken, de wasmachine repareren.

Een muziekinstrument bespelen, muziek componeren. Ballet.Drama. Kunst.

Hoe moet je een kind opvoeden? Hoe werkt borstvoeding?

Hoe kies je een studie, een goede universiteit. Hoe maak je keuzes in het algemeen? Hoe neem je beslissingen?

Ik had Afrikaanse talen willen leren. Zoals Zulu en Xhosa en talen zoals Chinees,Latijn, Portugees.

Alles over de geschiedenis van ons land. Ook de minder aangename. Alles over (pre-) Jan van Riebeeck, de geschiedenis van apartheid en pre-apartheid. De werkelijke historie van Zuid-Afrika. Afrikaanse helden en pioniers, geschiedenis gezien door de ogen van inheemsen.

Dingen zoals mediageletterdheid, onderzoeken, maar ook typen.

Hoe kan ik omgaan met de ins- en outs van politiek?

Evolutie, paleontologie, zoölogie, astrofysica.

Wetgeving, strategisch denken, ondernemerschap, HRM, timemanagement. Dingen die je moet weten als je een arbeidsplaats betreedt en die je op school nooit geleerd hebt. Coping, communicatie, Eerste hulp

Over wetenschap

Niet WAT, maar HOE je moet leren. HOE te denken, in plaats van WAT te denken. Het verschil tussen onderwijs, kennis en wetenschap en hoe e.e.a. toe te passen. De geschiedenis van de moderne wetenschap. Innovatie. Robotics, Computerwetenschap.

Over onszelf en anderen

Hoe kan ik mijn eigen verhaal schrijven. Hoe kan ik dingen maken die er toe doen? Hoe kan ik dingen waarderen die er toe doen? Levenskunst had ik willen leren, hoe een goed burger te zijn. Hoe begrijp ik vrouwelijke logica? Hoe kan ik mijn eigen talenten leren herkennen, voeden en gebruiken? Hoe weet ik wat mijn roeping in het leven is? Hoe kan ik mijn community helpen? Hoe kan ik met vertrouwen leren spreken en achter mezelf staan? Hoe kan ik leren mijn passie te volgen in plaats van geld?

Metafysica, meditatie, mindfulness, emotionele intelligentie, hoe kan ik het geluk in mezelf vinden, hoe kan ik omgaan met eenzaamheid,?

Respect, leiderschap, normen, waarden, common sense, geweldloos communiceren, assertiviteit, people skills, je comfortabel voelen met jezelf als je alleen bent, (religieuze) tolerantie, compassie. Habits of mind. Niet alles zo maar voor waar aan te nemen wat een autoriteit zegt. Leren dat perceptie de realiteit beïnvloedt. Hoe kan ik leiden? Hoe kan ik nieuwsgierig blijven naar de wereld?

En jij?

De Zuid-Afrikaanse situatie is niet helemaal vergelijkbaar met de Nederlandse, maar veel is wel vergelijkbaar. Wat herken jij in bovengenoemde onderwerpen en wat mis jij?

Wat vind jij helemaal niet in het onderwijs thuishoren van bovengenoemde zaken?

Welke van deze zaken zijn gemakkelijk in te passen in het huidige onderwijssysteem en wat zou een grotere verandering vragen?

 

 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV

<< Previous 1 2 3 Next >>

Powered by CuteNews