Ogen
printable version

Ogen

 

Je hebt vast al vele malen de reclameboodschap van Klaverblad gezien. Kern van deze commercial is de man die zo te zien de baas van het spul is. Een grijze meneer bij wie de uitdrukking in de ogen laat zien wat hij vindt. Mensen van binnen en buiten de organisatie komen met voorstellen bij – ik vermoed- de directie en stellen dat hun voorstel een verbetering is. In de meeste gevallen vindt de baas het – in mijn ogen terecht- een onethisch voorstel. Een week later de schade uitbetalen, een telefonisch kiessysteem invoeren en alle telefonistes eruit flikkeren, je gaan profileren met iets waar je geen verstand van hebt, energie bijvoorbeeld. Je ziet hem eerst belangstellend luisteren, maar op het moment dat de onethische component erin komt, verstrakt zijn blik.
Ogen maken een buitengewoon belangrijk deel uit van de communicatie. Veel ouderen onder ons zijn opgegroeid met het oog van God. Ik zelf niet, maar mijn moeder wel. Zij vertelde dat haar was gezegd dat Go alles zag wat je deed en dat je dus altijd het goede moest doen. Dat had tot gevolg dat wanneer zij ergens in het veld aan het spelen was, ze niet ergens durfde te gaan zitten plassen, want stel je voor dat God dat zag.

 

Kunst

De ogen van de Mona Lisa zijn vermoedelijk enkele van de meest besproken ogen in de geschiedenis. Ze lijkt je aan te kijken, ongeacht de hoek van waaruit je naar het schilderij kijkt. Nog niet zo lang geleden werd beweerd dat er minuscule cijfertjes en lettertjes in haar ogen verwerkt zouden zijn.

Ook mijn favoriete kunstenaar, de schilder Amedeo Modigliani gebruikte de ogen van de personen in zijn portretten. Hij wilde de uitspraak Ogen zijn de spiegel van de ziel, daadwerkelijk schilderen. Zijn geliefde Jeanne Hébuterne speelt daarin een grote rol. Odette Berijinck vertelt het verhaal over Modigliani en zijn geliefde in het magazine Paradijsvogels.

 

Aandacht

 

Ogen spelen ook een belangrijke rol bij het geven van aandacht. Ogen zijn een van de allereerste dingen die we zien van onze moeder en vader, vlak nadat we geboren zijn. De manier waarop die ogen naar ons kijken, dan en in de jaren daarna, heeft veel invloed op de manier waarop we anderen ervaren en waarop we met anderen omgaan.

In een mooi en inspirerend gesprek dat ik deze week had met iemand over dit thema, deed zij het nog eens voor: praten met iemand terwijl je voortdurend wegkijkt, of een ander persoon of object volgt met je ogen. Aandacht geven betekent de ander voortdurend aankijken, in ieder geval zodanig dat de ander weet dat jij nergens ander mee bezig bent.
Je ziet het ook aan iemands ogen als diegene weliswaar humt tegen je, en je af en toe aankijkt, maar zichtbaar ergens anders is met zijn of haar gedachten. Aankijken of wegkijken heeft te maken met de bereidheid tot contact. Zo zullen we in situaties waar we tot elkaar veroordeeld zijn: dicht tegen elkaar aan, hangend aan de lus in de bus, geen oogcontact maken en als we het toch doen, snel ongeïnteresseerd wegkijken in de meeste gevallen. Toch ontstaat ook in dat soort situaties wel eens een leuk, heel kort contact. Een snelle blik van herkenning met een volslagen onbekende over een situatie waarin zij zich beiden bevinden. Of een onverwacht gesprek dat ontstaat wanneer een trein plotseling lange tijd blijft stilstaan, midden in een weiland.

 

Onderwijs


Veel docenten weten een klas in belangrijke mate te beïnvloeden met hun ogen. Als iemand over de schreef gaat hoeven ze maar te kijken. De wenkbrauwen en het verdere gebied rond de ogen spelen daarbij ook een rol, maar het belangrijkste signaal komt vanuit de ogen zelf. Niet alleen in corrigerende zin, maar ook in bemoedigende zin kan de docent zijn of haar ogen gebruiken in de klas. Ik herinner me nog uit mijn eigen schooltijd dat ik een proefwerk (zo heette dan toen nog) aan het maken was bij Frans en dat ik er niet veel van bakte. Op een gegeven moment keek ik op, vermoedelijk met enige paniek in de ogen en keek recht in de ogen van de docent, die vanachter de lessenaar naar mij zat te kijken. Hij glimlachte me bemoedigend toe, met veel warmte in zijn ogen. Ik weet niet meer hoe ik het er met het proefwerk heb afgebracht, maar het hielp me om rustiger te worden.

Ogen van mensen zeggen veel. Mensen kunnen vrolijk doen en een trieste blik in de ogen hebben. Dat geldt ook voor leerlingen uiteraard, en voor collega’s. Die blik bewust waarnemen en er op reageren kan veel goed doen. Het vraagt van ons dat we net iets beter opletten, dat we net iets beter kijken, dat we er net iets langer blijven stilstaan wat daar te zien is, in die ogen.

 

https://www.scientias.nl/verborgen-letters-in-de-ogen-van-mona-lisa/

http://www.paradijsvogelsmagazine.nl/de-ogen-van-modigliani/

Count of comments: 0
Posted on 08 Jul 2017 by SandraV
De kunst van de ontmoeting
printable version

Prijs

Nederlanders krijgen mooie buitenlandse prijzen. Denk bijvoorbeeld aan de Nobelprijs voor Ben Feringa, een Golden Globe voor Paul Verhoeven, een Rocky Award voor Floortje Dessing.

Wie ook een mooie prijs krijgt is Adelheid Roosen. Zij ontvangt op 23 oktober in New York de Gilder/Cogney international Theatre Award van de League of professional Theatre Women. Adelheid maakt theater op plaatsen waar kwetsbaarheid groot is, aldus de jury. Mooi, maar wat doet zij dan? Vandaag staat er een meerdere pagina’s groot artikel in Trouw.

Het startpunt voor haar theatervoorstelling waar ze de prijs mee gewonnen heeft is ontmoeting tussen vreemden. Ze gaat de wijk in en laat onbekenden elkaar ontmoeten en er een voorstelling over maken. Ze gaat nog een stap verder: theatermakers bellen aan bij onbekenden en laten zich ‘adopteren’. Ze slapen en eten bij de onbekenden en proberen elkaar nader te komen. Ze noemt dat: Wijksafari. Bezoekers van de voorstelling rijden per scooter langs de huizen en kijken naar korte voorstellingen bij de buurtbewoners thuis. Ze deed hetzelfde in de Bijlmer, in de Utrechtse wijken Zuilen, Ondiep en Overvecht, in Damascus en in enkele Mexicaanse steden. Momenteel in Amsterdam. Deze manier van werken is een onderdeel geworden van de theateropleiding.

Voor Adelheid is ontmoeting de grootste kunst. De ander is een spiegel voor je, betoogt ze. In het gezicht van de ander ontmoet je jezelf zegt zij Levinas na. Ook haalt zij Hannah Arendt, Peter Sloterdijk en Gandhi aan. De vraag: Wie ben je eigenlijk? Is een leefhouding voor haar geworden, ook in haar persoonlijke leven.

Het gezicht van de ander

Eerlijk gezegd weet ik nog niet of het iets voor mij zou zijn om in het huis van een totaal onbekende familie te gaan logeren. Of eten. Maar het zette me aan het denken over het de vraag hoe ontmoetingen op school verlopen. Stel je voor dat we die ene zin op iedere school groot aan de muur zouden hangen en er ook naar zouden leven: In het gezicht van de ander ontmoet je jezelf. Stel, we zouden dat allemaal tot ons door laten dringen, stel we zouden daarover met elkaar in gesprek gaan: In hoeverre zijn we vreemden voor elkaar? Klopt dat, dat je in het gezicht van de ander jezelf ontmoet? Wat betekent dat concreet voor het omgaan met elkaar? Hoe angstig of juist veilig zouden we ons voelen bij elkaar? Welke dingen zouden we wel en niet zeggen tegen elkaar? Hoeveel begrip zouden we kunnen opbrengen voor elkaar? Wanneer zouden we elkaar wel of juist niet helpen?

Wat zou er gebeuren wanneer we aan onze collega of aan onze leerlingen zouden vragen: Wie ben je eigenlijk? Wat houdt je werkelijk bezig? En dat we dan het gezicht van die ander zouden bekijken alsof het voor het eerst was?

Misschien ontdekken we dan vanzelf of en op welke manier je in het gezicht en de woorden van de ander jezelf ontmoet. Probeer het, maandag op school.

 

 

 Je kunt meedoen: kijk op zinaplatform.nl 


Count of comments: 0
Posted on 17 Jun 2017 by SandraV
Kritisch denken
printable version

Kritisch denken

Informatie

Jongeren doen hun informatie steeds vaker op via internet. Ze kijken nauwelijks nog naar bijvoorbeeld het Journaal en velen lezen geen enkele krant, ook niet digitaal. Daar staat tegenover dat de bronnen die de jongeren raadplegen weer te weinig worden ingezet. Dat mogelijke gebrek aan evenwicht verdient aandacht. Zowel van gebruikers van traditionele media als van gebruikers van nieuwe media.

We komen allemaal steeds vaker televisieprogramma’s of YouTube filmpjes tegen waarvan je niet zeker weet wat de feitelijke onderbouwing ervan precies inhoudt. Hoe moeten we berichten inschatten? De term fake-news valt steeds vaker en ook alternative facts doen blijkbaar opgeld. En wie weet trouwens wie het eerst kwam met die term en bij welke gelegenheid?

Bovendien doen zich allerlei technologische ontwikkelingen voor, die diepgaande invloed hebben op de samenleving. Van mensen wordt verwacht dat ze kunnen meebewegen met al deze ontwikkelingen.

Om de ogenschijnlijk steeds ingewikkeldere wereld goed te kunnen begrijpen en duiden is het nodig er kritische vragen bij te stellen. Om dat te doen is het van belang kritisch te kunnen en durven denken.

Kritisch denken

Een van de doelen van het rapport onderwijs 2032, samengesteld in samenspraak met het onderwijsveld, is het aanleren van kritisch denken. Sommige docenten menen dat dat weer extra tijd gaat kosten, maar kritisch denken zou onderdeel moeten uitmaken van het dagelijkse programma. Het is een vaardigheid, een attitude, die vooral voorgeleefd zou moeten worden, aan de orde komen in de dagelijkse onderwijspraktijk en niet aangeleerd als een apart vak.

Of je het nu eens bent met het rapport onderwijs 2032 of niet - het rapport kreeg ook veel kritiek- kritisch denken is noodzakelijk. In feite heeft het ontbreken ervan als een van de concrete aandachtspunten in het bestaande onderwijs, gehoorzamen was lange jaren het adagium, mede geleid tot het kunnen ontstaan van veel verwarrende en onvolledige uitingen van kritiekloos denken.

Waaruit bestaat kritisch denken? Zonder volledig te willen zijn hier een aantal aandachtspunten:

1.     Eerst nadenken voor je wat zegt. Roep niet het eerste dat in je opkomt. Wees open-minded.

2.     Stel vragen: Hoe weet je dat? Hoe kom je aan de informatie? Is dat een goede bron? Is er nog een ander standpunt mogelijk? Wat zou een tegenstander zeggen over dit thema?

3.     Verbanden kunnen zien tussen verschillende thema’s.

4.     Aannames herkennen, bij jezelf en anderen.

5.     Tegenstellingen zien in redeneringen.

6.     Het standpunt van de ander kunnen waarnemen.

7.     Vanuit een bovenliggend punt naar een kwestie kunnen kijken om het geheel te kunnen overzien.

8.     Eigen valkuilen en stokpaardjes kunnen herkennen.

9.     Argumenten kunnen benoemen.

10.  Systematisch denken.

Deze dingen laten zich toepassen en oefenen in iedere les. En ook tijdens iedere vergadering met collega’s.

Het lijkt me zeer zinvol om dit te doen.

 

Bronnen (behalve de in de voetnoten genoemde):

http://www.criticalthinking.net/definition.html

https://www.edutopia.org/blog/critical-thinking-pathways-todd-finley

 

 

 

 http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/54086

 http://onsonderwijs2032.nl/advies/

 https://lirias.kuleuven.be/handle/123456789/568284

Count of comments: 0
Posted on 12 Jun 2017 by SandraV
Hou van mij
printable version

Hou van mij

 

Hoeveel kun je van kinderen houden en van hoeveel kinderen kun je houden? En hoe kun je dat doen? Door positieve woorden? Door aandacht en tijd? Anders? Dat waren de vragen die een rol speelden bij het uitstekende Verus congres in t Spant in Bussum, jongstleden donderdag 18 mei. Thema van de bijeenkomst was: Hou van mij. Een moedig onderwerp om centraal te stellen op een congres met honderden mensen.
 

Ik wil een paar van de momenten delen die mij persoonlijk zijn bijgebleven.


Allereerst was daar het openingsfilmpje waarin we kennismaken met een meisje dat vertelt over haar schoolcarrière. Ze laat ons weten dat ze het helemaal niet naar haar zin had op het VMBO. Ze vindt er niets aan op school en verwaarloost haar huiswerk. Dan komt het moment dat ze met school naar Oeganda gaat en daar in contact komt met jongeren. Eén meisje is haar speciaal bijgebleven. Dat meisje huilde in haar armen vanwege het feit dat ze niet naar school kon. Ze wilde zo heel graag leren, maar dat kon niet, want ze had geen toegang tot school. Vanaf dat moment is onze VMBO leerlinge gemotiveerd. Ze ziet in welke kans ze eigenlijk heeft doordat ze naar school kan. Ze neemt zich voor om dokter te worden, traumachirurg om precies te zijn. Ze wil dat worden en zich aansluiten bij Artsen zonder grenzen. Op school reageert men verschillend op haar wens. De meeste leraren schudden hun hoofd. Maar één docent, niet eens een van eigen docenten helpt haar om de havo te bereiken. Hij maakt en schema en een programma voor haar om door te kunnen stromen. Hij spreekt  geregeld met haar over haar motivatie en aanpak. Ze is erg blij met de leraar die haar aanmoedigt en iets ziet in haar wens. Het filmpje laat zien dat ze nog even gemotiveerd is om haar doel te bereiken.

Tweede voorbeeld is Peter Heerschop. Ik wist helemaal niet dat deze cabaretier ook leraar was. Gymleraar en leerlingbegeleider is hij jaren geweest. Aan de hand van soms hilarische verhalen maakt hij ons deelgenoot van zijn visie: Hou van de leerlingen. Geef ze het gevoel dat ze er toe doen en dat ze betekenis hebben. Een van de vragen die hij stelde was: Wie was de eerste die jou het gevoel heeft gegeven bijzonder te zijn? Een voorbeeld uit zijn eigen leven was dit: Hij is een jaar of acht. Er is een vervangster gekomen omdat zijn eigen juf, iemand van wie hij bang is omdat ze vaak somber en onaardig is, tijdelijk afwezig is voor langere tijd. Deze vervangster komt een goed moment naar hem toe in de pauze en zegt: Ik heb alle opstellen gelezen en dat van jou vind ik erg goed. Jij kunt goed schrijven, zeg! Ik stel voor dat je het zo meteen in de klas voorleest. Peter omschrijft dit moment als mede bepalend voor zijn gevoel van ertoe doen. Peter, pedagoog geworden later, herhaalt het een paar maal: Houding is verhouding. De relatie draagt je les.

Het hele programma, de hele dag, ademt dat ene: Houd van je leerlingen. Zie ze. Het is een houding, niet nog een opdracht erbij. Geef de kinderen liefde mee, door middel van een blik, een opmerking, een compliment.

Ik ging geïnspireerd naar huis. In de trein dacht ik terug aan mijn eigen schooltijd. Zowel als leerling als in mijn rol als docent. Wie had mij zulke momenten meegegeven? Aan wie had ik zulke momenten meegegeven?

En weer kwam het inzicht dat er dingen zijn die tijdloos blijven, binnen alle veranderingen in het onderwijs. Leraren die leerlingen zien en van ze houden zijn van alle tijden.

 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 20 May 2017 by SandraV
Het academisch genootschap
printable version

http://www.drknippenbergcollege.nl/Nieuws/item/ArticleId/222/De-meiden-van-het-Academisch-Genootschap-ontvingen-Sandra-Verbruggen#.WPyMetLyjIU

Count of comments: 0
Posted on 23 Apr 2017 by SandraV
Meer dan een verhaal
printable version

In haar TED talk The danger of a single story pleit storyteller Chimamanda Adichie voor het vertellen van meer dan één verhaal. Want, zo zegt zij: Eén verhaal verdeelt, verbindt niet. Verhalen overlappen elkaar. Ze geeft een heleboel voorbeelden, waarin haar vaderland Nigeria en haar werelddeel Afrika een belangrijke rol spelen. De verhalen die allerlei vooroordelen weerspiegelen. Zo neigen we er allemaal toe om alleen ons eigen perspectief op een persoon of situatie als waarheid in een verhaal te vatten. Maar ook om slecht een enkel detail van een groter verhaal te vertellen. Zo geeft zij als voorbeeld dat zij als jong kind over de familie van de bediende steeds opnieuw te horen kreeg dat zij erg arm waren. Nooit hoorde zij dat zij ook prachtige manden maakten.

Dit heeft allerlei nadelen, zo legt Adichie uit. Ze vertelt dat alle verhalen in kinderboeken gingen over blanke kinderen en spelen in de sneeuw. In de literatuur was blijkbaar geen verhaal waarin donkere kinderen figureerden. Refererend aan haar eigen achtergrond: Er zijn veel mensen die menen dat Afrikanen geen literatuur lezen, dat alle Afrikanen arm zijn. Veel mensen menen dat Afrika een land is en geen werelddeel. Zij kennen geen enkel, of maar één verhaal over Afrika. Ze vertelt over haar kamergenote aan een Amerikaanse universiteit die er blijk van gaf onjuiste verhalen over Afrika te vertellen tegen zichzelf en daarmee een ongelijkheid te creëren. Ze meende bijvoorbeeld dat Afrikanen niet wisten wat een fornuis is. Onbedoeld stelde de kamergenote zichzelf boven Chimamanda.

Ze nodigt iedereen uit tenminste op zoek te gaan naar meer verhalen over personen en situaties, zodat een breder en genuanceerder beeld ontstaat.

Maatschappij

Welke verhalen vertellen we onszelf en anderen over bepaalde groepen in de maatschappij, zonder de mensen werkelijk te kennen die bij die groep horen? Over vluchtelingen, groepen wielrenners op zondagochtend, voetbalsupporters, Zuid-Europeanen, aanhangers van bepaalde politieke partijen, mensen in bepaalde wijken, vul maar aan naar eigen idee. Zo denken we bij groepen wielrenners op zondagochtend mogelijk alleen maar aan het feit dat zij een last zijn op fietspaden en geen rekening houden met anderen. We denken er misschien niet aan dat er mogelijk groepen zijn die dat niet doen, dat zo’n groep bestaat uit vrienden die veel plezier halen uit het samen fietsen en dat zij zich veel moeite getroosten om hun sport te kunnen beoefenen, en dat het behalve wielrenners ook hardwerkende vaders en geliefden zijn. Door slechts een enkele verhaal te vertellen over mensen en situaties, een verhaal dat mogelijk niet klopt, stellen we onszelf in een aantal gevallen onterecht boven die ander.

School

Het brengt me op de vraag in hoeverre we op school uitgaan van een enkel verhaal, een enkel perspectief, in het omgaan met leerlingen en collega’s.

Neem nu het begin van het nieuwe schooljaar. We nemen leerlingen over van collega’s die hen in het vorige schooljaar les hebben gegeven. Zijn we bereid eerst de leerling te leren kennen en er vooralsnog geen mening over te hebben, of baseren we ons op verhalen van anderen?

Als de leerling oudere broers of zussen heeft, die wij in de klas hebben gehad, laten we ons daardoor dan beïnvloeden? Ik herinner me nog wel dat ik collega’s had die zeiden: Nou, gefeliciteerd, je krijgt het broertje van die-en-die in de klas, maak je borst maar nat!

In hoeverre vullen we verhalen in over collega’s die een andere religie hebben of een andere huidskleur? In hoeverre blijven we vasthouden aan een verhaal over een collega met wie we ooit onenigheid hadden tijdens een vergadering en die we sindsdien zoveel mogelijk ontlopen? En in hoeverre brengen we een mogelijk eenzijdig verhaal over op onze leerlingen, zonder er goed bij stil te staan?

Wat weet ik?

Zou het niet mooi zijn om bij elk verhaal dat we onszelf vertellen onszelf af te vragen: Wat weet ik werkelijk? Welke andere verhalen zijn er ook nog? En wat wil ik eigenlijk door dit verhaal over iemand te vertellen?

 

 

 https://www.ted.com/talks/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story?language=nl


Count of comments: 0
Posted on 17 Apr 2017 by SandraV
Het is cruciaal dat leerlingen met nieuws leren omgaan.
printable version

Use the news (eerder geplaatst in 2013)

Al snel na het overlijden van Mandela, gisteravond, verscheen er een tweet van iemand die zich Paris Hilton noemt en ze schrijft daarin onder meer: Ik ben zo geïnspireerd door uw I have a dream speech. Verontwaardiging over zoveel domheid alom. Tsssss, dat zij niet weet dat die speech van Martin Luther King is!! Vandaag bleek het een grap. Iemand anders had zich voor haar uitgegeven. Maar het zo maar echt gebeurd kunnen zijn. Hoeveel Nederlandse leerlingen kennen het onderscheid tussen deze twee grote mannen? 
De reacties op de dood van deze bijzondere man laten zien dat hij voor altijd zal voortleven. Over tweehonderd jaar zal men nog altijd weten wie Nelson Mandela was. Dat wil zeggen, als er op de juiste manier aandacht aan besteed wordt. Een van de manieren, er zijn er ontelbaar veel meer, is dit nieuws in context in de klas te behandelen. Nu, vandaag, de komende week, nu iedereen het erover heeft en mensen en media er vol van zijn.
Op de meeste scholen wordt op dit moment (nog) klassikaal en in aparte vakken lesgegeven. Je zou het dan zo kunnen aanpakken: Je hebt als docenten een format met elkaar gemaakt, of je doet dat nu. Daarin bekijkt ieder vak op welke manier het aandacht aan een nieuwsfeit kan besteden. In het geval van het overlijden van Mandela kan dat zijn voor aardrijkskunde: waar ligt Zuid Afrika? Hoeveel mensen wonen daar? Welk klimaat hebben ze daar? En zo voort. Bij geschiedenis: Wat heeft Mandela voor de geschiedenis betekend? Wat heeft hij gedaan om verandering te brengen? Bij levensbeschouwing: welke religies kennen de Zuid Afrikanen? Hoeveel mensen geloven? En waarin geloven ze? Bij gym zou je aandacht kunnen besteden aan een sport die erg populair was bij de Olympische Spelen die in Zuid Afrika zijn gehouden. Bij maatschappijleer kun je het hebben over apartheid, over armoede versus rijkdom en zo voort. We vragen aan het einde van een vooraf afgesproken periode, waarin alle vakken er vanuit hun eigen inhoud aandacht aan besteden, aan de leerlingen of ze alles wat ze binnen dit nieuwsfeit geleerd hebben willen opschrijven. Ze zoeken er video's bij en foto's. De leerlingen geven elkaar feedback op het werk, liefst met een instrument als peerScholar. De docenten Nederlands kijken naar stijl en Nederlands. Iemand kijkt met hen naar de manier waarop media hierover berichten en hoe je dat moet interpreteren. Denk bijvoorbeeld aan het bericht in de Telegraaf vandaag waarin staat dat veel politici reageren op de dood van Nelson Mandela die op Sinterklaasavond overleed (mèt Zwarte Piet)Op dit bericht wordt op Twitter door velen verontwaardigd gereageerd. Bespreek met de leerlingen wat maakt dat deze mensen verontwaardigd zijn. vraag hoe ze hier zelf tegenover staan. Leerlingen maken een Prezi en geven een presentatie. Je kunt de tweet van Paris Hilton laten zien en zeggen: wat klopt hier niet? U begrijpt waar ik heen wil. 
Op dit concept zijn vele varianten te bedenken, maar mijn punt is dat ik denk dat belangrijk is voor leerlingen van nu, die soms pas geboren zijn nadat Mandela uit de actieve politiek teruggetreden was, dat ze heel goed begrijpen wie dat was, en in samenhang leren kijken naar dit leven en sterven.

Dit schreef ik in 2013. Vandaag stond dit bericht bij de NOS: http://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2166244-het-is-cruciaal-dat-kinderen-met-nieuws-leren-omgaan.html

Count of comments: 0
Posted on 02 Apr 2017 by SandraV
Het lerarenregister
printable version

Uitstel

De Eerste Kamer stelt vandaag voor om de invoering van het lerarenregister uit te stellen. Dat lijkt me een goed plan.

Redenen voor uitstel zijn onder meer:

·        De beroepsgroep vreest van bovenaf opgelegde regel- en administratieve druk.

·        De groep “Leraren in actie’’ oefent druk uit op de senaat. Veel leraren zouden nauwelijks weet hebben van het register. Daarmee zou er te weinig draagvlak zijn voor de wet.

Maar de wet komt er wel, zij het met uitstel. Vanaf 2022 moeten alle leraren geregistreerd staan. Inmiddels staan meer dan 60.000 leraren al in het register, waarvan meer dan 34.000 alles hebben ingevuld.

Onrust komt mede voort uit de vraag welke criteria worden gebruikt. Welke rol hebben schoolbesturen? Hoe kan van bovenaf worden gezien welke cursussen een school in een bepaalde ontwikkelingsfase nodig heeft? De VO-raad wil daarom ook betrokken worden bij de ontwikkeling van de gang van zaken rondom het register. Men vraagt zich op de scholen af wat men aan moet met leraren die geen bijscholing volgen. Ze staan nu eenmaal wel op de loonlijst en een leraar kan in Nederland maar heel moeilijk ontslagen worden.

Verandering

In de vele jaren dat ik docent was, en later in de twintig jaar dat ik met docenten, schoolleiders en docenten werk, zie ik de vraag naar het hoe en waarom van het leren van docenten in allerlei vormen langskomen. Er zijn docenten die uit zichzelf graag willen leren en dat ook doen. Die hoef je niet aan te sporen. Er is een grote middengroep die met enige aansporing het ook leuk vindt om te leren. En er is een groep die er niet voor voelt en zich verschuilt. Deze gang van zaken is analoog aan die bij leerlingen. Ook bij schoolleiders zie je deze verschillen. Vragen binnen coaching en intervisie in het onderwijs gaan bijvoorbeeld over: Hoe motiveer ik mijn leerlingen, mijn docenten, tot intrinsieke motivatie? Hoe breng ik werkelijke beweging, waar blokkeer ik zelf beweging?

Een van de redenen is naar mijn idee dat er tot voor enkele jaren in de opleidingen voor het overgrote deel aandacht werd besteed aan de vakmatige inhoud. Toen ik zelf docent werd leerde ik alles over Duits. In een bijvak werd ook nog didactiek gegeven en we kregen een paar uurtjes pedagogiek. Over reflectie en blijven leren werd toen helemaal niet gesproken. Veel docenten kijken er nog steeds zo naar. Ik ben docent in dit of dat vak. Hoewel er de laatste tientallen jaren veel meer aandacht is voor reflectie en het leren van docenten, en de lerarenopleidingen zich gelukkig prachtig op een eigentijdse manier ontwikkelen, is het nog altijd geen usance voor een aantal leraren om zich actief lerend op te stellen.

Dit heeft ook, ten tweede, te maken met het feit dat wij in een transitie zitten van een top-down gehoorzaamheidscultuur naar een cultuur van autonomie en netwerken. De machtsverhoudingen veranderen in een razend tempo. Velen wachten af wat ze moeten doen, in plaats van zelf in actie te komen. Zo zijn we eeuwenlang opgevoed.

Op een bepaalde manier laten scholen perfect zien wat er momenteel verandert in de maatschappij. Binnen het onderwijs broeit het al een tijd, meer of minder net onder de oppervlakte, maat steeds meer zichtbaar. Veel mensen willen verandering, willen mee in de zojuist omschreven verandering van top down naar autonoom. Onderwijs dat veel meer persoonlijk gericht is en autonomie bevordert. Je ziet dat scholen meer en meer gehoor geven aan deze roep en daarop ook hun structuur en aanpak aanpassen. Het onderwijs richt zich meer op de persoonlijke talenten van leerlingen, omdat men ziet dat het toch wat vreemd is om aan hele groepen leerlingen hetzelfde voor te schotelen, alleen omdat ze even oud zijn. Meer en meer wordt ook gezien dat het goed is om vakken met elkaar in verband te brengen, een groter overzicht aan te reiken.

Deze ontwikkelingen hebben tijd nodig, maar zijn mijns inziens inmiddels onontkoombaar geworden. Dat betekent voor het onderwijs dat ook voor docenten geldt dat zij zich, meer dan voorheen, individueel gaan ontwikkelen. dat er meer aandacht komt voor hun persoonlijke talenten. In die zin heeft het register het bij het rechte eind. Portfolio’s voor docenten, analoog aan portfolio’s voor leerlingen. Uitstekend. Zij die dit hele proces werkelijk snappen, hebben zich dan ook al ingeschreven voor het register of zullen dit spoedig doen. Tot zover allemaal mooi. Echter, de groep voor wie je het register onder meer in het leven hebt geroepen, de mensen die je soms of vaak moet aansporen om intrinsiek gemotiveerd te zijn om iets te leren, die mensen daar moet je achteraan, voor hen moet je hen van bovenaf opleggen. Oude manieren dus. En het zal niet echt helpen. Met veel druk en navragen zal er voor iedereen uiteindelijk iets in het register staan. Maar de vraag blijft: hebben die mensen dan werkelijk iets geleerd? Is dat niet vergelijkbaar met de leerling die met veel hangen en wurgen een zes min haalt en dan nog niet gemotiveerd is om werkelijk iets van dat betreffende vak te leren? Op een bepaalde manier zijn we dan terug bij af. De groep die je er altijd met de haren bij moet trekken, om welke reden dan ook, zul je er dan nog steeds bij de haren bij moeten trekken. En als je geen sancties hebt, omdat je iemand die niet meedoet niet kunt ontslaan, dan verandert er niets. Het werkt alleen bij intrinsieke motivatie.

De vragen

Dus een vraag, los van alle druk van bovenaf, is: Hoe maak je docenten werkelijk autonoom, zodat ze vanuit zichzelf gemotiveerd zijn om te leren en het professioneel vinden om dat ook te registreren, maar vooral om dat in hun dagelijkse lespraktijk te laten zien?

En een tweede vraag is: Hoe kan het lerarenregister zo gemaakt worden, dat het recht doet aan het veranderende tijdsbeeld, en daarmee aan de autonomie van de docenten en er geen teveel aan regeldruk en voorschriften bij komt kijken? Een register dat vooral laat zien: op deze professionals kun je werkelijk vertrouwen. Leraar is een beroep om trots op te zijn.

 

 

 http://www.trouw.nl/tr/nl/39682/nbsp/article/detail/4462045/2017/02/14/Senaat-wil-uitstel-fel-bekritiseerd-lerarenregiser.dhtml

 Rotmans. J (2014) Verandering van Tijdperk. Nederland kantelt. Boxtel: Aeneas


Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV
Oud worden als kunst
printable version

Misschien

Misschien is het, omdat ik zelf wat ouder word. Misschien is het, omdat een goede vriend, weliswaar een stuk ouder dan ik zelf, onlangs overleed en een memorabele afscheidsdienst kreeg. Onvoorstelbaar dat daar het dode lichaam van de vriend, een oud-rector, lag, en je in alles zijn stem terug hoorde. Iemand die zoveel betekend had voor zoveel leerlingen en docenten. En uiteraard voor zijn vrouw en zonen, die alle drie spraken en al even eloquent waren als hun vader was.

Misschien is het omdat in de verkiezingsstrijd in een aantal gevallen over ouderen wordt gesproken alsof ze onmondig en eenvormig zijn. Misschien is het, omdat ik de afgelopen weken een paar zeer inspirerende ouderen op televisie zag en hoorde. Zoals Paul Verhoeven, die momenteel de ene prijs na de andere verdient met zijn film Elle. Of zoals sir Richard Attenborough, die met zijn werkelijk schitterende natuurfilms ook op zijn zeer eerbiedwaardige, hoge leeftijd zeer succesvol is. Hoe dan ook, vandaag gaat het hier over ouder worden.

In hun boek De kunst van het ouder wordende grote filosofen over ouderdom, gaan Joep Dohmen en Jan Baars in op de vraag wat ouder worden eigenlijk betekent. Is het de laatste reis naar de dood of een intens en diep ervaren afsluiting van het leven? Is het een kwestie van vooral proberen jong te blijven of heeft de ouderdom zijn eigen onvervreemdbare kwaliteiten? In hun boek laten zij een aantal filosofen aan het woord die zich bezig houden met dit thema.

De tijd en hoe die voorbij gaat

Waar is de tijd gebleven dat ik op mijn step de weg naar oma aflegde? Oma die 500 meter bij ons vandaan woonde en bij wie het altijd gezellig was? Ik hoef mijn ogen niet te sluiten om haar te zien. Haar stem herinner ik mij niet meer, ze overleed 50 jaar geleden. Haar veilige, warme huis herinner ik me des te meer. En mijn andere oma, die in de oorlog door de linies fietste om wat te eten te zoeken, die meneer pastoor durfde tegenspreken en uiteindelijk als zeer sterke, bijna honderd jarige, weggleed naar een andere wereld. Ook haar huis zie ik nog duidelijk voor me, haar Singer trapnaaimachine in de hoek van de kamer, waar ze met haar vaardige handen de mooiste kleren uit toverde.

En ineens ben ik bijna tien jaar geleden zelf oma geworden. De jaren zijn voorbij gegaan. Het leven heeft lessen met zich meegebracht. Op de drempel van oud worden roept de bespiegeling.

Oud zijn

In het genoemde boek, een forse uitgave van 480 bladzijden, worden allerlei zaken rondom ouder worden en de dood besproken vanuit diverse invalshoeken, bekeken vanuit de verschillende filosofische stromingen. Een feest om te lezen en erover na te denken. Een van de fragmenten die ervaar ik als inspirerend is het onderstaande. Ik hoop zo te kunnen zijn als ik tachtig ben. Het gaat over Goethe, iemand die je kunt scharen onder de stroming van romantici:

Ouder worden is dan ook een feest voor de tachtigjarige Johann Wolfgang. Eindelijk is hij vrij geworden van alle dwalingen uit zijn jeugd. Eindelijk is hij bevrijd van de lasten en de verplichtingen die het arbeidzame leven hem oplegde. Eindelijk kan hij zich in alle rust afvragen: wat zal ik morgen nou eens ondernemen? Hij kan zichzelf naarmate hij ouder wordt nog steeds op allerlei manieren uitdrukken. Intussen is Goethe bepaald niet blind voor de gebreken van de oude dag. Maar voor hem betekent ouder worden een nieuwe fase met eigen mogelijkheden, waarin je tijd kunt maken voor je vrienden en kunt genieten van investeringen die je tijdens je leven gedaan hebt en die je, al ben je tachtig, nog steeds kunt doen.

Maar ook duiken we al lezend in onderwerpen als het verschil in ouder worden tussen mannen en vrouwen en het verschil in bejegening van oudere mannen en vrouwen. Het onderscheid tussen ouderen en jongeren, erg mooi beschreven tussen Aristoteles. Het boek is erg leerzaam en onderhoudend en zet aan tot nadenken.

Ooit

De afscheidsdienst voor onze overleden vriend bracht me nog iets meer dan filosoferen en terugkijken op zijn leven, meer dan het nadenken over ouder worden. Of het met mijn eigen leeftijd te maken heeft weet ik niet, maar het overlijden en het afscheid van onze vriend bracht mij veel meer nog dan het overlijden van mijn eigen vader en moeder, respectievelijk 22 en 16 jaar geleden, bij het voelbare inzicht, de verpletterende waarheid van het feit dat het werkelijk ooit komt, ook voor mij. Ooit zal een dergelijk ritueel er ook voor mij zijn. Ooit blijft dit lichaam levenloos ergens liggen, ooit gebeurt dat echt. Het gekke is, dat we allemaal ergens menen dat dat moment nog ver weg is. Maar we weten het niet.

Goed om over na te denken dat dit werkelijk en onherroepelijk zo is. En wat je op dat moment wel en niet gedaan of niet gedaan wilt hebben in je leven. Zo is er het bekende lijstje van mensen die in de laatste ogenblikken van hun leven gevraagd werd wat ze hadden willen doen en niet gedaan hadden: Meer de dingen doen die je zelf wilt, in plaats het anderen naar de zin maken, meer tijd besteden aan dierbaren, moed hebben je gevoelens te uiten, vrienden niet uit het oog verliezen, het jezelf naar de zin maken.

Meer mensen voor mij hebben al eens geopperd dat het een goed idee zou zijn deze dingen bespreekbaar te maken in het onderwijs. Levenskunst. Zodat je weet hoe je kunt leven en niet met spijt hoeft terug te kijken als je oud bent. Ik ben het daarmee eens.

Voorlopig vind ik het advies in de opdracht die Joep Dohmen voor in het boek schreef voor me een echte inspiratie:

Maak van je ouder worden een kunstwerk.

Mooie uitdaging, die ik met genoegen aanga.

 

 Dohmen.J & Baars.J (2010). De kunst van het ouder worden. De grote filosofen over ouderdom. Amsterdam: Ambo/Anthos

 ibid. PP26-27. 


 

 

Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV
Wat ik had willen leren
printable version

Een bevriende Zuid-Afrikaanse wetenschapper met duizenden Facebookvrienden -veel Zuid-Afrikaanse studenten, maar ook anderen- stelt vrijwel dagelijks een vraag op Facebook die aan het denken zet. Hij krijgt steeds veel reacties.  

Ik verzocht hem de volgende vraag aan zijn FB vrienden voor te leggen:

Wat had je op school willen leren, maar is je daar niet geleerd?

Op de vraag reageerden meer dan honderd mensen. De antwoorden kwamen, samengevat, op het volgende neer:

Praktische vaardigheden en kennis

Ik had willen leren hoe ik met geld moet omgaan, mijn belasting moet invullen, hoe ik moet sparen, investeringen doen, een contract checken. Ik had willen leren kritisch denken, conflictbeheersing, onderhandelen. Graag had ik iets geleerd over agro-ecologie, tuinieren, zelf een tuin aanleggen en goed onderhouden. De dingen in- en rondom het huis. Een band plakken, de wasmachine repareren.

Een muziekinstrument bespelen, muziek componeren. Ballet.Drama. Kunst.

Hoe moet je een kind opvoeden? Hoe werkt borstvoeding?

Hoe kies je een studie, een goede universiteit. Hoe maak je keuzes in het algemeen? Hoe neem je beslissingen?

Ik had Afrikaanse talen willen leren. Zoals Zulu en Xhosa en talen zoals Chinees,Latijn, Portugees.

Alles over de geschiedenis van ons land. Ook de minder aangename. Alles over (pre-) Jan van Riebeeck, de geschiedenis van apartheid en pre-apartheid. De werkelijke historie van Zuid-Afrika. Afrikaanse helden en pioniers, geschiedenis gezien door de ogen van inheemsen.

Dingen zoals mediageletterdheid, onderzoeken, maar ook typen.

Hoe kan ik omgaan met de ins- en outs van politiek?

Evolutie, paleontologie, zoölogie, astrofysica.

Wetgeving, strategisch denken, ondernemerschap, HRM, timemanagement. Dingen die je moet weten als je een arbeidsplaats betreedt en die je op school nooit geleerd hebt. Coping, communicatie, Eerste hulp

Over wetenschap

Niet WAT, maar HOE je moet leren. HOE te denken, in plaats van WAT te denken. Het verschil tussen onderwijs, kennis en wetenschap en hoe e.e.a. toe te passen. De geschiedenis van de moderne wetenschap. Innovatie. Robotics, Computerwetenschap.

Over onszelf en anderen

Hoe kan ik mijn eigen verhaal schrijven. Hoe kan ik dingen maken die er toe doen? Hoe kan ik dingen waarderen die er toe doen? Levenskunst had ik willen leren, hoe een goed burger te zijn. Hoe begrijp ik vrouwelijke logica? Hoe kan ik mijn eigen talenten leren herkennen, voeden en gebruiken? Hoe weet ik wat mijn roeping in het leven is? Hoe kan ik mijn community helpen? Hoe kan ik met vertrouwen leren spreken en achter mezelf staan? Hoe kan ik leren mijn passie te volgen in plaats van geld?

Metafysica, meditatie, mindfulness, emotionele intelligentie, hoe kan ik het geluk in mezelf vinden, hoe kan ik omgaan met eenzaamheid,?

Respect, leiderschap, normen, waarden, common sense, geweldloos communiceren, assertiviteit, people skills, je comfortabel voelen met jezelf als je alleen bent, (religieuze) tolerantie, compassie. Habits of mind. Niet alles zo maar voor waar aan te nemen wat een autoriteit zegt. Leren dat perceptie de realiteit beïnvloedt. Hoe kan ik leiden? Hoe kan ik nieuwsgierig blijven naar de wereld?

En jij?

De Zuid-Afrikaanse situatie is niet helemaal vergelijkbaar met de Nederlandse, maar veel is wel vergelijkbaar. Wat herken jij in bovengenoemde onderwerpen en wat mis jij?

Wat vind jij helemaal niet in het onderwijs thuishoren van bovengenoemde zaken?

Welke van deze zaken zijn gemakkelijk in te passen in het huidige onderwijssysteem en wat zou een grotere verandering vragen?

 

 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 22 Feb 2017 by SandraV
Bios
printable version

Onlangs herlas ik een boek. Dat doe ik met enige regelmaat en merk dan op dat dit ook altijd weer nieuwe dingen oplevert. Deze keer las ik in een eenvoudig klein boek, geschreven door Don Miguel Ruiz, over de wijsheid van de Tolteken een bespiegeling die in het kort hierop neerkwam:

Stel je voor dat je in een grote bioscoop met meerdere zalen bent. Tot je verbazing zie je ergens tussen de filmaankondigingen jouw eigen naam staan. Je gaat de zaal binnen waar die film getoond wordt en gaat zitten. Er zit nog iemand. Je bent dat zelf. Je ziet jezelf kijken naar een film die gaat over jouw leven. Gebeurtenissen komen voorbij op het scherm. Je herkent ze. Uiteindelijk vertrek je weer en gaat een volgende zaal binnen. Je verbazing neemt almaar toe: Daar zit iemand naar de zelfde film te kijken. Je neemt ook hier plaats en kijkt naar de enige persoon die zit te kijken. Het is je moeder. Je ziet dezelfde gebeurtenissen voorbij komen, maar nu bezien vanuit je moeder. Je ziet de gebeurtenissen, en jezelf, vanuit haar perspectief. Een heel ander perspectief dan het jouwe. Je ziet hoe zij jou ziet en beleeft. Huh? Denk je een aantal keren. Of: Ooo, heb je dat zo gezien?! En zo bezoek je nog een aantal filmzalen, waar steeds een enkele persoon zit, die kijkt naar een film met dezelfde gebeurtenissen. Je partner, je beste vriendin, je kind, de buurvrouw. En steeds zie je de gebeurtenissen vanuit hùn perspectief. Je ziet hoe ze jou waarnemen en ervaren. En steeds is dat anders.

Dit bracht de schrijver tot het inzicht dat we wel kunnen denken dat we allemaal dezelfde gebeurtenis meemaken, maar dat we eigenlijk geen idee hebben van de manier hoe de ander naar de gebeurtenis, naar ons kijkt, wat diegene beleeft en voelt. Hij filosofeert daar dan ook weer verder op, maar ik laat het even hier bij. Tot zover Don Miguel Ruiz.

Behalve dat het mij zelf in algemene zin nog eens aanzette tot denken, kwam dit verhaal ook in me op naar aanleiding van een aantal berichten in de media, waaruit ik er twee kies. De lijst is eenvoudig aan te vullen met veel meer voorbeelden.

Het eerste was het bericht uit Berlijn. Iemand kaapt een vrachtwagen, rijdt een kerstmarkt op, rijdt mensen dood en verwondt anderen. Uiteraard zijn we allemaal verbijsterd en verdrietig over deze gebeurtenis. Ik vroeg me af hoe iemand het over zijn hart kan verkrijgen om medemensen, vaders, moeders, kinderen, mensen die daar toevallig lopen en die de chauffeur van die truck, de aanslagpleger, niets misdaan hebben, in koelen bloede kan doodrijden. Een chauffeur die zelf een vader en een moeder heeft, kinderen misschien, een vrouw. Ik zou willen weten hoe hij naar de wereld kijkt. In zijn hoofd willen kruipen, zijn film zien. Wat is er voor nodig om dat werkelijk te doen, je stuur omgooien, van de weg af te rijden, op de mensen in, nog eens terug uit te rijden en opnieuw te gaan? Wat heeft hij gedacht? Gevoeld? Gewild?

Aleppo zou een goed ander voorbeeld zijn, maar ik kies voor een ander bericht dat ik las in onze plaatselijke krant. Ergens in een kleine Belgische plaats hebben een paar jonge tieners een schaap doodgeslagen dat in de levende kerststal op het plein stond. Iemand heeft gezien dat ze met een schooltas hard op het hoofd van het dier sloegen en weer doorliepen. Even later stierf het dier aan zijn verwondingen.

Wat hebben deze kinderen gezien, gevoeld, gedacht, dat ze de impuls kregen een tas op te heffen en die te gebruiken om een schaap dodelijk te verwonden? Wat heeft hen nu werkelijk bewogen? Hoe graag zou ik de film in het hoofd van zo’n joch zien!

Net als de meeste andere mensen voel ik me machteloos en ontzet over deze dingen. En meer nog zou ik willen dat we met zijn allen, mensen in het onderwijs en daarbuiten, een manier vonden om de films in hoofden van mensen liefdevoller te maken.

 

 

 Ruiz,D,M (2016). De vijf inzichten. Kern van de Tolteekse wijsheid. Utrecht: Ankh Hermes

 http://www.ed.nl/algemeen/buitenland/tieners-slaan-schaap-in-kerststal-dood-1.6763077#.WFongXfNcGY.twitter


Count of comments: 0
Posted on 14 Feb 2017 by SandraV
Ga wat doen
printable version

Vrienden?

Een verhaal over een inzicht.

Onlangs las ik een bericht dat Nederlandse kinderen die vriendjes uitnodigen voor hun feestje, te maken krijgen met gasten die het huis waar ze gastvrij worden onthaald, scannen op waardevolle spullen. Ze informeren langs hun neus weg bij kleine zusjes en broertjes waar papa en mama dure dingen hebben liggen. Later komen ze dan als dief in de nacht en stelen wat van hun gading is. Toen de politie de jongelui had aangehouden, merkten de ouders op dat het een vergissing moest zijn. Hun kinderen zouden nooit zoiets doen.

Een bekende lag in bed toen hij gemorrel aan zijn achterdeur hoorde. Hij zag dat iemand pogingen deed het huis binnen te komen. Zonder het licht aan te doen liep hij zachtjes de voordeur uit, om het huis heen en greep de onverlaat bij de kraag. Het was de zoon van goede vrienden.

Persoonlijk vind ik dat een zeer verontrustende ontwikkeling. Hoe uitgebreid dit fenomeen is, weet ik niet. Het belangrijkste element daarin is wat mij betreft, behalve dat stelen en inbreken sowieso niet deugen, dat voor deze jongelui de verbinding met de mensen die ze bestelen geen waarde heeft. Ze lappen de band met hun vrienden en de ouders van hun vrienden totaal aan hun laars. Hoe heeft dat zover kunnen komen? Dit totaal van respect gespeende gedrag? Waar zijn mensen in hun opvoeding opgehouden respect voor te leven uit te dragen? Hoe kan het dat deze ouders totaal niet doorhebben wat hun kinderen ‘s nachts doen? Het gaat mij er niet om speciaal deze ouders aan de schandpaal te nagelen. We maken allemaal fouten in de opvoeding terwijl we het goed bedoelen, eerder ben ik op zoek naar een bepaalde ontwikkeling, een verontrustende tendens die blijkbaar ergens is binnengeslopen.

Hebben we hier als maatschappij een verantwoordelijkheid in? Wat hoort hier bij de ouders en wat bij het onderwijs? Welke grens gaan we hier over? Welke ontwikkelingen hebben geleid tot een ontwikkeling als deze? Ik heb het antwoord niet. Flarden misschien.

Ga iets doen

Ik lees het voortreffelijke boek Mijn heldere afgrond van Christian Wiman. De auteur, ernstig ziek, is bezig met wat genoemd wordt “een brandende zoektocht”. Wat betekent het voor ons leven – en onze dood- als we de ‘aanhoudende, hardnekkige geest’, die sommigen van ons God noemen, erkennen? Lees ik op de achterflap. Het is het relaas van een man die onophoudelijk nadenkt over wie of wat God zou kunnen zijn en daar alle gedachten en twijfels over deelt. Ook over de uitwerking van zijn gedachten in het dagelijks leven.

Hij schrijft bijvoorbeeld:

Op een dag, toen ik tussen de middag naar de kleine kapel was gegaan, vlak bij mijn kantoor, om weer eens te bidden terwijl ik mij afvroeg hoe en waarom en tot wie, kwam er een man binnen. Hij ging op zijn gemak zitten in de kerkbank direct tegenover me naast het gangpad. Aangezien wij daar de enige twee waren, kwam mij de keuze van zijn zitplaats raar voor, en irritant. Binnen een paar minuten waren alle gedachten aan God verdwenen in ‘s mans continue bewegingen en zijn onuitputtelijk gezucht, en toen ik uiteindelijk kwaad opstond, kwam hij onmiddellijk pal tegenover me staan. Hij had de  gezandstraalde blik van langdurige armoede, de skeletachtige helderheid van langdurige verslaving en de agressie van de vernederde, die de ware aard van je naastenliefde test. Sluw mannetje, noteerde ik inwendig, en zakte, alleen al bij het openen van mijn portemonnee, voor de test: deze kapel in de smiezen houden, biddende mensen bespringen! Dagenlang bleef hij door mijn kop zeuren –niet hij, maar de situatie- wat, besefte ik tenslotte, precies de kwestie was: hoe gemakkelijk sijpelt een dodelijke zelfgenoegzaamheid binnen, zelfs in deze handelingen de we bij wijze van discipline verrichten. Wat zijn we op ons gemak met ons eigen intellectuele en spirituele ongemak. Wil je weten of hoe ik bid, waarom, tot wie? Ik voelde bijna alsof God mij had verteld, alsof Christus mij vertelde (en nog wel in de kerk): sodemieter op met je mysterie, ga wat DOEN. 

Epiloog

Wat zijn grenzen eigenlijk broos. Wiman laat zich in de kapel onmiddellijk van zijn stuk brengen door een op zichzelf relatief kleine gebeurtenis. Weg zijn de hoogstaande inzichten, ze blijken hem in deze situatie weinig te brengen.

Het brengt mij tot de reflectie op mijn eigen reactie met betrekking tot de inbrekende vrienden. Mijn eerste reactie is er een van veroordeling. Daar ga ik met mijn voornemen om niet meteen te oordelen. En denk ik te normerend? Misschien kan ik beter wat gaan doen, in plaats daarvan. Maar wat dat is, in dit geval, dat weet ik nog niet.

 

 

 Wiman, C. (2016). Mijn heldere afgrond. Overpeinzingen van een moderne gelovige: Barneveld, Brandaan, pp.94-95


Count of comments: 0
Posted on 14 Feb 2017 by SandraV
Een praktisch voorbeeld
printable version

Kennismaken

Het begin van het schooljaar omvat uiteraard het onderdeel kennismaken. Als leerlingen onder elkaar in een klas, als leraar en leerling, als collega’s onder elkaar, als ouders en mentor. Vaak gaat een gesprek op een kennismakingsouderavond vooral tussen mentor en ouders, waarbij aan de leerling ook vragen gesteld worden. Een docent stuurde me zijn werkwijze, die hij bedacht heeft om dat de gang van zaken hem niet genoeg inspireerde en die ik graag met jullie wil delen. Hij heeft daarvoor zijn toestemming gegeven.  Ik neem de tekst integraal over:

Ik zal mijn werkwijze beschrijven. Deel die gerust met anderen. Je hoeft mijn naam er niet bij te vermelden, dan kunnen de voorbeelden ook niet worden gelinkt aan leerlingen.

Onze school is een paar jaar geleden gestart met een nieuwe opzet van het mentoraat. In de bovenbouw is iedere docent mentor van een groep van ongeveer vijftien leerlingen en volgt een mentor zijn leerlingen twee (havo 4 en 5) of drie (vwo 4, 5 en 6) jaar. Dit schooljaar ben ik mentor van een groep leerlingen uit havo 5. Van die leerlingen was ik ook vorig jaar mentor.

Een van de onderdelen van de nieuwe opzet van het mentoraat is het startgesprek, waarmee ieder schooljaar begint. In het startgesprek praat de leerling met zijn mentor en ouders over het nieuwe schooljaar. Het vorige schooljaar wordt in dat gesprek geëvalueerd en in het gesprek vertelt de leerling wat zijn doelen zijn voor het nieuwe schooljaar.

Over de startgesprekken die ik de afgelopen twee jaar voerde was ik niet altijd tevreden. Soms had ik het gevoel dat de leerling in het startgesprek het minst aan het woord was en dat beviel me niet. Daarom heb ik dit schooljaar leerlingen de opdracht gegeven het startgesprek voor te bereiden aan de hand van de volgende opdracht:

Startgesprek

Binnenkort is het startgesprek gepland. Omdat je in havo 5 zit, wil ik dat je dit startgesprek goed voorbereidt en dat jij het startgesprek ook zelf voorzit. Dat betekent dat jij zelf de volgende onderwerpen bespreekt:

- Welzijn

- Evaluatie havo 4

- Doelen havo 5

- Vooruitblik (verre toekomst en volgend jaar)

- Eigen onderwerpen / vragen

 

Tijdens de mentorles waarin ik leerlingen vertelde over de opdracht gaf ik aan dat ik het leuk zou vinden als leerlingen ook een echte presentatie (een PowerPoint) zouden maken. Dat was dus niet verplicht. Tijdens de startgesprekken bleek dat ongeveer de helft van de leerlingen zo'n presentatie had gemaakt.

Het verschil tussen de startgesprekken met en zonder presentatie vond ik groot. Over het algemeen waren de leerlingen mét presentatie beter voorbereid. Dat komt denk ik doordat wie iets op papier moet zetten gedwongen wordt om na te denken. En in dit geval moesten leerlingen niet alleen nadenken over de tekst, maar ook over het beeld (de presentatie).

Het was aardig om te merken dat leerlingen de verschillende onderwerpen op verschillende manieren bespraken. Bij het onderdeel Evaluatie havo 4 had een van mijn leerlingen bijvoorbeeld een grafiek gemaakt waarin alle resultaten te zien waren, terwijl een andere leerling een sterkte-zwakteanalyse had gemaakt.

Iets anders wat ik opmerkelijk vond, heeft te maken met dat waar jij mee bezig bent: Bildung. Sommige leerlingen formuleerden niet alleen schooldoelen voor het nieuwe jaar (bijvoorbeeld 'meer voor school doen thuis'), maar ook persoonlijke doelen (bijvoorbeeld 'gezond het jaar uitgaan', 'groeien in mijn hobby's' en 'nieuwe mensen leren kennen').

Ouders en ik waren positief verrast door de presentaties. Ik had het idee dat ouders hun kinderen dingen horen vertellen die ze nog nooit hebben verteld. Na afloop was het daarom goed om in gesprek te gaan over de punten die een leerling in de presentatie had besproken.

De presentaties van leerlingen ga ik dit jaar gebruiken als leidraad tijdens andere mentorgesprekken. Tijdens een voortgangsgesprek aan het einde van deze periode kom ik terug op de door de leerling geformuleerde doelen (hoe zit het met dat 'meer voor school doen thuis' en 'nieuwe mensen leren kennen'?).

Dit is hoe ik te werk ben gegaan. Het idee voor de presentaties is spontaan ontstaan (tussen neus en lippen door zei ik: je kunt er ook een PowerPoint van maken), maar het werkt en ik ben er tevreden over. Volgend jaar ga ik al mijn mentorleerlingen vragen een presentatie te maken.

Inspiratie

Bovenstaande tekst van deze docent inspireerde me niet alleen om die ook aan jullie door te geven om te gebruiken binnen je mentoraat, maar het bracht me ook op het idee om dezelfde werkwijze toe te passen op teams en teamleden. Presenteer jezelf aan het begin van het jaar. Als er veel teamleden zijn is er wel een verdeelsleutel voor te vinden.

Presenteer jezelf aan het team (ook als je al wat langer samenwerkt, de doelen kunnen per jaar verschillen en er zijn altijd aspecten die een ander nog helemaal niet van je kent).  Je kunt een vertaling van bovenstaande vragen aan de leerlingen gebruiken, maar ook vragen als:

-         Wie ben je?

-         Waar kom je vandaan?

-         Wat is belangrijk in jouw leven?

-         Wat inspireert je?

-         Wat zijn jouw doelen voor komend schooljaar?

-         Welke kwaliteit van jezelf zou je met je collega’s willen delen?

-         (Vul maar aan)

Ben benieuwd naar jullie reacties en feedback!

Count of comments: 0
Posted on 14 Feb 2017 by SandraV
Verwonderen
printable version

Inspiratie

Op zondagochtend kijk ik vaak naar een programma dat De Verwondering heet. Annemiek Schrijver interviewt in dat programma een gast. Een bekende of minder bekende Nederlander.  Ze spreekt met haar bezoekers over hun diepste wortels. Ze gaat met hen de diepte in over de dingen die hen werkelijk raken.

Vorige week was officier van justitie Disa Jironet te gast. Disa is Soefi. Ze legde uit wat Soefi zijn voor haar betekent en met name ook wat het betekent in haar werk. Het helpt haar, zo zei ze, omdat ze er van overtuigd is dat alles één is. Ook is voor haar de volgende uitspraak een leidraad:

Alles is ofwel een uiting van liefde of een schreeuw om liefde.

In de uitzending lichtte ze toe hoe het Soefi zijn doorwerkt in haar werk als officier van justitie. Het betekent voor haar onder meer dat ze in verbinding naar de aangeklaagde probeert te kijken. Uiteraard vindt ze dat er gestraft moet worden en handelt daar ook naar, maar tegelijkertijd wil ze de mensen die terechtstaan ook bewust als mens blijven zien. Ze zegt dan ook vaak tegen hen: Ik veroordeel u niet als mens, maar wat u gedaan heeft veroordeel ik.

Op 30 oktober was Stijn Fens te gast. Deze redacteur van Trouw noemt zichzelf overtuigd katholiek. Hij houdt erg van de rituelen en zijn hart verlangt iedere dag naar Rome, zeker sinds hij er de paus ontmoet heeft. Maar, zo stelt hij, uiteindelijk gaat het, dwars door alle rituelen en wierook heen, toch maar om één ding: compassie, mededogen met anderen. Hij kiest daarbij de tekst van Mattheus 25: 35-36 :

Want ik ben hongerig geweest en Gij hebt mij te eten gegeven.. en zo voort.

Hij is er van overtuigd dat de de bedoeling van het leven is: compassie hebben en hij probeert daar naar te leven.

Normatieve professionaliteit

Wat we hier zien zijn voor mij voorbeelden van normatieve professionaliteit. Vooral Disa kan haar inspiratiebron en diepste wortels heel goed praktisch vertalen. Ze maakt er ‘op zitting’, zoals ze dat zelf bij herhaling noemt, voortdurend gebruik van. Het feit dat ze weet wat haar beweegt en waarom, het feit dat ze het ook in haar dagelijks handelen kan vertalen, is voor mij een prachtig voorbeeld van normatieve professionaliteit.

Mooi voorbeeld voor het onderwijs. Niet alleen voor ons als volwassen onderwijsmensen, maar ook om aan te leren aan leerlingen en studenten. Het betekent zeker niet dat we allemaal religieus of spiritueel zouden moeten denken en voelen, maar naar mijn idee is het zeker van belang om na te denken wat voor ons als individu de diepste wortels van het bestaan zijn en hoe deze zich vertalen in ons gedrag in ons dagelijks leven.

 

 

Count of comments: 0
Posted on 14 Feb 2017 by SandraV
Eindhoven Kantelt
printable version

Beste Eindhovenaren,

Afgelopen jaar kwam er een grote groep Eindhovenaren naar de lezing van Jan Rotmans, georganiseerd door en in de Bibliotheek Eindhoven. Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde en initiator van o.a. 'Nederland kantelt' en Urgenda, wist de bezoekers te boeien en te inspireren.

Gezien het enthousiasme na afloop van die bijeenkomst wil de Bibliotheek Eindhoven daar samen met 'Nederland Kantelt' een vervolg aangeven. Daartoe wordt in het Natlab op 23 november (van 11.00-17.00uur) een (start)bijeenkomst gehouden van de beweging 'Eindhoven Kantelt'.

Eindhovenaren die zich geïnspireerd voelen door de ideeën over kanteling van Jan Rotmans en de beweging 'Nederland Kantelt' en daar in hun leven en werk inhoud aan (willen) geven, worden uitgenodigd om er op 23 november bij te zijn. We richten ons daarbij (voorlopig) op de 4 sectoren 'zorg', 'onderwijs',' community' en 'bouw /groen/duurzaam/energie'.

Na een inleiding van Jan Rotmans over kantelen, gaan we in groepen per sector met elkaar in gesprek om te bespreken of en hoe we aan de principes van de kanteling (van systeem centraal naar mens centraal) handen en voeten kunnen geven. Wat kunnen we daarin voor elkaar betekenen, hoe leren we daarin van elkaar en hoe gaan we daar het komend jaar mee aan de slag.

Na de groepsbijeenkomsten delen we met elkaar de resultaten/bevindingen van de gevoerde gesprekken. We stellen daarna met diegenen die daar belangstelling voor hebben en daarin willen investeren, een plan op voor vervolgstappen en vervolgbijeenkomsten van 'Eindhoven kantelt'. Het streven is om enkele (werk)groepen te vormen die het komend jaar diverse keren bij elkaar komen over kanteling. We beogen dan een tweede dagbijeenkomst van 'Eindhoven Kantelt' over een half jaar, waarbij de inhoud van die dag bepaald wordt door de bevindingen en ervaringen van de te vormen groepen.

Als je graag wilt komen kun je je hier opgeven!

https://www.eventbrite.nl/e/tickets-eindhoven-kantelt-28253114827?aff=es2

Deelname is gratis.

Count of comments: 0
Posted on 14 Feb 2017 by SandraV
Doe je ook mee?
printable version

Alleen het lezen van alle citaten inspireert al. Zoveel mensen, bekende en onbekende, voornamelijk uit de onderwijswereld, hebben ook dit jaar weer een bijdrage geleverd aan de Bildung kalender voor 2017. Zonder uitzondering prachtige en zinvolle bespiegelingen, met aan de achterkant de uitleg door degene die het betreffende citaat heeft gekozen.  Prachtige uitspraken van Hannah Arendt, Martha Nussbaum, Philippe Meirieu, Paul Verhaeghe, Rumi. Van mezelf een citaat van Rabindranath Tagore. Anderen kozen weer andere inspiratiebronnen.  Wat een goed idee is dat geweest van Henk Sissing!

Wat ik mij afvroeg, toen ik de nieuwe versie doorbladerde, was een vraag aan degenen die een citaat gekozen hadden:

Als dit jou inspireert, hoe kan ik dat zien in je dagelijkse doen en laten? Wat merken de leerlingen, je collega’s, de ouders, aan jouw gedrag, als je je laat inspireren door deze Hannah Arendt, Rumi, of Nussbaum? En is het een idee om dit samen te bespreken?

Jaren geleden al ben ik begonnen cursussen te geven die de grootste inspiratiebronnen voor het gedrag van docenten en schoolleiders als onderwerp hebben. De middagen dat we hierover bij elkaar zijn, leveren altijd veel energie op voor iedereen.

 

Twee ideeën

 

Delen

 

Laten we een middag bij elkaar komen om met elkaar te praten over de citaten. Wat betekent het? Hoe kom je er aan? Hoe kan ik het zien? Mogelijk is er in een van de scholen een ruimte die we kunnen gebruiken.

Bijvoorbeeld op donderdag 10 november. Wie doet er mee?

 

Kalender

 

Schoolleiders, is het een idee om als kerstcadeau voor uw mensen op school een kalender te maken met uitspraken van personeelsleden en mogelijk ook leerlingen? En dan de uitspraken als startpunt van gesprekken gebruiken, met als thema: Bildung? In mijn visie draagt iedereen in de school daar dagelijks aan bij, bedoeld of onbedoeld. Praat erover, aan de hand van eigen citaten van je mensen.

Wie doet er mee?

 

 

Count of comments: 0
Posted on 18 Sep 2016 by SandraV
De (on-)gewoon goede leraar
printable version

Hij is leraar. Al vele jaren. En een goede ook. Ik leerde hem kennen toen ik mijn opleiding deed, parttime. Mensen die mij kennen weten dat ik vrijwel alles met een omweg doen. Ook studeren. Eerst drop-out van de middelbare school, gaan werken en later via een aha moment beseffen dat ik de dingen niet moet laten liggen, maar echt werk maken van studeren. Om vervolgens nooit meer op te houden met leren en studeren. Op mijn parttime opleiding was stage lopen en zelf les geven voor je je diploma krijgt geen onderdeel. Gek eigenlijk. Maar het was zo. En dus organiseerde ik zelf een stage.  Uiteraard wilde ik eerst weten of ik wel geschikt was om voor de klas te staan voor ik er beroepshalve aan begon. En zo kwam het dat zich een docent Duits aanbood die mij wel wilde begeleiden. Heel wezenlijk was, dat hij feedback op mijn beginnend leraarschap gaf op een manier die mij inspireerde en aanmoedigde. De juiste toon, goede woordkeus. 

Na een uitstap op een andere school, waar ik iemand verving, kwam ik als collega terecht op de school van die prettige docent die mij zo goed begeleid had. We werden collega’s.

Experiment

Begin jaren tachtig was hij de eerste binnen de school die een op individueel leren geënt programma maakte voor ons vak. We hadden een goede tweede klas uitgezocht voor ons experiment. De rector juichte het toe. Mijn collega nodigde mij uit om mee te doen. Mijn pioniershart sprong op van inspiratie. We waren enthousiast en bereidden alles voor. Nooit zal ik de ouderavond vergeten waarbij het overvolle klaslokaal gevuld was met ouders die voor een groot deel totaal niet geporteerd waren van ons nieuwe systeem. Geen geëxperimenteer met hun kinderen! Maar we gingen toch van start en het ging goed. De kinderen vonden het leuk en werkten hard.  Daar lag het dus niet aan toen het experiment niet gecontinueerd werd. De tijd was simpelweg niet rijp. We kregen onvoldoende medestanders.

Op reis

We gingen op reis met leerlingen . München, Praag. Perfect voorbereid. Als leider van de reis altijd evenwichtig, kalm. Nooit uit de toon. Natuurlijk, zo hoort het ook.

De leerlingen liepen altijd met hem weg. Niet alleen op reis. Ook leerlingen in de les, waar hij overigens ook nooit ordeproblemen had, waardeerden hem om zijn kalme, duidelijke stijl en grote vakkennis. Hij zag de leerlingen en nam ze erg serieus.

Hulp

Dit was een geweldige collega. In een periode waarin ik wat langer ziek was en alvorens met ziekteverlof te gaan wat te lang doorliep, ruimde hij rustig achter mijn rug de vergissingen op die ik in die tijd maakte. Hij hielp ook door in die periode voor mij een test te maken voor havo 3 als ik daar te moe voor was. Toen ik na dat ziekteverlof, al lang geleden weer, terugkwam, hielp hij mij weer op weg, zonder daar veel woorden aan vuil te maken.

Afscheid

Het is weer de tijd van afscheid nemen. Uitnodigingen voor de laatste weken van het schooljaar. Eén daarvan komt van mijn oude school. Daar nemen vier mensen tegelijk afscheid. Als ik hun foto zie, besef ik hoe de tijd voorbij gaat. Ik heb hen allemaal nog gekend toe ze nog jong waren en pas een paar jaar aan het werk. En nu gaan ze met pensioen. Weemoed.

Met een van hen heb ik nauw samengewerkt, dingen gebouwd, experimenten in de klas vorm gegeven, gereisd, een glas gedronken. Een (on-)gewoon goede leraar, zoals er veel zijn. Hulde.

Count of comments: 0
Posted on 07 Jul 2016 by SandraV
Waarom de democratie geesteswetenschappen nodig heeft
printable version

Gisteren was het raadgevend referendum. Ongeveer één derde van de bevolking nam de moeite om zijn stem uit te brengen. De tegenstemmers waren, zoals intussen iedereen wel weet, in de meerderheid. Ik heb me een aantal keren afgevraagd wat er zou gebeuren wanneer je de stemmers bij de ingang van het stemlokaal drie eenvoudige vragen over het verdrag met Oekraïne had gesteld. Hoeveel mensen hadden de antwoorden geweten? Wisten mensen waarvoor of waartegen ze stemden?

Het is ongetwijfeld waar dat velen hun stem tegen in feite tegen iets anders uitbrachten. Dat werd al duidelijk aan de hand van de vragen die mensen op straat gesteld kregen in de diverse actualiteitenprogramma’s.
Ikzelf ben niet gegaan. Vooral omdat het referendum al gekaapt was nog voor het genoeg ondertekenaars had gekregen om te mogen worden gehouden.

Blijkbaar is er een stem die gehoord moet worden, die niet gehoord wordt. Die via deze omweg om aandacht vroeg. Naar voren gebracht door een schreeuwerig type met een bril in een VWbusje. Waarom wordt die stem van een grote groep mensen niet gehoord, terwijl we toch in een democratisch land leven? Kan de stem van mensen die moeite hebben met de manier waarop de dingen in Europa lopen niet anders verwoord worden dan via een referendum over iets waar het in feite niet over gaat?

Manifest

Enkele dagen voorafgaand aan het referendum was er een uitvoerig stuk verschenen van de hand van de denkeres des vaderlands, Marli Huijer. Het was een manifest. Ze roept op tot – kort gezegd- een ethiek van openheid in de richting van het omgaan met vluchtelingen Het manifest kende nog 181 andere ondertekenaars. Hoogleraren, meest uit de geesteswetenschappen, en kunstenaars. Het stuk werd gepubliceerd in het dagblad Trouw. Binnen enkele dagen stonden er meer dan 350 reacties onder. In het overgrote deel van de reacties was een ondertoon van spot en dédain te bemerken. Grofheid en gebrek aan nuance joegen in een aantal gevallen de lezer het vervangend schaamrood naar de kaken.

Begrijp me goed, uiteraard heeft iedereen het volste recht om het oneens te zijn met de schrijvers van het manifest, zoals ook een aantal collega’s van de denkeres, maar het gebrek aan fatsoen, respect en gefundeerde argumenten in veel van de reacties maakten de discussie in mijn ogen tot een goedkope rij commentaren. Vooral het feit dat velen zich neerbuigend uitlieten over geesteswetenschappen in het algemeen kwam enigszins lachwekkend over, gelet op de manier waarop ze blijkbaar niet in staat waren geweest een doordachte en genuanceerde mening neer te schrijven.

Ook op sociale media is een grote groep mensen die hun mening alleen grof, ongenuanceerd naar voren kan brengen, vaak verscholen achter een geblindeerd account. Soms gaat iemand met een microfoon en camera naar deze mensen toe om hen om opheldering te vragen. Men heeft dan in veel gevallen nauwelijks door wat de impact is van hun tweets.

 

Nodig

Nu onderwijs 2032 in het brandpunt van de belangstelling staat en op zijn beurt ook weer aanleiding geeft tot meer en minder genuanceerde commentaren, moeten we wat mij betreft bewust de geesteswetenschappen weer in dit geheel betrekken. Mogelijk is dat zelfs de enige manier om het tij werkelijk te keren. Ik haal het boek –inmiddels bij iedereen bekend, maar wat mij betreft nog te weinig serieus werkelijk ingezet- van Martha Nussbaum Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft graag aan. In dit boek beschrijft Martha Nussbaum de noodzaak ons te verdiepen in de eenzijdige manier waarop we ons onderwijs vorm geven. De focus is vrijwel uitsluitend gericht geraakt op het afleveren van economisch bruikbare en productieve leerlingen. De gevolgen daarvan omschrijft Nussbaum als volgt:

Deze kortzichtige focus op nuttige vaardigheden heeft ons vermogen om ons kritisch te verhouden tot autoriteit aangetast, heeft onze sympathie voor mensen die anders zijn gereduceerd en heeft ons vermogen om complexe mondiale vraagstukken te beoordelen beschadigd. Het verlies van deze basale vaardigheden vormt een ernstige bedreiging voor de democratie.

Voorts bepleit zij een herwaardering van de geesteswetenschappen omdat dit, aldus Nussbaum, ertoe kan bijdragen dat leerlingen weer worden opgevoed tot mondige, democratische burgers.

Aangezien burgerschap een van de door de commissie Schnabel geadviseerde gebieden is, zou deze denkwijze daar heel goed in passen. Gelukkig wordt deze visie al op veel plaatsen omarmd.

Wat mij betreft is het heel hard nodig. Hoe het de lezer vergaan is weet ik niet, maar ik schaam de laatste tijd voor de manier waarop wij in dit land omgaan met de diepste waarden van menszijn en medemenselijkheid. Met de manier waarop gereageerd wordt op mensen die iets anders zeggen of schrijven dan degenen die het hardst roepen of in iedere talkshow zitten. De manier waarop alleen het eigen gelijk als leidraad genomen wordt en de manier waarop mensen steeds maar menen dat vrijheid van meningsuiting het hoogste goed is, zonder daarbij te hoeven uitleggen waar die mening op gebaseerd is.

We leven wel in een democratisch land, maar we weten niet meer hoe we met de manier waarop we denken en spreken werkelijk vorm moeten geven aan de democratie.

In haar boek geeft Nussbaum vele voorbeelden uit andere landen en tijden, die we als inspiratiebron kunnen gebruiken om in ons onderwijs de geesteswetenschappen en de praktische vertaling daarvan naar alle vormen van onderwijs een grotere plaats te geven, zodat de generaties die nu opgroeien weer leren dat geest en geld weliswaar met dezelfde letter beginnen, maar elk een hele andere invulling hebben.

 

 

 

 

 

 

 

http://www.trouw.nl/tr/nl/5535/Denker-des-Vaderlands/article/detail/4271760/2016/03/29/We-zijn-allemaal-migranten---een-pleidooi-voor-Europese-openheid.dhtml

Nussbaum, M (2011). Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Amsterdam: Ambo.

Count of comments: 8
Posted on 09 Apr 2016 by SandraV
Van alle tijden en in steeds nieuwe vormen
printable version

Van alle tijden en in steeds nieuwe vormen.

 

In de afgelopen week was ik in gesprek met verschillende jonge mensen. Studenten van onze eigen Bildung Academie, leerlingen van de hoogste klassen van de middelbare school, en studenten van Avans die – mede geïnspireerd door de Bildung Academie, hun eigen Ucademy willen starten.

 

Muziek en gedichten
 

Allereerst was daar de benefietavond, georganiseerd oor studenten van de Bildung Academie. In het mooie Splendor in Amsterdam trad het Camenae Collective op, afgewisseld met prachtige gedichten, gemaakt door de studenten zelf en ook in een aantal gevallen door hen zelf uitgesproken. Clairy Polak praatte de optredens aan elkaar.
Een van de dingen waar de studenten van de Bildung Academie intensief mee bezig zijn is expressie. Hoe zet je jezelf neer? Wat zeg je? Wat is de impact van je woorden? Hoe neem je het woord?
De manier waarop je je uit, zegt ook iets over de manier waarop je je verbindt met anderen.
 

Talent
 

Een paar dagen later besprak ik met een aantal leerlingen uit havo5 en VWO 6 het onderwerp ‘Talent’ in aanloop naar een studiemiddag en webinar over talent.
In een zeer geanimeerd, lang gesprek vertelden de leerlingen dat ze er van overtuigd zijn dat alle docenten in meer of mindere mate betrokken zijn bij hun werk, maar dat ze bij slechts een deel van hen werkelijke betrokkenheid op hun leerlingen merken. De meeste docenten zenden slechts, zeiden ze. De meeste docenten denken dat het om de stof gaat, en alleen om de stof. Ze denken aan het feit dat ze mogelijk hoofdstuk zes niet af krijgen. Wij ervaren bij te weinig docenten een echte verbinding. Het geeft ons een dom gevoel en het maakt ons tot ingezakte deelnemers in de klas. Wij zouden veel meer verbinding willen ervaren en naar onze mening gevraagd. Ze brengen het in woordkeuze en expressie als een verlangen van henzelf en niet als verwijt aan de docenten.
 

Ucademy
 

Avans studenten hebben Ucademy bedacht. Ze zeggen zelf:

Ucademy is een verrijkingsplatform voor studenten. Ondernemende studenten worden vaardigheden aangeleerd waardoor zij leren wat hen onvervangbaar maakt.

Bij een inspiratiesessie waar ik aanwezig was, was veel discussie, veel debat. Veel gesprek. Een van de dingen die eruit sprong was de intense wens van de studenten om deelgenoot te zijn van het proces in de colleges. Wij willen docenten die met ons in gesprek gaan, die onze mening over een bepaald onderwerp willen weten. Die ook iets van ons willen leren!
Ucademy is bezig eigen bijeenkomsten te organiseren, overigens met medeweten en instemming van het college van bestuur, over allerlei onderwerpen zoals omgaan met macht en invloed, omgaan met keuzes. Tijdens de bijeenkomst werd afgesproken dat er bijeenkomsten komen waarbij de ene keer een docent en de andere keer een student voor de groep staat, al naar gelang de kennis die iemand over een bepaald onderwerp heeft.
 

Van alle tijden?

 

Uit mijn eigen school- en studietijd kan ik me docenten herinneren die dit uit zichzelf deden: verbinding zoeken, debatten op touw zetten, leerlingen ergens bij betrekken, werkelijke belangstelling tonen. Een aantal docenten was daar heel goed in. Daar leefde de lessen ook meer dan elders.

Wat willen ze?

Leerlingen en studenten willen een leraar die hen ziet en die wat te vertellen heeft. Ook als deze leraar zich mogelijk niet meteen bedient van de allernieuwste didactische methoden of ICT mogelijkheden. Ze willen de verbinding voelen en merken dat de leraar er op uit is voor zijn leerlingen en studenten te doen wat het beste uit deze jonge mensen naar boven haalt. Ze willen iemand die hen nieuwsgierig maakt naar zichzelf en de wereld.

 

Count of comments: 0
Posted on 01 Mar 2016 by SandraV
Religie en spiritualiteit in onderwijs2032
printable version

Het was een memorabele week. Onderwijs 2032 kwam met haar rapport naar buiten. Amsterdam koos vier scholen die vorm kunnen gaan krijgen. Bovendien is het de maand van de spiritualiteit.

Voor mijzelf komt daar nog bij dat ik sinds enige tijd deel uitmaak van het kernteam van de Bildung Academie.
Spiritualiteit en religie spelen nog nauwelijks een rol wanneer het gaat over vernieuwen van het onderwijs. Wel in sommige voorstellen voor nieuwe scholen in Amsterdam, maar in het algemene debat over vernieuwing van het onderwijs niet. Velen zijn er van overtuigd dat artikel 23 zijn langste tijd gehad heeft in de huidige vorm, maar levensbeschouwelijk gezien zijn er nog weinig tegenvoorstellen.

Nadenken

Ik zie een aantal dingen waar ik over nadenk. We zien alle commotie rondom het thema Islam en moslims in het algemeen. Waarbij me opvalt dat het debat onder meer gevoerd wordt door mensen die duidelijk de kennis over de Islam missen.
We horen en lezen dat Nederland seculier is, ontkerkelijkt. Naar mijn idee is dat niet zo. En onderzoek wijst dat ook uit. Wel is er sprake van wat Ruard Ganzevoort religieus analfabetisme noemt. Hij zegt:

Felle aanhangers van religieuze stromingen en felle bestrijders staan tegenover elkaar. Tegelijk hebben heel veel Nederlanders nauwelijks een idee wat religieuze mensen nu eigenlijk drijft en wat voor verschillende religieuze stromingen kenmerkend is. Er is, anders gezegd, een wijdverbreid religieus analfabetisme. Maar dat leidt niet tot bescheidenheid in het spreken over religie, maar eerder tot overmoed in het veroordelen

Seculier?

Ik zou dat nog willen aanvullen met mijn waarneming – mede vanuit mijn vele gesprekken met mensen hierover- dat Nederlanders weliswaar minder naar de kerk gaan, maar zich wel in grote getale bezighouden met allerlei vormen van spiritualiteit. Een voorbeeld: iemand is katholiek opgevoed en laat op enig moment de kerk los. Dan gaat hij op vakantie naar Azië en maakt daar kennis met het Boeddhisme. Thuisgekomen gaat hij er alles over lezen en begint zich steeds meer te verdiepen in bijvoorbeeld het achtvoudig pad. Hij doet zijn best zijn gedrag daar op aan te passen. In Nederlandse termen is hij seculier, maar voor hemzelf niet.
Een ander voorbeeld. Iemand krijgt te maken met een plotseling overlijden van een geliefde. Een ongeluk bijvoorbeeld. Deze schok maakt dat zij daarna alles gaat lezen over het leven na de dood. Daarna leest zij steeds weer andere boeken die gaan over de bedoeling van het leven. Dit heeft ook invloed op haar gedrag.

 

Pleidooi

Mijn pleidooi is dat kennis over en begrip voor religies en nieuwe vormen van levensbeschouwelijke beleving een grotere plaats krijgen in onze samenleving. Daar kan inzicht uit voortkomen, begrip, en in ieder geval minder vooroordelen.  Als het gaat over burgerschap, mens en maatschappij –doelen van ons onderwijs 2032-  dan horen kennis over religies en zicht op de eigen gevoelens en opvattingen daarover daar zeker bij.
Op woensdag 16 maart is er een symposium : levensbeschouwing en religie in het onderwijs van 2032.

http://www.nieuwwij.nl/nieuws/levensbeschouwing-en-religie-in-het-onderwijs-van-2032/

Komt allen, zou ik zeggen.

 

 

http://onsonderwijs2032.nl/

http://www.onzenieuweschool.nl/#plans-ideas

http://www.maandvandespiritualiteit.nl/

http://www.gezondheidskrant.nl/64747/onderzoek-spiritualiteit-religie-nederland/

http://www.nieuwwij.nl/interview/ruard-ganzevoort-samenleving-is-niet-seculier/

Count of comments: 0
Posted on 31 Jan 2016 by SandraV

<< Previous 1 2 3 Next >>

Powered by CuteNews