Team
printable version

 

Het was lang zo dat ik in mijn werk als coach en adviseur van schoolleidingen bij herhaling de vraag tegenkwam: Hoe krijg ik de mensen in mijn school, of in mijn team, in beweging? School- en teamleiders hadden geen idee hoe ze hun hardwerkende docenten zodanig konden laten nadenken over het onderwijs, over ontwikkeling, dat er beweging kwam in het team als geheel. Dat had onder meer te maken met het feit dat er weinig echte verbinding was (en in veel gevallen ook nog is)  tussen docenten onderling, en tussen schoolleiding en docenten. Ik schreef daar al eens over. Veel teams heten wel teams, maar zijn het in het dagelijks leven niet. Ze heten alleen zo. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat mensen elk hun eigen gang gaan, elkaar te weinig vragen stellen, te weinig aanspreken. Men is al jaren gewend om de dingen op dezelfde manier te doen. Voor veel mensen is dat ook de overleving in het drukke bestaan. Ook verlopen de team- en directievergaderingen vaak op dezelfde manier. Er is een agenda, die wordt afgewerkt. Niet altijd hebben de docenten uit een jaarteam echte bemoeienis met de agenda. Veel teamleden zitten eigenlijk vooral te wachten op het eindsignaal en nemen nauwelijks deel. Er is dan ook vaak niemand die mensen daarop aanspreekt. En zo gaat alles volgens vaste patronen.

Maar de laatste tijd hoor ik dat er verandering komt. Er komt nieuw elan de scholen in.

 

Vragen
 

Wat ik vooral merk is dat er andere vragen aan de teamleden gesteld worden. Veel meer teamleiders dan voorheen beginnen vragen te stellen als: Waar ben jij goed in? Waar ligt je hart? Wat zou jij nou voor het team willen doen als je helemaal zelf zou kunnen kiezen? En weet je nog meer mensen die een passie voor dat onderwerp hebben? Ga er eens mee aan de slag! En laat me weten hoe het gaat. Over een tijdje vragen we jullie dan om je onderwerp te delen met je collega’s. Zo zijn er scholen waar de docenten zelf bedacht hebben dat de rapportvergaderingen anders en productiever kunnen worden aangepakt. Hun voorstel is overgenomen. Zo zijn er scholen waar docenten bijeenkomsten organiseren om van elkaar te leren. Bijvoorbeeld over computergebruik. En op een aantal scholen zijn de teamvergaderingen vervangen door bijeenkomsten van een ander type. Rondom bepaalde onderwerpen bijvoorbeeld. Zo ken ik een scholen waar de mensen gevraagd is: Wat is jouw persoonlijke leervraag? Van iedereen werd een antwoord verwacht. Daarna zijn er groepen gevormd rondom de leervragen.
Waar teams nog wel als team vergaderen worden ook tijdens vergaderingen meer vragen gesteld: Collega (Jan, Marieke, Peter,…) , waarom zeg jij niets? Waarom neem jij niet deel aan het praten over dit onderwerp? Het gaat ook jou aan. Collega, wat bedoel je met die opmerking? Kun je die eens toelichten? En meer van dat type interventies. Echte verbinding ontstaat onder meer door echte aandacht en open vragen.

De analogie rondom de leerprocessen van leerlingen kan de lezer niet ontgaan zijn. Wie meer en meer wil focussen op de individuele leerprocessen van leerlingen, hen zo goed mogelijk tot hun recht laten komen en hen de wereld in leiden, naar volwassenheid, ontkomt er niet aan dergelijke leerprocessen ook op zichzelf toe te passen.

 

Jongeren

 

In veel gevallen zijn  het de jongeren die de aanzet geven tot de verandering. Zij laten zich, in tegenstelling tot hetgeen in het verleden wel gebeurde, niet meer meteen opnemen in de bestaande , in sommige gevallen rigide, cultuur van een school. In de meeste gevallen hebben zij binnen hun opleiding geleerd te reflecteren en ook procesmatig naar dingen te kijken, niet alleen inhoudelijk. Of zij een kans hebben een veranderende rol te spelen hangt erg af van hun aantal en van de schoolleider in kwestie. Geeft hij of zij de jongeren bijvoorbeeld een voortrekkersrol in de school, waar het gaat om bepaalde vernieuwende onderwerpen? Ik ken scholen waar met name de jongeren gevraagd wordt een conferentie te organiseren.
 

Richting en ruimte
 

Waar het in het verleden nog meer dan nu voorkwam dat de schoolleider – met de beste bedoelingen uiteraard- zei tegen zijn of haar mensen: Dit staat in het schoolplan, dit moeten jullie uitvoeren en dat moet dan-en-dan klaar zijn, worden al sinds langere tijd steeds vaker docenten betrokken bij de plannen en de beste manier die uit te voeren. Veel meer dan in het verleden, waar men zich vooral uitvoerder voelde van plannen die van de directie kwamen, wordt het potentieel van de docenten gericht aangesproken. De ideeën van de mensen worden meer en meer leidend, in plaats van de papieren plannen.

Uiteraard betekent dit ook iets voor de aansturing.
Voor de meeste schoolleiders is het ook een omslag. Je bent gewend om van bovenaf te sturen. Je hebt allerlei overwegingen in je hoofd. De doelen, de inspectie die op bezoek zal komen en vragen zal stellen, de ouders, de aanmelding. Maar uiteraard ook de onderwijsvernieuwing, je voortschrijdende inzicht. Hoe daar vorm aan te geven en toch binnen de grenzen van de wet te blijven? Al die dingen spelen mee. Het blijkt inspirerend om leraren meer de ruimte te geven, met als basis de richting die de school uit wil. Richting en ruimte geven, dat is belangrijk.
Voor veel schoolleiders is het nog even zoeken naar de concrete manier waarop je dat doet. De aanpak wordt direct beloond als de energie in de school verandert. Er komt meer inspiratie, meer inzet, meer plezier de school in, hoor ik van mensen die een dergelijke aanpak kiezen. 

Count of comments: 0
Posted on 19 Oct 2015 by SandraV
Het simpele eerst
printable version

Onderwijsvernieuwing

 

Een belangrijk deel van onderwijsvernieuwing is de focus op de mens. De leerling, de docent, de leidinggevende. Waar de nadruk nu vooral nog ligt op het systeem, aantal hoofdstukken uit het boek dat af moet in het schooljaar, de toetsen, verlegt de aandacht zich terecht naar: om wie gaat het? Wat is in deze tijd goed en belangrijk om te leren? Termen als verbinding vallen zeer regelmatig. Het ene na het andere blog ziet het licht. Zelf doe ik daar ook hard aan mee. Vergezichten worden beschreven, het ene nog mooier dan het andere. Theorieën zien het levenslicht en worden al dan niet omarmd. De mensen die dit het best kunnen verwoorden worden vaak geciteerd.  De sociale media staan vol met prachtige citaten en trotse voorbeelden van kleine en grote successen.
 

Werkelijkheid
 

En dan de werkelijkheid. Een veranderende werkelijkheid, zeker. Er beweegt veel, meer dan het jaren gedaan heeft, zeker. Er zijn steeds meer enthousiaste mensen en mooie verhalen. Prachtig.
Maar.

Soms is het te makkelijk om als vernieuwer voor een volle zaal te spreken over hoe het allemaal zou moeten. Zo was ik nog niet zo lang geleden getuige van een gesprek tussen een HBO bestuurder en een spreker. De bestuurder, iemand die echt hard bezig is met de ontwikkeling van zijn instelling, een actieve vernieuwer, sprak de spreker er op aan dat hij de aanwezigen in de zaal verweet dat ze het niet goed deden. Dat hij in zijn verhaal volstrekt achterwege had gelaten rekening te houden met het feit dat de mensen die nu dag in dag uit voor de klas staan zelf vooral te maken hebben, en gehad hebben met het bestaande systeem.

Een spreker die ik met veel plezier hoorde spreken, geestig, eloquent, hoe het allemaal zou moeten veranderen in het onderwijs, bleek zelf iemand die in een gesprek in kleine setting zeer slecht luisterde en zich niet voelbaar wist te verbinden.
Iemand anders, veel bescheidener als spreker in het openbaar, misschien wel te bescheiden, toonde zich aandachtig en oprecht belangstellend en had een doordachte bijdrage in een gesprek.

In een zaal waar ik een keynote hield, zaten zeer veel leraren. Jonge mensen vaak nog, die het iedere dag in werkelijkheid moeten en willen waarmaken, maar die het iedere dag ook weer op moeten brengen, die persoonlijke aandacht, de flexibiliteit, de inventiviteit. Zij die belangstelling hebben voor onderwijsvernieuwing en dat onderwerp zo goed mogelijk volgen, worden tegelijkertijd iedere dag geconfronteerd met een volle klas met kinderen, en soms meerdere klassen na elkaar. Ze hebben te maken met het systeem zoals dat nu is, waar ze wellicht ook wel echt iets in willen veranderen, maar daarin als eenling of als kleine groep slechts een klein radertje zijn.

Naar aanleiding daarvan bedacht ik dat het goed is te blijven stilstaan, als onderwijsvernieuwer, bij het feit dat ik wel van alles kan vinden, en hoe nodig het ook is, dat het onderwijs zich drastisch gaat instellen op een snel veranderende wereld, maar dat in de meeste gevallen anderen het moeten gaan uitvoeren. Dat wat ik zo belangrijk vind. Weinigen van degenen die het voorfront van de onderwijsvernieuwing aanvoeren, staan werkelijk in een volle baan voor de klas. Wissel eens van perspectief. Verdiep je werkelijk in het standpunt en de realiteit van de ander.
 

Congruent

 

Ja, het is goed als we blijven praten over onderwijsvernieuwing. Het is hard nodig, en vooral ook dat er iets mee gebeurt. Maar wat soms, of vaak, nog wel ontbreekt is congruentie, met name in gedrag, met het uitgedragen beeld. De mens centraal, de creativiteit, het scheppende vermogen van mensen centraal, verbinding die belangrijk is, natuurlijk.  Maar wat betekent ‘de mens centraal’ in het dagelijkse (school-)leven nu werkelijk?
Als je terugkijkt in de tijd van je eigen schoolleven zie je, afhankelijk van je leeftijd, mensen die ook lang voor de huidige onderwijsvernieuwing, de mens centraal stelden. We kunnen allemaal voorbeelden noemen van docenten of anderen in de school, die door hun benadering leerlingen echt iets meegaven. Die een relatie wisten op te bouwen. Met wie je verbinding voelde.

Ik vind dat we moeten opletten dat we in onze noodzakelijke en terechte drang naar vernieuwing het oog voor het tempo van verschillende mensen niet uit het oog moeten verliezen. Ook hier geldt dat directeuren en leraren, net als leerlingen, dingen in hun eigen tempo mogen doen, hun eigen talenten mogen ontwikkelen. De grootste fout die we kunnen maken is de mensen die het dagelijks in het onderwijs vorm moeten geven uitsluitend af te schilderen als mensen die niet begrijpen dat ze bezig zijn met een achterhaald concept.
 

Uitnodiging tot relatie

 

Er moet veel meer gebeuren dan alleen het credo De mens centraal waarmaken in de huidige diepgaande verandering. Het gaat bijvoorbeeld ook over het doorbreken van het jaarklassensysteem, het zelf maken van curriculum, het gepersonaliseerd leren, het anticiperen op robotica en 3d printing, het inruimen van een veel grotere plaats voor filosofie en andere manieren om met kritisch denken bezig te zijn. Vul maar aan.

Maar eerst en vooral is daar, in welke school dan ook, en ver daarbuiten, de relatie tussen mensen onderling. En ook de reflectie op het eigen (al dan niet) congruente handelen. Nog altijd kom ik meerdere malen per week in groepen, waar vertrouwelijk over persoonlijke  vragen wordt nagedacht en algemene kwesties worden besproken,  waar met enige regelmaat iemand tegen een collega zegt: Waarom heb je me dat niet eerder gezegd? Waarom hebben we niet meer aandacht voor elkaar? Waarom doen we zo moeilijk?
En zo lang we niet leren om de open en aandachtig te zijn naar elkaar, volstrekt eerlijk en respectvol zijn, elkaar de ruimte geven voor een eigen bijdrage en daar vragen over te stellen, te begrijpen dat de dagelijkse werkelijkheid een andere is dan op papier, zo lang zal de onderwijsvernieuwing niet werkelijk plaatsvinden, wat we verder ook schrijven en zeggen en dromen en hopen. Want om de vernieuwing vorm te geven is het nodig dat we eerlijk en open met elkaar van gedachten kunnen wisselen, dat de politieke cultuur, nu nog tot in de krochten van het onderwijs (ook de vernieuwing!) aanwezig, volstrekt verdwijnt uit de wandelgangen. Als de een ten koste van de ander iets wil opeisen of doordrijven, dan zijn we terug bij af. Dan is de verbinding verbroken.

De uitnodiging is om de komende tijd met elkaar eerst eens als speerpunt te nemen: De mens centraal, met nadruk op de verbinding met die andere mens.  Hoe ga ik in mijn dagelijkse leven om met anderen? Hoe geef ik vorm aan de De mens centraal? Wie is die ander? Kan ik daar eerst eens naar luisteren? Welke ideeën heeft die ander? Wat zijn z’n drijfveren? Wat hoopt hij, droomt zij? En daar eens op door te vragen zonder direct de eigen inbreng en ideeën naast te zetten? Kan ik hem op de juiste manier laten weten wat ik van zijn ideeën vindt? Kan ik mijn ego opzij zetten en werkelijk met z’n allen iets ontwikkelen? Dat verbindt. Dat geeft de term verbinding  vorm. Zonder oprechte verbinding is er geen onderwijsvernieuwing mogelijk, meen ik. Dus eerst de verbinding maken en die kunnen koesteren en onderhouden. Simpel toch?

Het simpele eerst. Dan de rest.


 

 

 

Count of comments: 0
Posted on 19 Oct 2015 by SandraV
Treinbespiegeling
printable version

Het komt nogal eens voor dat ik met de trein reis. Dat doe ik wanneer dat ook maar enigszins mogelijk is. Behalve dat ik de tijd vaak gebruik om te lezen of mail te beantwoorden (als de wifi het tenminste doet), houd ik er ook van om naar mijn medereizigers te kijken en vaak ook om met hen te praten. 
Neem nu gisteren. Rond half acht s avonds vertrok ik uit Amsterdam na een inspirerende denktank bijeenkomst.

De meisjes

In Utrecht kwam een groep studenten, meisjes, de trein in. Luidruchtig. De stilte in de stiltecoupé brak in gruzelementen. Tot ik zelf de trein verliet, in Eindhoven, heb ik de groep geobserveerd en nagedacht over de verbinding tussen het –vaak zeer boeiende - gesprek over onderwijsvernieuwing en de alledaagse werkelijkheid. Bijvoorbeeld in een trein op vrijdagavond.

Ik bleef alleen met mijn gedachten en heb niet met de meisje gesproken, wat ik overigens in andere gevallen vaak wel doe. Ik vind het leuk om in de trein gesprekken aan te knopen. Deze keer liet ik het bij mijn eigen gedachten. 
De meisjes, een jaar of achttien, twintig misschien, waren op weg naar huis, in Limburg zo te horen. Ze straalden en hadden veel plezier. Sommigen maakten een ietwat aangeschoten indruk, maar dronken zou teveel gezegd zijn. Zij vormden met hun vrolijke gesnater een bubbel in de coupé en droegen allemaal hetzelfde T shirt met opdruk van een vereniging.
Mijn gedachten gingen ongeveer als volgt: 
Wie zijn jullie? Wie ben je? Wat is je droom? Wat studeer je? Hoe ben je tot je keuze gekomen? Zal je studie je helpen je droom te verwezenlijken? Op welke manier draagt je studie daar aan bij? Op welke manier heb je daarover nagedacht? Wie heeft je geïnspireerd tot je keuze? Hoe heeft die persoon dat gedaan? Had je eigenlijk iets anders willen studeren dan je nu doet? Waar ligt het aan dat dat niet is doorgegaan? Hoe zal jouw leven er over dertig jaar uitzien?

We spreken veel over ‘’leerlingen helemaal tot hun recht laten komen”, of “de leerling centraal stellen’’ in plaats van allemaal tegelijk in een klas of collegezaal. Deze meisjes hebben hun schooltijd in de meeste gevallen doorgebracht in een reguliere school met het systeem zoals we dat nu kennen en zijn – gelet op de door mij geschatte leeftijd- nog niet zo lang geleden aan een vervolgstudie begonnen. Hoe zouden ze zijn binnengekomen in de trein als ze bijvoorbeeld gepersonaliseerd hadden kunnen en willen leren? Zouden ze dan in deze samenstelling zijn geweest? Zouden ze anders gedacht en gehandeld hebben?

De jongen

Tegenover me zat een jongen van een jaar of zeventien, achttien. Hij was overduidelijk geen Nederlander, dat was te zien aan zijn uiterlijk en ik hoorde het toen hij kort een telefoongesprek voerde. Hij sprak in een taal die ik niet kon thuisbrengen. Hij speelde met een oud model telefoon en keek met verdrietige ogen door het raam de donkere avond in. Ik vroeg me af het een vluchteling was, wellicht een die al langer hier was. Hoe en waar heb jij op school gezeten, vroeg ik me af. Wat heb jij geleerd? En wat had je daar aan toen je in een voor jou vreemd land terecht kwam? Hebben ze je iets geleerd over hoe je kunt omgaan met  ingrijpende veranderingen, zoals thuis geraken in een totaal vreemd land?

 Met de wind mee

Toen de trein bijna in Eindhoven was en we met een groepje stonden te wachten tot we de deur konden openen, bekeek ik de mensen die daar ook stonden. Sommigen hadden een laptoptas bij zich, anderen een klein koffertje. De jongsten keken op hun telefoon.  Anderen keken langs elkaar de ruimte in. Dicht bij elkaar staan en doen alsof dat niet zo is. 
Toen we uitgestapt waren bewoog ik met de stroom mee naar de uitgang. Mijn kraag optrekkend tegen de tochtige wind (Het wordt echt herfst!) keek ik naar de voortstappende mensen en dacht: Waar ga je heen? Wie wacht er op je? Kijk je ernaar uit? Wordt er van je gehouden? Ben je eenzaam? Met wie eet je vanavond? Wat is je droom? Buiten het station verdween iedereen een andere kant op. Te voet, met de fiets, of in een wachtende auto.

Onderwijs

Op de fiets naar huis vroeg ik me af wat we nu, in 2015, kunnen doen om het onderwijs zo goed mogelijk te laten bijdragen aan datgene wat werkelijk het beste is voor mensen. Hoe kun je ervoor zorgen dat mensen zo goed mogelijk in de wereld komen, tot bloei komen? En wat is dat dan precies: goed in de wereld komen? Wat hoort dan vervolgens bij het onderwijs? Wat hoort bij de ouders? Wat hoort bij de rest van de omgeving? Wat kan het onderwijs het beste bieden? Waar ligt de verbinding met het thuisfront en de omgeving?
Wat is het allerbeste dat je aan jonge kinderen kunt meegeven zodat ze prettige en evenwichtige mensen worden die doen waar hun hart, hun hoofd en hun handen het meest gelukkig van worden? 

Hoe zal een treincoupé (vooropgesteld dat die dan nog bestaan) met mensen eruit zien over dertig jaar als we er nu binnen aan aantal jaren in slagen het onderwijs te maken zoals we dat willen? Wat betekent in dat geval bijvoorbeeld ‘verbinding’ in de publieke ruimte? Wat kan het onderwijs bijdragen aan het begrip en het werkelijk vorm geven aan verbinding van mensen met zichzelf, met elkaar, met de omgeving? Wat betekent in dat geval duurzaamheid? En wat is het dan precies wat we zouden moeten aanpakken als we zo denken? Waar zitten hiaten in de verbinding van mensen met zichzelf en de wereld om hen heen?

Mijn fiets staat al lang weer in de schuur, maar ik denk er nog steeds over na. 

Count of comments: 0
Posted on 06 Oct 2015 by SandraV
Legacy
printable version

Vernieuwing

Onderwijs is toe aan vernieuwing in deze verandering van tijdperk. Die vernieuwing zie je om je heen gebeuren. De kern daarvan is, dat de mens weer centraal moet komen staan, in plaats van het systeem. 

Als je aan mensen vraagt wat die vernieuwing inhoudt, dan spreken ze over een andere manier van lesgeven, bijvoorbeeld via blended learning. De mogelijkheid om gepersonaliseerd leren alle voorrang te geven, in plaats van het beeld van een klas vol kinderen in bankjes die allemaal naar hetzelfde verhaal van de leraar luisteren. De crux is, dat leerlingen allemaal verschillend zijn en dat ze zich allemaal in hun eigen tempo ontwikkelen, andere ambities en mogelijkheden hebben en dat het goed is met elkaar te kijken op welke manier we als leraren met elkaar zo’n leerling kunnen helpen met zijn volle potentieel aan zijn volwassen leven te beginnen.
Prima, daar wil ik niets tegenin brengen. Sterker nog: ik ben het er volstrekt mee eens. De tijd is rijp.
Ik heb echter ook het idee dat een aspect onderbelicht blijft. En dat zijn de dingen die altijd al hebben bijgedragen aan het centraal staan van de mens, in plaats van het systeem. Ook in de periode dat het systeem, vooral na de jaren 80 van de vorige eeuw, steeds meer de overhand ging voeren.

Van alle tijden

De mens centraal stellen is, behalve in de manier waarop regels en voorschriften een rol spelen, is vooral terug te vinden in het gedrag van mensen zelf. In een school bijvoorbeeld het concrete gedrag van directieleden, conciërges, leraren en leerlingen. 

Sommige dingen zijn van alle tijden in het onderwijs. Ga maar na: wanneer je aan mensen vraagt welke leraar ze zich herinneren, dan komt er een verhaal over de leraar die hartelijk was, goed kon vertellen, bij wie je terecht kon, die je hielp, die je zag. Of iemand die de dingen zo kon uitleggen dat je de stof echt goed begreep. Vaak weten mensen de naam nog. Mannen of vrouwen die nu docent zijn, zijn dat vaak geworden doordat ze een docent hadden die hen aansprak. Voor mij was dat een reden om docent Duits te worden. 
Mensen die anderen kunnen enthousiasmeren, mensen die originele oplossingen voor iets aandragen. Mensen die zich altijd als eerste aanmelden om te helpen voor een rommelmarkt of aan andere actie. Mensen die altijd enthousiast zijn. Mensen die mensen voor het systeem laten gaan. Ook al zien ze er tegenop om te gaan werken met blended learning.

We willen voor onze leerlingen dat zij het beste uit zichzelf kunnen halen, dat ze tot hun recht komen, dat ze kunnen worden wie ze zijn. Daartoe zien we onder meer graag mogelijkheden om ons onderwijs radicaal anders in te richten. We willen meer gebruik maken van de ideeën van docenten, hen het curriculum zelf laten bepalen, in plaats van altijd te werken met een lesboek met hoofdstukken die af moeten. We willen dat de ICT op een goede manier ingezet wordt. Dat laatste blijkt een hele klus, want er is heel veel mogelijk, er is ook al heel veel materiaal in de scholen, maar de weg naar mooi geïntegreerd onderwijs is nog lang, zoals onlangs nog bleek.

De oudere docent

Op veel scholen worden de oudere docenten als remmende factor ervaren. Ze vinden het omgaan met de mogelijkheden van ICT in veel gevallen (lang niet allemaal) lastig. Ze zien op tegen onderwijsvernieuwing, laten dat soms alleen in bedekte termen weten en hebben hun handen vol aan het werk dat ze moeten doen. Ze geven zich niet of niet meer als eerste op wanneer er een speciaal project geïntroduceerd wordt. Voor een aantal is het ook werkelijk teveel. Onlangs sprak ik een man van 63, een leraar die zijn vrije dag gebruikt om naar zijn oude moeder van 87 te gaan, die blind geworden, in een verzorgingshuis zit. Hij wilde dat ook graag doen, maar miste daardoor zijn moment om voor zichzelf iets te doen, tijd aan zijn hobby te besteden. 
Op school vroeg men hem zich te verdiepen in laptopgebruik in de klas. Hij vindt dat moeilijk. Het gaat me te snel, zegt hij. Ik heb de televisie nog zien komen. We zaten met z’n twintigen bij de buren op de grond naar de tv te kijken. Jaren later kregen wij er pas eentje. Bij ons hing een bakelieten telefoon aan de muur. Wij kinderen mochten niet zomaar bellen. 
Toen ik begon was er in ons team ook heel veel enthousiasme. We waren met een jonge groep docenten die van alles wilde en deed. Het was in de tijd dat iedereen lang haar had, in de jaren zeventig. We spraken in die tijd ook al veel over onderwijs. Er is in de tijd dat ik zelf op school zat en daarna les ging geven zoveel veranderd dat ik het niet meer bij kan houden, zo vertelt hij me. Als ik mijn collega’s zie, die in twee tellen iets met een schermpje doen, dan slaat de angst mij om het hart. Ik ben blij dat ik over een paar jaar weg kan. Ik ben moe.

We hebben het hier over een leraar die goed bekend staat. Hij kan vertellen als geen ander. Zijn werk is altijd op tijd klaar, hij is bij alle vergaderingen, hij doet enorm zijn best. Hij kent zijn collega’s en zijn leerlingen en ziet hen. Hij weet alles van bepaalde onderwerpen, maar hij heeft wel eens het gevoel dat die niet meer meetellen omdat hij niet weet hoe hij blended learning moet inpassen in zijn lessen.

 Legacy

Zoals de leraar over wie het voorbeeld gaat, zijn er veel meer. Het is soms lastig voor scholen die werkelijk willen vernieuwen om te werken met deze groep. 

Wat zou kunnen helpen is het inzicht dat een aantal van deze mensen in hun tijd de bij die tijd passende vernieuwingen teweeg brachten. In mijn eigen school waren dat klassen waarin leerlingen in hun eigen tempo mochten bepalen wanneer ze hun overhoring deden, ze konden alvast doorwerken aan volgende hoofdstukken. De studiereizen waren in opkomst. Er ontstonden trainingen op allerlei gebied, om te werken aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. Training sociale ontwikkeling, trainingen tegen faalangst. Er werd geëxperimenteerd met de knipkaart voor leerlingen uit examenklassen. Zij mochten een bepaald aantal lessen afwezig zijn en naar eigen inzicht besteden. Inmiddels zijn die dingen weer ingehaald door andere inzichten en plannen, maar in die tijd was dat gewoon de volgende stap.

Het is goed te beseffen dat de huidige onderwijsvernieuwers staan op de schouders van hen die voor hen kwamen en de weg bereid hebben.

Pleidooi

Ik wil hier een pleidooi houden voor het volgende:

As we willen dat docenten oog hebben voor de talenten van leerlingen en deze tot bloei helpen brengen, heb dan ook oog voor de talenten van de docenten, ook van hen die niet voorop lopen bij de vernieuwingen. Begrijp dat een aantal van de docenten hun lessen vooral gegeven hebben in een periode waarin de vernieuwingen een andere naam hadden en kleinere proporties hadden dan nu. Dat was toen de logische volgende stap. Ook toen was er veel enthousiasme en probeerde men nieuwe dingen.

Schoolleider, vraag (voor zover je dat al niet doet) een docent die over een jaar of anderhalf met pensioen zal gaan, welke legacy hij of zij wil achterlaten voor de mensen na hem of haar. Maak letterlijk en figuurlijk ruimte voor de inzichten en het unique selling point van die collega. Ik beveel dit al een aantal jaren aan en er komen mooie resultaten uit. Zo gaf iemand aan, hij gaf altijd Frans, dat zijn hobby filosofie was en dat hij graag met een groep leerlingen die daar belangstelling voor hadden over filosofie wilde praten. De schoolleiding gaf hem zes uren om dit te doen. Hij sprak met hen over diverse filosofen en over het stellen van kritische vragen en het voeren van een dialoog. De leerlingen vonden het geweldig.
Iemand had in eigen tijd een dichtbundel geschreven met zijn levensinzichten daarin verwerkt. De bundel werd verspreid onder alle collega’s bij het afscheid. Iemand was erg goed in het maken van glas-in-lood. Er kwam een raam van zijn hand in de school. 

Als iemand afscheid neemt, herinner je dan, behalve de datum waarop hij in dienst trad en welke lessen hij gegeven heeft, ook de training die hij ontworpen heeft, de ideeën rondom zijn vak die zijn overgenomen door anderen, de mooie toespraak die hij hield bij het overlijden van een collega, de hulp die hij gaf aan een groepje leerlingen dat een bepaald onderwerp maar niet onder de knie kreeg, de rol die hij speelde bij de organisatie van de jaarlijkse rommelmarkt.

Dat is ook aandacht besteden aan de talenten van mensen en mensen boven het systeem stellen.

.

Count of comments: 0
Posted on 20 Sep 2015 by SandraV
Ik weet het niet....
printable version

Joop

Het is een hele tijd geleden, een jaar of 35. Maar ik zie het nog voor me. Het was voorjaar. Door het raam van het klaslokaal keken we op de binnentuin van de school. Alles begon net weer te ontluiken. De zon scheen, we hadden een prettige les. Ik was nog niet zo lang docent, het zal mijn tweede jaar geweest zijn. Het lesgeven vond ik leuk, het ging me goed af. Mijn contact met de leerlingen was prima.  Een leerling vroeg me iets. Wat dat was weet ik niet meer. Ongetwijfeld had het iets met mijn vak Duits te maken. Ik wist het antwoord niet. Achteraf gezien is dat vreemd, omdat we in de tweede pas met Duits begonnen, ze waren er dus pas een half jaar mee bezig. Maar zo was het. Ik wist het niet. In mijn klas zat ook een blinde jongen, Joop. Hij had in de klas altijd een braille typemachine bij zich. Waar anderen schreven, typte hij. Op het moment dat de leerling de vraag stelde waarop ik het antwoord niet wist, hield ik mijn adem in, meteen. Ik wist niet wat ik moest doen. De klas keek mij verwachtingsvol aan. Alleen Joop begreep het meteen. Hij stopte met typen en ik hoorde hem fluisteren tegen zijn buurman: Ze weet het niet.. Hij had gehoord wat anderen niet gezien en gehoord hadden. Ik herinner me nog dat ik direct dacht: nu moet ik echt zeggen dat ik het niet weet. Hier valt nu niet meer aan te ontsnappen… Een pak van mijn hart was de reactie van de leerlingen toen ik zei: jullie vinden het misschien wel vreemd, maar ik weet het antwoord niet, daarom zal ik het opzoeken en het de volgende les aan jullie vertellen. O riepen de leerlingen, dat is prima hoor, juf.

 Nieuwe dingen

Veel docenten, en zij niet alleen, vinden het lastig om te zeggen dat ze iets niet weten. Er is bij velen een soort mindset dat je als docent alles moet weten. Ook ten opzichte van collega’s. Maar is dat wel zo? Is niet belangrijker dan alles te weten en overal een antwoord op te geven, laten zien dat je zelf kunt leren, dat het gewoon is iets niet te weten? Bovendien herinner ik me nog heel goed uit mijn eigen schooltijd dat wij leerlingen meteen zagen dat een leraar iets niet wist. Waar Joop het aan mijn stem hoorde, zagen wij het aan de lichaamstaal van de betreffende docenten. Men draaide zich weg, dook onder de tafel, hield de hand voor de mond, begon te kuchen en wat dies meer zij. 

Een van zomergasten deze zomer was Annejet van der Zijl. Zij had een mooi fragment en er volgde een gesprek over niet- weten. Zij zei het heel simpel: Dat weet ik niet en dat is soms heel prettig.

In gemeenschappen zoals scholen, maar ook in bedrijven, hebben teams en andere vormen van samenwerking veel last van het feit dat mensen niet durven zeggen dat ze iets niet weten. Een voorbeeld. Veel communicatie gebeurt dezer dagen door middel van allerlei instrumenten zoals skype, dropbox. Er zijn elke dag bijeenkomsten waarbij mensen zeggen: o ik ben er niet aan toe gekomen om dat te lezen, er gebeurde plotseling iets waardoor ik geen tijd had. De waarheid is dat ze niet weten hoe in dropbox te komen. Of er zijn mensen die zeggen dat ze niets moeten hebben van de veranderingen in het onderwijs omdat ze de bestaande manier van werken veel beter vinden. Intussen is de werkelijke reden dat ze niet weten hoe ze nieuwe vormen van onderwijs vorm moeten geven, maar dat niet durven zeggen.

Help me

Ik denk dat er veel meer ontspanning zou komen wanneer mensen op scholen en op andere plaatsen zonder schroom zouden durven en mogen zeggen dat ze iets niet weten en daar de zin achter zouden durven zeggen: kun je me helpen het te leren?
Veel van de stagnatie in onderwijsvernieuwing heeft naar mijn idee te maken met dingen als het bovenstaande.

Het gevaar van uitspraken als deze is dat je mensen te kort doet die dat allemaal wèl doen, en die zijn er ook in toenemende mate, maar er zijn nog teveel mensen die zich voor elkaar verschuilen en dat is jammer.

Daarom ben ik blij met alle initiatieven om leerlingen en leraren te leren over niet-weten, openheid en hulp durven vragen.

Count of comments: 0
Posted on 12 Sep 2015 by SandraV
De Spin
printable version

De SpinBlog in de serie #BlimageNL

 

De Spin

Er was een tijd, lang geleden, dat ik vreselijk bang was voor spinnen. Het lastige was dat ik er steeds wanneer ik er een tegenkwam, bijvoorbeeld in spinnentijd herfst, voor een dilemma stond. Want ik was dan wel bang, maar ik wilde de spin ook niet doden. Dus ik ging er niet bovenop staan, en ik kwam hem ook niet achterna met een gevouwen krant. Ik wachtte gewoon tot hij zijn weg vervolgde, want oppakken en naar buiten brengen durfde ik niet.

Tot die ene zomerdag. Ik gaf in die tijd les in het noodgebouw van de school. Het stond op enige afstand van het hoofdgebouw in een ongemaaid grasveld. De ramen stonden wijd open, het was warm. Na de pauze trof ik mijn klas aan, ik stak de sleutel in het slot, opende de deur en wij gingen naar binnen. En daar zat hij, naast het bord. Zo groot had ik ze nog zelden gezien. De haartjes op de poten bewogen in wind, zal ik maar zeggen. De verschijning van deze enorme spin miste zijn uitwerking niet op de leerlingen. Plotseling klonken overal kreten. Ik realiseerde me meteen dat ik een keuze had: er stonden twee lesuren voor de deur tot de volgende pauze. Als ik niets deed kon ik het lesgeven in die twee lesuren wel vergeten. Of ik kon er voor kiezen actie te nemen. Ik koos voor het laatste. Uit mijn tas haalde ik een papieren zakdoekje, liep naar de spin, haalde diep adem en zei zo stoer mogelijk: Zo, jou zetten we even buiten! Ik vouwde het zakdoekje om de spin en gooide hem met zakdoekje en al door het open raam naar buiten. De leerlingen gingen aanvankelijk nog harder gillen, maar nadat de spin in het gras was beland met zijn papieren noodparachute, keerde de rust snel weer.

Dat veranderde mijn hele houding ten opzichte van spinnen. Vanaf dat moment deed ik het volgende wanneer ik een spin tegenkwam in huis: ik verplaatste me in gedachten in de situatie in dat zomerse klaslokaal, ik haalde opnieuw diep adem en zei op stoere toon: Zo, jou zetten we even buiten!, nam een papiertje, vouwde dat erom heen en gooi hem uit het raam.

En zo kon het gebeuren dat ik eergisteravond, alleen thuis, stil aan het lezen, plotseling werd geconfronteerd met een enorme spin, vlak voor mijn voeten. Ik deed niets, hij zat daar zeker tien minuten. We keken elkaar aan en ik voelde van binnen: ben ik bang? Nee, ik vond hem een prachtig schepsel en heb hem naar buiten begeleid.

Count of comments: 0
Posted on 06 Sep 2015 by SandraV
Aylan
printable version

Bildung

Het is al een paar eeuwen geleden dat de von Humboldt (1767-1835) aandacht vroeg voor Bildung. Hij wilde dat het onderwijs niet alleen zou opleiden voor een beroep of specialisatie, maar dat onderwijs de volledige mens zou vormen.
Hij stelde dit in een tijd dat het in Europa rumoerig was. In zijn tijd brak de Franse Revolutie uit. De machtsverhoudingen stonden onder druk. Von Humboldt, zelf opgevoed in de geest van de Verlichting, was voorstander van onderwijs voor iedereen, ongeacht afkomst. Onderscheid tussen hogere en lagere opleidingen verwierp hij. Menselijke ontwikkeling stond voor hem voorop. De ware humaniteit is altijd het product van intellectuele EN morele vorming, waarbij de totale persoon betrokken is. Jonge mensen moeten hun karakter ontwikkelen. Bovendien moeten ze een pluriform aanbod krijgen. Van talen tot natuurwetenschappen, van creatieve en artistieke beroepen tot moraal.
Innerlijke groei maakt het mogelijk met anderen een politiek-sociale gemeenschap vorm te geven. Von Humboldt streefde uiteindelijk humaniteit na. Waar anderen de verandering via revolutie wilden bereiken, streefde von Humboldt de verandering na via individuele groei. 
Von Humboldt stond een Bildung voor ogen die egalitair en vrij is, mensen stimuleert en hen tot kritisch denken aanzet. 

Het Nederlandse onderwijs

Het onderwijs in Nederland is de laatste vijftig jaar onderwerp van een groot aantal hervormingen Na het geloof in de maakbare samenleving dat de jaren 60,70 en 80 kenmerkte, met gelijke kansen voor iedereen in het onderwijs – denk bijvoorbeeld aan de Middenschool-  won de invloed van het neo-liberale denken van Thatcher en Reagan . Dat heeft er mede voor gezorgd dat het onderwijs steeds zakelijker is geworden.  Marktwerking werd een gevleugeld begrip, ook in het onderwijs. Dat leidde onder meer tot schaalvergroting, de onderwijsinstelling als onderneming en klantgericht denken. Dit alles heeft geleid tot veel onrust en frustratie. Het onderwijs is daarmee de laatste tientallen jaren te eenzijdig ontwikkeld.
Ook de WRR constateerde in 2013 dat het huidige onderwijssysteem onvoldoende aansluit bij de steeds hogere eisen die de economie en de samenleving stellen.

Het onderwijs legt vooral de nadruk op de kennis. Frans Leijnse schrijft in En Denken…

In het bildungsideaal van de kennismaatschappij is het technisch vakmanschap, de professionaliteit in enge zin, steeds dominanter geworden. Brede algemene vorming wordt binnen het onderwijs geridiculiseerd als een verzameling tegeltjeswijsheden, maatschappelijke zingeving, roeping en culturele verheffing zijn naar het tweede plan verschoven. Leerkrachten zelf reflecteren bijzonder weinig op hun maatschappelijke vormingsopdracht, hun eigen bagage en hun functie als maatschappelijk rolmodel.

Het bildungsideaal, zelfkennis, ontwikkeling, kritisch denken, kennis van en belangstelling voor kunst en cultuur, staat niet echt boven aan de agenda, hoewel het tij gelukkig aan het keren is. Ook bijvoorbeeld op de lerarenopleidingen.

Aylan

De foto van het kleine jongetje Aylan, afkomstig uit de Koerdisch-Syrische stad Kobani, een stad waar zwaar gevochten is, aangespoeld op het strand van badplaats Bodrum, schokte de hele wereld. Hij is binnen één enkele dag het symbool geworden van de onmacht van Europa om adequaat om te gaan met de vluchtelingenstroom die in volle hevigheid op gang gekomen is.

De (wat mij betreft retorische) vraag die in mij opkwam was: Als iedereen nu Bildung gekregen had die niet alleen over kennis zou gaan, maar ook over de andere poot van Bildung: ontwikkeling van de mens zelf, moreel besef, kritisch denken en vragen, zou het dan met Aylan anders zijn gelopen in zijn leven? Zou hij dan bijvoorbeeld per vliegtuig naar Nederland hebben kunnen komen?

Hierom, en om nog veel meer redenen, ben ik erg blij met het initiatief tot de Bildungsacademie. En met een school als www.dutchinnovationschool.nl. Hopelijk krijgt dat initiatief veel navolging. En ook ben ik erg gelukkig met het feit dat de gekozen nieuw te vormen scholen in Amsterdam, naar aanleiding van het initiatief www.onzenieuweschool.nl , veelal ook kiezen voor een vormende poot. Er is hoop voor de Aylan’s van de toekomst.

 

http://www.humanistischecanon.nl/weimar_humanisme/wilhelm_von_humboldt

 Zie verder ook: Rotmans, J. (2014). Verandering van Tijdperk, Nederland Kantelt. Boxtel: Aeneas, p 47 e.v.

 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2013) Naar een lerende economie.

 Leijnse, F. (2012). De leraar moet een charismatisch leermeester zijn. Over het nut van vorming. In: Van Stralen, G. et al En Denken…. Bildung voor leraren. Leusden: ISVW, p 123

 www.debildungsacademie.nl

Count of comments: 0
Posted on 03 Sep 2015 by SandraV
Het afstuderen van Xenia Münninghof
printable version

Kijk hier:

 

https://www.youtube.com/watch?v=lc2SeUCMNpk

Count of comments: 0
Posted on 30 Aug 2015 by SandraV
Wat wil jij, leraar?
printable version

Terug

Nog luttele dagen en iedereen is weer terug op school. Hopelijk. Vorig jaar was dat op een aantal scholen niet zo, vanwege de MH17, en ook dit jaar zal dat voor sommige scholen niet zo zijn. Bijvoorbeeld bij het gymnasium waar de Duitse Anneli op zat.

Maar over het algemeen komt iedereen gelukkig weer terug uit Italië, Spanje, De VS, de Caraïben, Vlieland , Estland, of waar dan ook vandaan.
En dan begint het schooljaar weer. Je hebt je rooster al gekregen, de namenlijsten met leerlingen in de verschillende klassen. Mogelijk ben je mentor. De eerste vergaderingen staan voor de deur. Voor je het weet zijn de eerste lessen weer achter de rug.

Hoe?

Is dit het derde jaar dat je les geeft? Of het drieëntwintigste? Vind je je werk nog altijd inspirerend? Wat brengt het je? Wat inspireert je? Wat heb je nodig om geïnspireerd te worden of te blijven? Welke stap zou je willen nemen in je docentschap als het helemaal alleen aan jou zelf lag? Hoe zou je willen werken? Met klassen? Liever helemaal anders? En hoe dan? Of doe je dat al? En hoe reageren je collega’s daar op?

Wat is jouw visie op onderwijs? Hoe zie je je eigen rol als het gaat om het hebben van invloed op de keuzes die de school maakt in onderwijsontwikkeling en – vernieuwing? Kijk je wel eens naar filmpjes over onderwijsvernieuwing? Volg je docenten die onderwijsvernieuwers zijn? Lees je erover? Of zou je het allemaal willen houden zoals het nu is? En zo ja, waarom dan? Hoe zijn je overtuigingen over de ontwikkeling van het onderwijs en over de dingen die wel of niet nodig zijn? Heb je het gevoel dat wat jij denkt verschil maakt? Wordt er naar je geluisterd als je je eigen ideeën op school te berde brengt? Hebben de docenten bij jou op school een vinger in de pap als het gaat om plannen voor de toekomst? Hoe staat de schoolleiding tegenover onderwijsontwikkeling? Praat je daar wel eens met hen over? Praten zij wel eens met jou over dit onderwerp?

Hoe beginnen jullie als vakgenoten het nieuwe schooljaar? Hoe ziet een vergadering eruit? Of vergaderen jullie niet? Kun je als collega’s samen echt praten over de dingen die je bezighouden of werken jullie de overbekende agenda af zonder werkelijk contact met elkaar te hebben? Als een van je collega’s iets zegt waar je het niet mee eens bent, durf je dat dan te zeggen? Is er ruimte om het oneens te zijn met elkaar? En hoe gaat het dan verder?

Wat wil je?

Ga je meestal na een schooldag met energie naar huis of ben je helemaal uitgewoond? Waar ligt dat aan? Wat gebeurt er met jouw energie op school? Wat zou je willen dat er gebeurde? En wat is jouw eigen invloed daarop?

Kortom: wat wil jij? Hoe zou jij werkelijk willen lesgeven als je de kans had? Stel dat er helemaal geen restricties waren, welke vorm zouden jouw lessen dan hebben? En waarom zo? Wat zou het effect zijn op het leren van de leerlingen? Heb je wel eens aan leerlingen gevraagd wat hen inspireert in de les? Welke vormen hen aanspreken? Hoe zij het zouden doen als ze de kans kregen? En zou je iets willen en kunnen doen met de ideeën die leerlingen daarover hebben?

En wat zouden jouw collega’s daar van merken? Hoe zou je eigenlijk willen omgaan met je collega’s? Wat zou je met hen willen delen aan gedachten, kennis, materiaal? Wat zou je met hen willen ontwikkelen? Hoe zie je dat voor je? Weten jouw collega’s dat je zo denkt? Weet je van hen wat zij zouden willen als ze de kans kregen? Vraag je dat wel eens?

Wat zou jij willen? En wat is de eerste stap?
 

Count of comments: 0
Posted on 21 Aug 2015 by SandraV
De kaart is niet het gebied
printable version

Opnieuw uitgedaagd voor #BlimageNL door Frans Droog, schreef ik deze keer een vakantieblog. Naar aanleiding van deze foto: 

 Lichtpunt in de verte

 Die dag vertrokken we uit Aragon in oostelijke richting. Vergezicht: de Middellandse Zee. De tocht zou gaan door een prachtig ruig gebied, vrij leeg, met hier en daar een dorp. De avond tevoren hadden we de kaart bestudeerd. Op tafel een boek met kaarten. Op die kaarten strepen: rood, geel, wit. Elk streepje een nummer. Hier en daar zwarte tekentjes die de aanwezigheid van een kasteel of een kerk verrieden. Sommige gebieden lichtgroen, andere donkergroen. 

Mijn geliefde en ik reizen altijd in een bepaalde richting, vaak zonder vooraf bepaald, specifiek doel. Het komt nogal eens voor dat we al rijdend besluiten rechtsaf te slaan als we daar plotseling iets moois ontwaren. Bijvoorbeeld een nog vrij onbetreden pad. De algemene richting blijft echter ongewijzigd.

En zo vertrokken we, tamelijk vroeg, de dag was juist begonnen. De weg die we gekozen hadden veranderde van een geel streepje met een nummer in een weg met bochten en een schitterend uitzicht. Het had in de nacht geregend en de eerste zon brak door de wolken heen. Het landschap, weids, open, koesterde zich in de deze zon. machtige roofvogels zweefden hoog boven het land.
Ik bedacht dat dit landschap, de glooiingen, de verten, al vele jaren dezelfde waren. Dat dit landschap al miljoenen keren de zon had zien opkomen, maar dat toch geen twee dagen hetzelfde te zien geven. Iedere dag is de lichtval net even anders, zijn de wolken anders van vorm, de vogels vliegen een andere route.

Er was vrijwel niemand op de weg. Slechts om de paar kilometer kwamen we een andere auto tegen. Af en toe reden we door een dorp. De dorpen zag je al kilometers van te voren liggen. Een groep huizen in een tamelijk leeg landschap, een kerk, in veel gevallen een kasteel op het hoogste punt. In veel gevallen ook een ermita, oorspronkelijk een plaats voor stille en eenzame contemplatie. In sommige gevallen een eenvoudige grot, in sommige gevallen een hut. Tegenwoordig vindt men er vaak een kerk en zelfs een restaurant. 

Het punt waarvan we van te voren dachten het mooiste uitzicht te hebben, bleek bij aankomst gehuld in een dichte mist. Je zag er werkelijk geen hand voor ogen. De auto voor je nauwelijks, de berm ternauwernood. En zo zagen we dat wat het allermooiste had kunnen zijn, niet.

Het dorp

Uiteindelijk besloten we te blijven in een dorp, een kilometer of dertig uit de kust. Middeleeuwse kenmerken, hoewel de muur om het dorp hier en daar afgebrokkeld was en het water van de gracht eromheen grotendeels opgedroogd. Het dorp had en heeft een prachtige oude kerk, een kasteel en een, nee zelfs twee ermita's. De laatste drie elk op een eigen berg. Er is een dorpsplein, waar iedereen elkaar ontmoet, het is er steeds een drukte van belang. En hoewel ik ook wel weet dat in een dorp als dit ook het nodige speelt, was ik onder de indruk van de volstrekte afwezigheid van agressie, bedreiging, ongemak in de openbare ruimte. Voor iedereen plek, iedereen met open armen ontvangen.

Die ene avond was er een concert in de plaatselijke kerk. Men was met velen aanwezig. Oud en jong, eeuwelingen met stok, baby’s van een paar weken. Tieners, veertigers. Mannen, vrouwen, iedereen. Op het eerste gezicht geen toeristen, behalve wij. Wij werden ondanks dat probleemloos opgenomen in het gezelschap dat dicht tegen elkaar aan op de overvolle banken zat. Het was er warm. Honderden prachtige waaiers in de meest uitbundige kleuren bewogen tegelijkertijd. 
Daar verscheen de violist. Jong, knap. Wit hemd, bretels. Jonge mensen in een klein orkest achter hem. Beloften voor de toekomst.
De muziek vulde de ruimte, de klanken tuimelden langs de muren. Hier en daar pinkte iemand een traantje weg. Soms gingen de waaiers wat sneller of hield iemand hem voor haar gezicht. Men kon de eenheid en saamhorigheid voelen. Zelfs buiten op de trap stonden mensen stil te luisteren.

De zee

De volgende dag gingen we vanuit het dorp naar de Middellandse zee. Een halfuurtje rijden. De zee als altijd diepblauw, met een vleug groen. Prachtig. Altijd zo geweest waarschijnlijk. Op het strand duizenden mensen, allemaal onder hun eigen parasol, met hun eigen tassen en handdoeken. Niemand in gesprek met de buren, iedereen gericht op de eigen partner of de eigen kinderen. Dicht opeen en zo apart van elkaar.

De zee, ons lichtpunt in de verte, viel tegen. Of nee, niet de zee, die was al eeuwenlang diepblauw. Het was, toen we er eenmaal waren, niet de plaats waar we wilden zijn. Al snel besloten we een smalle weg te nemen, waar slechts enkelen in gingen. Binnen enkele kilometers konden we de zee van enige afstand zien liggen. En even verder de monding van de rivier, die schitterde in de zon en per seconde nieuw water de zee binnen liet stromen. De delta van een rivier die op enkele plaatsen stroomde, maar ook stilstaande poelen had. De stilte op de plaats waar we stonden te kijken was compleet. Je hoorde er niets, er was niemand. Niets. De schoonheid was totaal.

Conclusie             

In het zoeken naar het lichtpunt in de verte merkte ik op dat de koude, ongenaakbare kastelen op de heuvels hun tijd gehad hebben. De muren van de macht zijn er letterlijk afgebrokkeld. Plaatsen van verstilling, zoals bijvoorbeeld de ermita’s of prachtige plaatsen in de natuur, blijven altijd een toevlucht voor mensen.

Het veronderstelde lichtpunt in de verte kan, eenmaal bereikt, tegenvallen, omdat de mensen, ikzelf incluis, niet voldoende om zich heen kijken of daar pas later aan toe komen. Nieuwe lichtpunten laten zich echter altijd vinden voor degene die verder wil kijken dan de eigen grenzen. Dat wat werkelijke, tijdloze waarde heeft , zoals echte verbondenheid, zal altijd van waarde blijven en is onontbeerlijk als basis voor vernieuwing. Het water in de delta stroomt uiteindelijk altijd naar de zee. 

Count of comments: 1
Posted on 09 Aug 2015 by SandraV
Van rups tot vlinder: het onderwijs
printable version

Door Frans Droog uitgedaagd om deel te nemen aan #BlimageNL , waarbij een foto dient als uitgangspunt voor een blog over onderwijs, kies ik voor de foto met de rups.

We zien een rups. Groen met geel en zwart. Hij verplaatst zich langzaam over rode steen. Het lijf is compleet en prachtig, de rug heeft een mooie tekening. Hij leidt zijn rupsenleven, eet van alles: liguster, en andere dingen in de tuin. Dit leidt uiteindelijk tot één doel: pop worden en daarna van pop een vlinder.

Als we de rups vergelijken met het onderwijs dan zouden we kunnen zeggen dat de rups in de tijd en hoedanigheid van rups helemaal perfect is. De rups heeft in haar wezen ook al de pop die komen gaat en de vlinder die daarna komt. Dat is de natuurlijke gang van zaken. Het is een kwestie van tijd. Het onderwijs was ooit perfect voor zijn tijd. Het paste bij de dingen zoals ze waren in de maatschappij. Daarin zat  de ontwikkeling besloten die nu aan de orde is.

Op een dag begon de rups instinctief te voelen dat hij traag was en toe was aan het transformeren tot pop. Eenmaal tot pop geworden zei zijn instinct hem op enig moment dat iets op doorbreken stond.

Naar mijn idee is het onderwijs nu in een fase van pop die openbreekt. Er speelt zich van alles af binnen in die pop. Er gebeurt veel, maar het is nog niet zichtbaar genoeg voor de omgeving. Het zal niet lang meer duren tot de pop helemaal open gaat en de vlinder zich zal tonen in al haar prachtige kleuren. De kunst is de dingen zich te laten ontvouwen, niet zelf de pop open te breken, maar deze bewust te koesteren, te zien, te volgen en te weten dat de volgende stap onafwendbaar is. 

Count of comments: 0
Posted on 26 Jul 2015 by SandraV
Kijken
printable version

Het zal ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw geweest zijn dat ik samen met mijn ouders en een aantal bezoekers om de tafel zat. Het gesprek ging over het volgende: Er gebeurt iets: iemand springt geheel gekleed te water bijvoorbeeld, zomaar, op een warme dag. Er is niemand in gevaar of zo. Er lijkt geen enkele reden voor. Hij springt er zomaar in. Aan tafel zei een van de bezoekers: Hoe je daarover oordeelt hangt helemaal af van de manier waarop je naar die persoon kijkt. Als het een vriend van je is dan zeg je lachend: Hij verzint ook altijd iets origineels! Als het iemand is die je niet mag dan zeg je smalend: Die idioot heeft alweer iets geks verzonnen. Aan hem is een steekje los.

Hoe we naar de dingen kijken heeft veel te maken met onszelf. Handig hulpmiddel om dit thema nader onder de loep te nemen is de inferentieladder, een al wat ouder, bekend model, geïntroduceerd door Chris Argyris:

 

Een voorbeeld in deze context is een rapportvergadering. Jij hebt die naar je eigen idee goed voorbereid. Jij zit die vergadering als mentor voor, voor het eerst.  Dat het voor het eerst is, maakt het wat spannend. Als je net de vijfde leerling aan het bespreken bent, zie je achterin een van de collega’s gapen en tersluiks op zijn horloge kijken. Even later gebeurt dat weer. Je denkt bijvoorbeeld: O jee, hij verveelt zich  nu al, zie je wel, mijn voorbereiding is niet goed genoeg. Mogelijk heb je al vaker meegemaakt dat hij afwezig reageerde op dingen die je deed of zei in een vergadering. Dus denk je: nou, dat is al de tweede keer dat hij er niets aan vindt. Zie, je, ik wist wel dat ik niet goed ben in rapportvergaderingen. 
Stel dat iemand anders dezelfde situatie had meegemaakt, dan zou deze persoon vermoedelijk iets anders gedacht hebben, bijvoorbeeld: nou zeg, wat een gebrek aan respect voor de vergadering! Iemand anders zou er helemaal niet bij stilstaan. En als het mogelijk was geweest tien mensen in dezelfde situatie te laten zijn, dan hadden die allemaal iets anders gedacht. Iedereen let op andere ‘feiten’, en heeft daar zo zijn eigen gedachten over, trekt daar eigen conclusies uit die dan vervolgens steeds worden aangevuld met informatie die het bestaande beeld bevestigen. 

Doorgaans komen we niet op het idee om ons af te vragen of het wel klopt en we maken er ook geen gewoonte van om bijvoorbeeld te vragen: je leek verveeld in de vergadering, had dat wat met mijn voorzitterschap te maken?

Het enige dat er gebeurt is dat je iemand op zijn horloge ziet kijken en gapen, en daarna nogmaals. Dat zijn waarneembare feiten. In je waarneming selecteer je ‘feiten’. Je gaat bijvoorbeeld voorbij aan het feit dat deze collega bij het bespreken van de tweede leerling geïnteresseerd meepraatte. Je weet helemaal niet waarom de collega gaapte. Je weet bijvoorbeeld niet dat zijn moeder plotseling met een gebroken heup is opgenomen in de afgelopen nacht en hij de halve nacht in het ziekenhuis heeft gezeten. Je zoekt naar bevestiging van je eigen ideeën over de situatie. En je neemt zomaar aan dat die kloppen.

In de klas vergaat het een leraar soms ook zo. Wanneer een leerling moeilijk is om mee om te gaan, vaak onhandelbaar, dan moet zij zich bewust inspannen om ook goede dingen aan die leerling te zien. Als ze niet alert is,  kijkt ze bij het binnenkomen van het lokaal al naar deze leerling om te kijken wanneer hij weer vervelend gaat doen. Zo bouwt zich een barricade op die bestaat uit een  perpetuum mobile van negatieve veronderstellingen en verwachtingen.

Zo kijken we naar de mensen om ons heen met een bepaalde bril. Vanuit onze eigen achtergrond, vanuit onze eigen ingesleten overtuigingen ( Argyris noemt dat: mentale modellen, later ook gebruikt door Peter Senge) over de wereld. We zoeken vervolgens naar bevestiging van eerdere beelden, en trekken conclusies. Dat is menselijk, we doen het allemaal.

Ons daarvan bewust zijn en ook eens naar andere aspecten van iemands persoonlijkheid kijken, of liever nog: gewoon kijken en je best doen alleen te kijken en je oordeel uit te stellen, komt de relatie en de verbinding ten goede.

 

 Argyris, C. (1970): “Intervention theory & method. A behavioral science view.”, Reading: Addison-Wesley.

 Senge, P.M. (1992). De Vijfde Discipline . De kunst & praktijk van de lerende organisatie. Schiedam: Scriptum Management.  Later ook gebruikt in zijn boekLerende Scholen.

Count of comments: 0
Posted on 20 Jul 2015 by SandraV
Bildung, mijn invalshoek voor onderwijsvernieuwing.
printable version

Voor de een betekent onderwijsvernieuwing een grotere rol voor de techniek of voor 21ste eeuwse vaardigheden, voor anderen een grotere focus op het kind en wat het zelf zou willen leren. Of een combinatie van al deze dingen.

Voor mij zit de vernieuwing in de bildung. (Als oud-docent Duits heb ik steeds de neiging om dit woord met een hoofdletter te schrijven, maar in het Nederlands schrijven we het met een kleine letter).

Bildung

Wat bedoel ik met bildung? Wat ik daarmee in de kern bedoel komt terug in de omschrijving door Peter Bieri :

Bildung, het proces van ontwikkeling, beschaving, vorming, is iets dat mensen met elkaar en voor zichzelf doen: je ontwikkelt jezelf. Andere mensen kunnen ons omvormen of omscholen, maar onszelf vormen of scholen kunnen we alleen maar voor onszelf. Dat is meer dan alleen een woordspelletje. Jezelf vormen is werkelijk iets anders dan gevormd worden, een opleiding genieten. Een opleiding doorlopen we met het doel uiteindelijk iets te kunnen. Als we ons daarentegen ontwikkelen, dan werken we eraan dat we iets worden. We streven ernaar om op een bepaalde manier in de wereld te zijn. (onderstrepingen van mij. SV)

Bieri stelt dat het bij bildung gaat om een proces van zelfontplooiing en om vorming van de gehele persoon, om vanuit die integriteit zichzelf en de maatschappij te kunnen beïnvloeden.

Vernieuwd onderwijs

Vernieuwd onderwijs, door leraren, is dus in staat om leerlingen uit te nodigenzichzelf te vormen.
Om ons in een steeds veranderende wereld te kunnen handhaven, of beter nog: eraan te kunnen bijdragen, is het dus nodig dat we onszelf kennen, op een bepaalde manier in de wereld te zijn. Ik ben dat zeer met Bieri eens.
Zonder brede zelfvorming wordt een mens wat natuur en cultuur (de maatschappij dus) van hem maken. Brede vorming is zowel gericht tegen het zinloos weten en zinloos handelen als tegen autoritaire vormen van disciplinering. 
Autoritaire vormen van disciplinering spelen nu juist de laatste 150 jaar, en nog steeds, een hoofdrol in het onderwijs, en werken daarmee bildung juist tegen. Vaak vragen leerlingen: waarom moeten we dat weten? Waarom moeten we dat doen? Veel docenten komen niet verder dan te zeggen: omdat het in het programma is opgenomen. Dat is niet vreemd, want ook de docenten van nu waren ooit leerlingen in het onderwijs dat leerlingen, niet altijd en niet doorlopend, maar wel zeer regelmatig, onderwerpt aan zinloos weten en zinloos handelen. Zinloos in de betekenis van: niet in samenhang, het waarom ervan niet begrepen door de leerlingen.

Zinvol

Leerlingen willen graag leren als de te leren stof voor hen zinvol is. Niet te verwarren met ‘leuk’, hoewel het samen kan gaan. Het is gewoon geworden om leerlingen via autoritaire vormen van disciplinering te dwingen om stof tot zich te nemen die mogelijk wel zinvol is, maar niet door henzelf zo wordt ervaren. Als dat wel zo is, zullen leerlingen eerder geneigd zijn zichzelf te willen ontwikkelen met alle daarbij behorende onderzoeks- en leerstof. 
Het is van doorslaggevend belang dat mensen, gelet op de ontwikkelingen in de wereld, niet alleen iets kunnen, maar zeker ook dat ze op een bepaalde manier in de wereld zijn.

De grootste opdracht voor het huidige onderwijs is daarom naar mijn idee dat de mensen die zelf zijn opgeleid in een systeem waarbij leerlingen in de meeste gevallen werden gevormd door middel van autoritaire vormen van disciplinering en zonder brede zelfvorming, de vernieuwing ìn zijn mensen te zoeken.

Het belangrijkst

De belangrijkste onderwijsvernieuwing is daarmee m.i. de ontwikkeling die ìn de huidige onderwijsmens plaatsvindt. Kun je, als leraar die zelf is grootgebracht in een systeem dat opleidt om iets te kunnen, een leraar zijn die niet alleen wil opleiden om iets te kunnen, maar ook om als individu op een bepaalde manier in de wereld te zijn? Ben je je als docent bewust van een proces van ontwikkeling, beschaving, vorming? Kunnen we de bildung die we mogelijk zelf niet gehad hebben, wel meegeven aan onze leerlingen? Weten we zelf wat we willen bijdragen aan de wereld? Kennen we onszelf en meer nog: kunnen we ernaar handelen? Kunnen we ons verplaatsen in een ander? Bijvoorbeeld in een collega? In een leerling? Dat laatste is nodig, omdat we de leerling alleen op weg kunnen helpen in de wereld als we hem zelf óók als subject zien, zoals Biesta terecht beweert. Zodra we werkelijk begrijpen dat het er niet om gaat dat we de leerling als object zien dat aan ons moet gehoorzamen, maar als een mens die we op weg helpen zich te ontwikkelen, en dat de voorwaarde daarvoor is dat we onszelf ook ontwikkelen, omdat we anders niet weten waar we het over hebben, zal het onderwijs dat we geven vernieuwen.

 

 Bieri, P. (2005). Wie wäre is, gebildet zu sein? Festrede Pädagogische Hochschule

 Dohmen, J. (2015). Over de toekomst van ons onderwijs. Pleidooi voor en moreel bildungsprogramma. In: Klarus R, en De Beer, F (2015) Waar, goed en schoon onderwijs. Leusden: ISVW uitgevers. P227

Count of comments: 0
Posted on 14 Jul 2015 by SandraV
Ouders
printable version

De media staan er vol van: Amsterdamse ouders die het oneens zijn met het lotingssysteem dat tot gevolg heeft gehad dat hun kind niet naar de school van de eigen keuze kan gaan. Het is zelfs niet toegestaan te ruilen als dat eigenlijk heel goed mogelijk zou zijn. Hoogopgeleide ouders, juristen, betogen voor de camera dat ze een kort geding tegen de gemeente hebben aangespannen
Zonder verder op deze specifieke zaak te willen ingaan, wil ik wel de aandacht richten op de rol en de invloed van ouders.

Ouderavond

In de vele jaren dat ik les gaf, kwam ik ouders vooral tegen tijdens de 10 minuten gesprekjes op ouderavonden. Hoewel het een overzichtelijke manier is om met ouders in gesprek te komen, voelde ik me er altijd enigszins ongemakkelijk bij. Aanvankelijk, in de eerste jaren van mijn leraarschap, waren de leerlingen zelf niet aanwezig bij deze gesprekken. We spraken òver de leerling. Van: “Hij doet heel weinig juffrouw, maar daar kan hij niet zo veel aan doen” tot, en ik herinner me het nog levendig, die ene vader die meende: “Als ie niet luistert juffrouw, dan sla er maar op. Dat doe ik thuis ook altijd”. Maar ook hele prettige en warme gesprekken. De ouderavonden werden beter vanaf het moment dat de leerling zelf mee kwam, en we met de leerling zèlf konden praten over zijn ervaringen en prestaties op school. Nadelen van de ouderavonden met 10 minutengesprekken: De ouders die je echt graag wilt spreken, komen doorgaans niet of pas nadat je hen hebt uitgenodigd. Teveel nadruk ligt soms op gesprekken met ouders van leerlingen met slechte cijfers. Het gaat te weinig over de ontwikkeling van het kind zelf. Tien minuten kan erg kort zijn als je werkelijk iets wilt bespreken. Dat resulteerde dan weer, terecht overigens, in een vervolgafspraak. Omslachtig. Zo ging het althans toen. Ik ga ervan uit dat dit op veel plaatsen nog altijd zo is. Als je hierover een andere waarneming hebt, dan hoor ik die graag.

Ouderraad

Veel scholen hebben een ouderraad. Daarin zitten ouders van leerlingen van de betreffende school. 
Wat ik nogal eens hoor van schoolleiders is, dat deze ouders mooi werk verrichten in het organiseren van en meehelpen bij dingen op school en daar heel enthousiast over zijn. 
Ook komen zij met veel inzet naar de vergaderingen van de ouderraad. Het lijkt er echter op, dat het voor veel ouders lastig is om te abstraheren van de situatie van hun eigen kind. Vele malen heb ik al gehoord: Ik, schoolleider, wil het met de ouders graag hebben over beleidsmatige plannen op allerlei gebied. Daar wil ik graag de mening van de ouders over horen. De ouders tonen daar weinig werkelijke interesse in, of relateren het besprokene uitsluitend aan de situatie van het eigen kind. Bij de rondvraag komen allerlei kwesties naar voren die te maken hebben met de dagelijkse schoolwerkelijkheid van het eigen kind. De bijeenkomst dreigt daarmee te verworden tot een soort ouderavond, in plaats van een bijeenkomst van de ouderraad.

Onderwijsvernieuwing

Zelf ben ik op zoek, en ik ben uiteraard de enige niet, naar een andere rol voor de ouders dan de huidige. Hoe die er uit moet zien is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. 
Al in 2011 schreef toenmalig minister van onderwijs Marja van Bijsterveldt een kamerbrief over de mogelijke invulling van de samenwerking tussen school en ouders.  Bij mijn weten is daar nooit grootschalig op gereageerd door de scholen. Van Bijsterveldt had het destijds over de rol van ouders bij taalontwikkeling bijvoorbeeld.  
Een goed voorbeeld vind ik zelf in dit kader deze site en daarbinnen dit artikel:http://www.pbs.org/parents/education/going-to-school/supporting-your-learner/role-of-parents/#.VYaC-ur_-QU.twitter

Nog wat verder

Bij united4education, een beweging die past in een grotere transitie die zichtbaar is in Nederland, werken we samen met ouders. We hebben een prima contact met de landelijke ouderraad en zijn met hen in gesprek. Ook in de triade met de zorg. 
In mijn eigen vergezicht staan we als school en ouders gezamenlijk om de leerling heen en maken ook gebruik van de kennis en ervaring en het netwerk van ouders. Als het onderwijs met een open blik naar de sterk veranderende toekomst wil kijken en het onderwijs daarmee in lijn wil brengen, kan dat niet zonder onder meer de ouders. Ouders die ook willen dat hun kind het beste onderwijs krijgt, net als wij allemaal.
Welke ideeën heb jij voor samenwerking met ouders in het onderwijs waarin de mens centraal staat en het systeem ondersteunend is?
 

 

 http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/4084791/2015/06/20/Het-beest-in-de-Amsterdamse-ouder-is-los.dhtml

 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/11/30/betrokkenheid-van-oduers-bij-de-school.html

Count of comments: 0
Posted on 02 Jul 2015 by SandraV
Geef leiding en liefde
printable version

Op 6 juni zette ik een TED talk op de sociale media. Het is een lezing door Linda Cliatt-Wayman, een donkere vrouw, hoofd van een school in een achterstandswijk in Philadelphia, zelf ooit leerling in zo’n school. (http://www.ted.com/talks/linda_cliatt_wayman_how_to_fix_a_broken_school_lead_fearlessly_love_hard?share=122764eefd) .

In de verte herinnert haar toon aan die van Martin Luther King. Enigszins gedragen, vol van passie. Ze vertelt het verhaal van haar school, haar leerlingen. Over hoe ze de school tot een echte school maakte. In haar oor steeds de opmerking van een leerling: Miss! Miss! Why are you talking about this 'school'? This is not a school!

Ze doet haar verhaal over Strawberry Mansions, haar school, aan de hand van drie slogans:

  1. If you are going to lead, lead! Als je de leiding hebt, leid!
  2. So what, now what! Daar bedoelt ze mee dat er van alles mis kan zijn in je school, maar dat vervolgens meteen de vraag naar voren moet komen: wat gaan we er aan doen?
  3. If nobody told you they love you today, I do and I always will. Ze wijst er op dat in haar school veel leerlingen zijn die niemand hebben, alleen gelaten worden, mishandeld. Tegen deze kinderen wordt niet vaak gezegd dat er van hen gehouden wordt. Zij zegt het wel en ze voelt het ook zo. Je moet van hen houden, zo stelt ze. Houd van je leerlingen.

De lezing raakte me. Ik vind haar moedig, sterk en een ongelofelijke doorzetter. En ik bleef erover doordenken. De vraag die bij me opkwam was: In hoeverre zijn haar slogans ook voor ons om over na te denken en toe te passen in onze scholen? Gelukkig zijn er weinig scholen in Nederland die aan de beschrijving van de school van Linda voldoen, maar de adviezen die zij geeft gelden net zo goed voor onze scholen.

  1. Als je de leiding hebt, leid! Zij voegt daar aan toe: Ik blijf niet in mijn kantoor zitten. Ik ben in de school en praat met mensen. Ik kijk naar hoe de dingen lopen, ik spreek mensen aan die dingen over het hoofd zien. Ik ben aanwezig. En niemand kan om mij heen als het er op aan komt. 
    Dit lijkt mij iets dat ook op andere dan scholen in achterstandswijken heel zinvol en goed is. Veel schoolleiders zijn druk bezig met hun werk, zijn in vergadering, zijn buiten de school. Allemaal belangrijk. Maar hoe vaak ben je nog echt IN de school?
  2. Wat gaan we er aan doen? Linda pleit ervoor dingen onder ogen te zien en er concreet iets aan te doen. Niet jammeren of klagen, maar aanpakken. Het voorbeeld dat ze geeft gaat onder meer over wiskunde. De opbrengst is te laag. Slechts een klein percentage van de leerlingen beheerst de stof voldoende. Dus zegt ze: wat doen we eraan? Ze formeert kleinere groepjes in de klassen met meer persoonlijke aandacht. Het levert een grotere opbrengst op. Is dat een manier van werken die hier ook meer aandacht verdient? Blijven problemen soms te lang sudderen omdat er te weinig op doorgepakt wordt?
  3. Als niemand je vandaag gezegd heeft dat ze van je houden, ik doe dat wel en zal dat altijd doen. Zij heeft het over kinderen, haar leerlingen, die veel emotionele warmte tekort komen. Ze feliciteert hen met hun verjaardag en zingt dan voor hen. Ze praat over dingen die hen bezig houden. Ze laat weten dat ze altijd bij haar terecht kunnen, wat er ook gebeurt. Nu denk ik niet dat er in ons land veel docenten zijn die tegen hun leerlingen zeggen: ik houd van je. Maar het is ook voor onze leerlingen, die overigens ook in veel gevallen vrij weinig te horen krijgen dat er van hen gehouden wordt, erg belangrijk daadwerkelijk te merken dat ze gezien worden, dat ze altijd bij je terecht kunnen. 
    Een maal per maand is er een bijeenkomst in de aula van de school waar leerlingen met hun zorgen en vragen mogen komen. Linda beantwoordt alle vragen en luistert en de leerlingen luisteren naar haar. Zij ervaart die ontmoetingen als bevorderlijk voor de kwaliteit. Is dit ook een idee voor Nederlandse scholen?

Bekijk het filmpje. Ik ben benieuwd of ze jou ook zodanig inspireert dat je erover doordenkt.

Hier kun je zien hoe een en ander in de school vorm krijgt. Er zijn twee jaar lang opnamen gemaakt.

https://www.youtube.com/watch?v=cLiDFFvwkbQ

Count of comments: 0
Posted on 21 Jun 2015 by SandraV
Arme kinderen
printable version
Arme leerlingen

Eerder deze week was ik bij het congres van Verus in Bussum. Verus is het resultaat van de fusie tussen Verus en VKO. Katholiek en Christelijk onderwijs gaan definitief samen. Met als motto eenheid in verscheidenheid. Het congres markeerde dit samengaan.

Niets dan lof voor deze dag. Het programma uitstekend, de organisatie perfect.

In het plenaire programma, ontspannen en met zwier gepresenteerd door Frank du Mosch werd de vraag gesteld:

Zou u uit een groep mensen oud-leerlingen van uw school herkennen door de manier waarop ze zijn, waarop ze zich gedragen?

Daarmee doelend op gedrag dat te maken heeft met de levensbeschouwelijke opvatting van de school en hetgeen zij op dit punt wil uitdragen aan haar leerlingen. Zijn de leerlingen van school X in het latere leven opvallend barmhartig, bijvoorbeeld.

Er waren veel workshops met inspiratie en informatie. Zelf bezocht ik onder meer een lezing van Petra Stienen, arabiste en aankomend senator, die het verhaal van haar leven vertelde. De nadruk kwam daarbij te liggen op haar oproep om ook achter de voordeur van leerlingen te kijken en daar dóór te vragen, omdat er veel meer terreur (huiselijk geweld vond ze te gezellig klinken) plaatsvindt dan wij ons kunnen voorstellen.

Er werd in het plenaire programma een gesprekstafel geformeerd rondom het thema armoede. Eerst liet Frank du Mosch een filmpje zien over het onderwerp. We zagen een basisschool in een arme wijk van Rotterdam. Enkele leerkrachten kwamen aan het woord en zij gaven schrijnende voorbeelden. Een kind van wie de bril kapot gegaan is. Deze moet uiteraard gerepareerd, maar daar is geen geld voor. Hoewel de reparatie niet echt duur is, hebben de ouders geen geld. De school besluit de helft van de reparatie te betalen. Maar ook dan hebben de ouders geen geld genoeg. De jongen heeft nog altijd zijn bril niet en kan daardoor slecht meekomen in de klas, om begrijpelijke redenen. Een aantal leerlingen komt zonder ontbijt op school.
We zien en horen zeer betrokken leerkrachten die doen wat ze kunnen.

Vier mensen, onder hen enkele schoolleiders, spraken daarna onder leiding van Frank over armoede onder leerlingen. Voor mijn gevoel schuurde het gesprek een beetje. Ik kreeg het gevoel dat het onderwerp niet echt een grote rol speelt in de hoofden van de gesprekspartners. Mogelijk omdat de schoolleiders onder hen geen school in een arme wijk leiden. Frank stelde hele expliciete, praktische vragen: Maar hoe praat je daar dan over? Om hoeveel leerlingen gaat het bij jou op school? Ik kreeg de indruk dat men alleen over armoede nadenkt wanneer ouders zelf aangeven dat ze iets niets kunnen betalen. Maar misschien doe ik mensen met deze opmerking tekort.
In de pauze spraken we met een aantal mensen nog verder over het onderwerp. Armoede onder leerlingen. Wat behelst dat nog meer dan dat de ouders te weinig geld hebben?

Armoede

Allereerst stelden we vast dat wij, weldoorvoede en welgestelde mensen die nooit werkelijke armoede gekend hebben, bescheiden moeten zijn in onze mening over het onderwerp. Eigenlijk hebben we geen idee en kunnen we er slechts naar raden. We kwamen wel uit op een aantal vragen:

Welke rol speelt het vermogen van mensen om al dan niet met geld om te kunnen gaan?

Heeft de reden dat kinderen zonder ontbijt op school komen, een voorbeeld dat ook gegeven werd, altijd te maken met een gebrek aan geld, zo vroegen we ons af. Kan het ook te maken hebben met het onvermogen van sommige mensen om op tijd op te staan, op tijd naar de winkel te gaan, om geïnformeerd te zijn over gezond voedsel? Sommige kinderen komen op school met een zakje chips in de handen.
Hoeveel aandacht is er voor het bredere perspectief? De keten armoede, arme wijk, schooladvies en –keuze, verdere kansen in het leven, het doorgeven van thema’s, generaties lang?

Barmhartigheid

Later vroeg ik me wel af: In deze omgeving waar het woord barmhartigheid al was gevallen, en de vraag gesteld werd hoe je mensen uit jouw eigen school later kunt herkennen aan hun manier van denken en handelen: Hoe kunnen we met praktische en intelligente vormen van barmhartigheid kijken naar het probleem van arme kinderen? Arm in de meest brede zin. Arm omdat ze onmachtig zijn zich te verzetten tegen vormen van terreur in huis, arm omdat te weinig mensen kijken naar de werkelijke mogelijkheden van kinderen in gezinnen met onmachtige ouders, arm omdat kinderen die in financiële armoede leven geen kansen hebben om mee te doen met anderen en daar hun hele leven last van houden.

Hoe zouden wij willen dat onze leerlingen zich als ze volwassen zijn zich gedragen ten opzichte van dit soort problemen? Waaraan kunnen wij de leerlingen van onze school herkennen, later, als het gaat over vragen rondom dit soort thema’s? En wat kunnen we nu doen om dit te bewerkstelligen?

Count of comments: 0
Posted on 23 May 2015 by SandraV
Vrijheid
printable version

Het woord vrijheid is deze week prominent aanwezig. En het gaat voor mij ook erg gepaard met beelden. Op de eerste plaats beelden van hele blije mensen, dansend in de straten, zittend op tanks van de Canadezen. Meisjes met opwaaiende lentejurken en wapperende haren. Daar hoort het beeld van mijn moeder bij, ook zo’n meisje toen. Vrijwel ieder jaar vertelde ze, ze is er al lang niet meer, het verhaal van de Canadezen die chocolade gaven, die in het huis van het gezin waren ingekwartierd en hoe gezellig dat was.

Het woord vrijheid roept in deze tijden een hele boel associaties op. Er zijn legio voorbeelden te noemen waarin het begrip tot lange debatten zou kunnen leiden. Zoals de manier waarop we omgaan met mensen die zelf ook de vrijheid zoeken en op de vlucht zijn uit situaties waarin voor hen niet meer menswaardig te leven valt. Of over de vraag wie we wel en niet mogen of moeten of willen  gedenken op 4 mei. Daar zal ik hier niet op in gaan.

Wel wil ik een ander aspect naar voren brengen. We hebben allemaal kunnen lezen over de aanslag in de VS, waar Geert Wilders een van de sprekers was. Het ging om een wedstrijd in cartoons tekenen. De mooiste cartoon van Mohammed kreeg de prijs.

Het punt dat ik hier wil aansnijden is het omgaan met de vrijheid van meningsuiting als onderwerp binnen het onderwijs. Stel dat je de gebeurtenissen in de VS aangrijpt als thema om de vrijheid van meningsuiting met de leerlingen te bespreken. Hoe zou je dat dan doen? Stel, je verdedigt het maken van die cartoons en het houden van die wedstrijd als legitiem. Het mag, zo’n wedstrijd. Ze mogen zelfs ook getoond worden, die cartoons, wellicht zelfs in de Tweede Kamer. Zou je er kanttekeningen bij maken? Welke dan? Zou het debat gevoerd worden zoals momenteel in het land en ook in de VS gebeurt? Met als belangrijke vraag: waar eindigt vrijheid van meningsuiting?

Stel dat in de schoolkrant die volgt op het gesprek over de vrijheid van meningsuiting cartoons van de rector staan. De mooiste zal winnen. En cartoons over God, op een christelijke school? De mooiste zal winnen. Cartoons over de gehandicapte medeleerlingen? De mooiste zal winnen? Of cartoons over mensen met blauwe ogen door mensen met bruine ogen? Of door mensen met zwart haar over mensen met rood haar? De mooiste zal winnen?

En kunnen we pesten dan ook maar meteen meenemen in dit hele verhaal? Ik mag toch mijn medeleerling om de oren slaan met mijn meningen over hem? Ik heb toch de vrijheid om hem buiten te sluiten? En ik mag toch ook intieme foto’s van mensen rondsturen op de sociale media? Laten we cartoons maken over gepeste leerlingen. De mooiste zal winnen.

Kan dat allemaal? En wat is daar eigenlijk leuk aan, aan zo’n wedstrijd? En is vrijheid alles kunnen doen wat je leuk vindt? En in zo’n wedstrijd laten zien wat anderen juist niet mogen? Waar zij niet vrij in zijn? Welke rol speelt moreel besef in het hele gesprek over vrijheid? En welke rol speelt het onderwijs daarbij?

Geesteswetenschappen.

Op veel universiteiten verdwijnt of verkleint de faculteit geesteswetenschappen. Tja, wordt er dan gezegd. Er zijn te weinig studenten voor vakken als filosofie en andere geesteswetenschappen. En dan wordt het een geldkwestie. Maar waaròm zijn er zo weinig studenten voor geesteswetenschappen? Welke weg leidt er naar het punt waarop gekozen gaat worden, mogelijk voor een vak in de geesteswetenschappen? Welke beelden over deze vakken bepalen de keuze voor deze vakken en waar komen die beelden vandaan? Op welke manier kan het VO, of zelfs al het PO bijdragen aan de keuze voor geesteswetenschappen

Ik stel dat de manier waarop in het VO aandacht besteed wordt, of juist niet, aan de manier waarop mensen, wij en anderen, denken, waarop wij onze mening bepalen, waarop wij onszelf geestelijk ontwikkelen, waarop wij met anderen omgaan, waarop wij onszelf en anderen kunnen bevragen, waarop wij compassie kunnen ontwikkelen, onszelf in anderen kunnen verplaatsen, bijdraagt aan de keuze van leerlingen, studenten in wording, voor vakken binnen geesteswetenschappen

Ook de beelden over de waarde en belangrijkheid van bepaalde vakken en bepaalde posities in de maatschappij dragen bij aan de geringe keuze van leerlingen voor geesteswetenschappen.

En zo zullen geesteswetenschappen uiteindelijk marginaliseren. Alles wat met wijsheid en waarde te maken heeft zal naar de zijkant verdwijnen. En zo zullen we op den duur niet meer werkelijk zelfstandig kunnen denken en vragen stellen bij zaken als bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting, wat het wel en niet is. Wat het werkelijk betekent te kunnen en durven zeggen wat je vindt.

 

Count of comments: 0
Posted on 07 May 2015 by SandraV
Schoolleiders houd de avond van 17 september vrij!
printable version

Op 17 september organiseer ik samen met Louis Steeman een speciale avond voor schoolleiders.

Houd de datum dus alvast vrij!

 

Count of comments: 0
Posted on 23 Apr 2015 by SandraV
Stagiaires
printable version

Stagiaires

 

Meelopen

Ze wil lerares worden. Ze is geïnspireerd geraakt om dit beroep te kiezen. Ze heeft een opleiding gekozen. Op een dag gaat ze naar een middelbare school om stage te lopen. Om nu, nog kort na haar eigen tijd als leerling, voor het eerst aan de andere kant mee te lopen, die van de leraar.

“Een van de onderdelen is”, zo vertelt ze, “om een dag mee te lopen met een klas. Een hele dag, alle lesuren”. Haar ervaring op die dag brengt haar op maar één reactie: wat saai! Het is zo ongelofelijk saai. Waarom? Omdat het overal hetzelfde is. Je komt binnen, je gaat zitten, de leraar legt iets uit, daarbij moet je luisteren en meeschrijven. Dan mag je zelf gaan werken uit het boek. Jou wordt zelden iets gevraagd. Er is vooral sprake van zenden door de leraar. Er is niet veel samenhang tussen de lessen onderling. Behalve de aanpak. “Bij het derde uur zat ik al te knikkebollen”, vertelt ze. “Er was een talendocent die de hele les een boek voorlas. Het enige dat de leerlingen mochten doen, was meelezen. Na een half uur begon een van de leerling wat te fluisteren met zijn buurman. Na een half uur, dat vond ik al lang. De docent werd kwaad en de leerling kreeg straf”.

Een andere stagiaire kreeg de opdracht mee om vooral te letten op de samenhang tussen het gedrag van de docent en dat van de leerling. Hem viel vooral op dat er zoveel verschil is in het gedrag van bepaalde leerlingen in de verschillende lessen. En dat dit heel veel te maken heeft met het gedrag van de leraar. “Sommige leraren wakkeren door hun eigen reactie het wangedrag van leerlingen aan”, zo stelt hij. En anderen slagen erin de meest moeilijk leerlingen rustig mee te laten doen. Wisselen docenten daar wel eens iets over uit? Over een concrete aanpak? Denken docenten veel na over de manier waarop hun eigen gedrag invloed heeft op dat van de leerling?

Leren

Stage lopen en later ook LIO zijn, zou moeten bijdragen aan de vakkundigheid van de leraar die nog helemaal aan zijn of haar werkende leven gaat beginnen. Aan het werkende leven van deze docenten in spé die nog honderden leerlingen gaan begeleiden naar het leven waarin zij op hun beurt weer een bijdrage aan de maatschappij gaan leveren. De maatschappij die snel verandert en over een tijd heel andere dingen van ons zal vragen dan nu.

Bij lerarenopleidingen wordt hard nagedacht over de manier waarop deze lerarenopleidingen vorm moeten krijgen. De leraren die momenteel van de opleidingen komen, zowel in het PO als het VO, krijgen meer en meer nieuwe manieren van aanpak mee. Na hun opleiding krijgen ze als ze geluk hebben een baan bij een leuke school. Ze komen in de meeste gevallen dan terecht in een school waar gewerkt wordt met secties of vakgroepen. Daar komen ze onder in de pikorde. Weinig oudere docenten zijn daadwerkelijk en oprecht geïnteresseerd in bijvoorbeeld nieuwe werkvormen die jonge mensen meebrengen. Ideeën die te maken heb ben met ICT, waar jonge docenten doorgaans (niet altijd) beter in zijn dan de ouderen, worden van tafel geveegd. Als de school krimpt, moeten deze jonge leraren het eerst weg. Ik zie scholen zich in allerlei bochten wringen om deze jonge docenten binnen te houden tot over een jaar een ouder iemand met pensioen zal gaan.

Diversiteit

Jonge mensen zoals stagiaires, LIO’s of jonge docenten verdienen wat mij betreft een andere rol. In ieder geval een gelijkwaardige. Het mooie van de verschillende leeftijden in een school is nu juist de diversiteit! De ouderen hebben veel ervaring en veel meegemaakt. Daar kunnen de jongeren hun voordeel mee doen. De jongeren hebben die ervaring nog niet, maar zij kijken er op een bepaalde manier nog fris tegenaan en hebben mogelijk een hele nieuwe aanpak waar ouderen weer iets van kunnen leren.

Idee

Idee: organiseer een studiedag met daarin ruimte voor zowel oud als jong. Ouderen kunnen daarin vertellen over wat hun ervaring hen gebracht heeft, over hetgeen zij vakmatig vooral willen overbrengen, waar hun passie vooral ligt, en wat zij de jongeren zouden willen meegeven, met daarin veel ruimte voor vernieuwende ideeën. De jongeren kunnen dan iets laten zien over hun ideeën voor vernieuwend onderwijs, over hun ervaring met andere werkvormen, met computerprogramma’s en zo voort.

Een volgende mogelijkheid is dan om ook de leerlingen een rol te geven. In plaats van tijdens een studiedag de lessen te laten uitvallen, zou je de leerlingen een hele dag kunnen laten nadenken over wat voor onderwijs, en op welke manier ze zouden willen leren. Dat kun je in de vorm van een goed voorbereide challenge doen bijvoorbeeld.

Aan het eind van de dag mogen ze dat presenteren. Met presentaties, blogs, filmpjes, liedjes. Het mooist zou dan zijn dat daar en concreet vervolg op komt waarbij men alle besproken lijn van die dag laat samenkomen.

Wat zouden de stagiaires in dat geval na verloop van tijd meemaken als ze op een school komen?

 

Count of comments: 0
Posted on 19 Apr 2015 by SandraV
Driehoektraining, in samenwerking met anderen!
printable version

 

 

Count of comments: 0
Posted on 11 Apr 2015 by SandraV

<< Previous 1 2 3 4 Next >>

Powered by CuteNews