Dames en heren, jongens en meisjes

Vrouwen en mannen

De NS gaat er toe over om de aanspreekvorm dames en heren te veranderen in beste reizigers. Dit om gelijkheid van mensen te benadrukken.

In TROUW van 9 december jl. lees ik een artikel over het boek van Rebecca Solnit. Het heet Ontleedster van misogyne mythes en gaat over taal als voertuig voor seksisme. Solnit geeft als voorbeeld de termen voetbal en damesvoetbal. En zij gaat in op diverse voorbeelden die de ongelijkheid van mannen en vrouwen in de cultuur aangeven, zoals het feit dat blijkbaar alleen buiten de deur werken als werken wordt gezien en de vrouw die thuis voor de kinderen en het huis zorgt niet. Ze stipt het voorbeeld aan dat een man gedetailleerd aan jou als vrouw gaat uitleggen wat je al lang wist. Ze vertelt over vergaderingen waar een vrouw met een idee komt waar niemand op reageert en wanneer er drie minuten later een man is die hetzelfde idee oppert het idee opeens enthousiast wordt ontvangen. Dat laatste weet ik uit meerdere eigen ervaringen, hoewel me dat niet snel meer zal gebeuren. 

Gelijkwaardig en gelukkig niet gelijk

Het bracht me op het idee na te denken over het volgende.

Wat mij betreft gaat het er niet om mannen en vrouwen gelijk te maken, maar gelijkwaardig. De vraag: waarin zijn mannen verschillend van vrouwen en andersom, die boeit mij. Belangrijk is dan, dat beiden in hun eigenheid gelijkwaardig kunnen zijn en ook zo gezien en benaderd worden. Meisjes en jongens, vrouwen en mannen zijn dus gelijkwaardig maar niet gelijk, in mijn ogen. Eerlijk gezegd vind ik dat in veel gevallen aantrekkelijk. De verschillende manieren van denken en handelen maken wat mij betreft het samenleven boeiend. Wat hierin stoort en uit balans brengt is het feit dat de eigen stem en de bijdrage van vrouwen al sinds jaar en dag minder gehoord wordt omdat die van mannen in veel gevallen, gelukkig niet overal, belangrijker wordt gevonden.

Ik vind in deze hele kwestie een bron van inspiratie in het werk van de filosofe Luce Irigaray, die zich haar leven lang sterk maakte voor de stelling dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn, maar niet gelijk. Ze benoemde in haar boeken uitvoerig dat de eigenheid van vrouwen volstrekt is ondergesneeuwd, al vanaf de Oude Grieken, die een vrouw als een onvolmaakte versie van een man beschouwden.

Irigaray schreef veel over de opvoeding van jongens en meisjes, maar ook over het verschil in taalgebruik tussen vrouwen en mannen. Zij riep vrouwen op zich in te zetten voor een eigen identiteit, een eigen stem. Ze moedigt hen aan zelf te schrijven en te spreken. De vrouwelijke stem is volgens haar in de filosofie (haar vakgebied), monddood gemaakt. Ik weet niet of het wat dat betreft met haar eens ben, zeker tegenwoordig niet. In vroeger eeuwen wel. In de tijd dat ook het werk van vrouwelijke wetenschappers in het algemeen minder werd genoemd en gewaardeerd. Het is overigens nog steeds opmerkelijk dat er veel meer mannelijke hoogleraren zijn dan vrouwelijke.

Emeritus professor Gloria Wekker heeft op 11 december de Joke Smitprijs gewonnen voor haar niet aflatende werk om feminisme op de kaart te zetten. Zij zet vraagtekens bij Nederland als vriendelijke en ethische natie. met name in haar boek White Innocence gaat zij hier diep op in.

Onderwijs

Om over na te denken:

In hoeverre bevordert ons taalgebruik in het onderwijs de ongelijkwaardigheid tussen jongens en meisjes ? In hoeverre kiezen we bij –ik noem maar iets- voorbeeldzinnen wanneer we grammatica uitleggen stereotypen? Hoe vaak zegt een leraar of lerares: Dat doen meisjes (of jongens) niet (of juist wel)? En vul maar aan.

Hoe kiezen we kinderen of jongeren voor een klus? Bijvoorbeeld bij taken voor een uitstapje? Vragen we de meisjes iets lekkers te maken en de jongens om geld te verzamelen? Of is die tijd voorbij dat dit gebeurt? En is het erg als het wel gebeurt? Hoe kun je meisjes in hun eigenheid en jongens in hun eigenheid aansporen te zijn wie ze zijn?

Hoe geef je vorm aan de –o zo belangrijke- leraar-leerling relatie als het gaat om jongens en meisjes?

Als ik terugkijk op de tijd dat ik zelf lesgaf, ben ik me er van bewust dat ik subtiele verschillen maakte in mijn bejegening van jongens en meisjes. Ik herinner me dat ik tegen jongens wat stoerder taalgebruik bezigde, ook in lichaamstaal. Dat ik een verdrietig meisje met ander taalgebruik troostte dan een jongen. Dat soort dingen. Is dat erg? Boeiend is natuurlijk waar het ongewenste verschillen vergroot en welk effect ander taalgebruik gehad zou hebben. Er is, zoals gezegd, ook verschil tussen jongens en meisjes. Een verschil dat we best mogen benadrukken, zolang we beiden volstrekt gelijkwaardig benaderen. 

Hoe is dat nu in scholen en klassen?

Welke rol hebben leraren en leraressen op het ervaren van gelijkwaardigheid, of het ontbreken ervan bij leerlingen? Dat begint uiteraard bij de leraren zelf en hoe zijzelf zijn grootgebracht en hoe ze zich inmiddels hebben ontwikkeld. Zij zullen zonder enige twijfel uitdragen wie ze zelf zijn in deze. Want, om met Parker Palmer te spreken: je brengt jezelf mee in de klas.

Voorts komt de rol en de waardering van mannen en vrouwen terug in de lesstof. Hoeveel docenten maken dit bespreekbaar? Hoeveel docenten maken het verschil tussen mannen en vrouwen tot een onderwerp?

In hoeverre hebben scholen en/of individuele docenten zich bewust ten doel gesteld het thema mannen en vrouwen niet alleen op de agenda te zetten, maar het ook als onderwerp van reflectie te beschouwen?

Ik kan dat laatste alleen maar van harte aanbevelen.

 

 https://www.trouw.nl/cultuur/ontleedster-van-misogyne-mythes~a2549730/

 https://www.amazon.com/Philosophy-Without-Women-Contemporary-European/dp/0826458491

 Irigaray. L. (1990). Ik, jij, wij. Utrecht: VBK media.

 Palmer, P.J. (2005). Leraar met hart en ziel. Groningen: Wolters Noordhof.


 

 

 

 

 
Count of comments: 0
Posted on 11 Dec 2017 by SandraV

Name: Remember me
E-mail: (optional)
Smile:smile wink wassat tongue laughing sad angry crying 
Powered by CuteNews