Vrijheid

Het woord vrijheid is deze week prominent aanwezig. En het gaat voor mij ook erg gepaard met beelden. Op de eerste plaats beelden van hele blije mensen, dansend in de straten, zittend op tanks van de Canadezen. Meisjes met opwaaiende lentejurken en wapperende haren. Daar hoort het beeld van mijn moeder bij, ook zo’n meisje toen. Vrijwel ieder jaar vertelde ze, ze is er al lang niet meer, het verhaal van de Canadezen die chocolade gaven, die in het huis van het gezin waren ingekwartierd en hoe gezellig dat was.

Het woord vrijheid roept in deze tijden een hele boel associaties op. Er zijn legio voorbeelden te noemen waarin het begrip tot lange debatten zou kunnen leiden. Zoals de manier waarop we omgaan met mensen die zelf ook de vrijheid zoeken en op de vlucht zijn uit situaties waarin voor hen niet meer menswaardig te leven valt. Of over de vraag wie we wel en niet mogen of moeten of willen  gedenken op 4 mei. Daar zal ik hier niet op in gaan.

Wel wil ik een ander aspect naar voren brengen. We hebben allemaal kunnen lezen over de aanslag in de VS, waar Geert Wilders een van de sprekers was. Het ging om een wedstrijd in cartoons tekenen. De mooiste cartoon van Mohammed kreeg de prijs.

Het punt dat ik hier wil aansnijden is het omgaan met de vrijheid van meningsuiting als onderwerp binnen het onderwijs. Stel dat je de gebeurtenissen in de VS aangrijpt als thema om de vrijheid van meningsuiting met de leerlingen te bespreken. Hoe zou je dat dan doen? Stel, je verdedigt het maken van die cartoons en het houden van die wedstrijd als legitiem. Het mag, zo’n wedstrijd. Ze mogen zelfs ook getoond worden, die cartoons, wellicht zelfs in de Tweede Kamer. Zou je er kanttekeningen bij maken? Welke dan? Zou het debat gevoerd worden zoals momenteel in het land en ook in de VS gebeurt? Met als belangrijke vraag: waar eindigt vrijheid van meningsuiting?

Stel dat in de schoolkrant die volgt op het gesprek over de vrijheid van meningsuiting cartoons van de rector staan. De mooiste zal winnen. En cartoons over God, op een christelijke school? De mooiste zal winnen. Cartoons over de gehandicapte medeleerlingen? De mooiste zal winnen? Of cartoons over mensen met blauwe ogen door mensen met bruine ogen? Of door mensen met zwart haar over mensen met rood haar? De mooiste zal winnen?

En kunnen we pesten dan ook maar meteen meenemen in dit hele verhaal? Ik mag toch mijn medeleerling om de oren slaan met mijn meningen over hem? Ik heb toch de vrijheid om hem buiten te sluiten? En ik mag toch ook intieme foto’s van mensen rondsturen op de sociale media? Laten we cartoons maken over gepeste leerlingen. De mooiste zal winnen.

Kan dat allemaal? En wat is daar eigenlijk leuk aan, aan zo’n wedstrijd? En is vrijheid alles kunnen doen wat je leuk vindt? En in zo’n wedstrijd laten zien wat anderen juist niet mogen? Waar zij niet vrij in zijn? Welke rol speelt moreel besef in het hele gesprek over vrijheid? En welke rol speelt het onderwijs daarbij?

Geesteswetenschappen.

Op veel universiteiten verdwijnt of verkleint de faculteit geesteswetenschappen. Tja, wordt er dan gezegd. Er zijn te weinig studenten voor vakken als filosofie en andere geesteswetenschappen. En dan wordt het een geldkwestie. Maar waaròm zijn er zo weinig studenten voor geesteswetenschappen? Welke weg leidt er naar het punt waarop gekozen gaat worden, mogelijk voor een vak in de geesteswetenschappen? Welke beelden over deze vakken bepalen de keuze voor deze vakken en waar komen die beelden vandaan? Op welke manier kan het VO, of zelfs al het PO bijdragen aan de keuze voor geesteswetenschappen

Ik stel dat de manier waarop in het VO aandacht besteed wordt, of juist niet, aan de manier waarop mensen, wij en anderen, denken, waarop wij onze mening bepalen, waarop wij onszelf geestelijk ontwikkelen, waarop wij met anderen omgaan, waarop wij onszelf en anderen kunnen bevragen, waarop wij compassie kunnen ontwikkelen, onszelf in anderen kunnen verplaatsen, bijdraagt aan de keuze van leerlingen, studenten in wording, voor vakken binnen geesteswetenschappen

Ook de beelden over de waarde en belangrijkheid van bepaalde vakken en bepaalde posities in de maatschappij dragen bij aan de geringe keuze van leerlingen voor geesteswetenschappen.

En zo zullen geesteswetenschappen uiteindelijk marginaliseren. Alles wat met wijsheid en waarde te maken heeft zal naar de zijkant verdwijnen. En zo zullen we op den duur niet meer werkelijk zelfstandig kunnen denken en vragen stellen bij zaken als bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, wat het wel en niet is. Wat het werkelijk betekent te kunnen en durven zeggen wat je vindt.

 

Count of comments: 0
Posted on 07 May 2015 by SandraV

Name: Remember me
E-mail: (optional)
Smile:smile wink wassat tongue laughing sad angry crying 
Powered by CuteNews